KALEIDOSKOPISCH KOMPAS VOOR ONDERWEG

Kanishks Knipselhoek


 

Emergente verschijnselen zijn het gevolg van collectief gedrag, ongeacht of dit verricht wordt door elektronen (supergeleiding), moleculen (oplosmiddel), zenuwcellen (brein), spreeuwen (zwerm) of mensen (maatschappelijkheid). Emergentie is de uitkomst van complexe systemen. Systemen die niet eenvoudig gereduceerd kunnen worden tot de samenstellende componenten. Voor dergelijke systemen geldt: het geheel is meer dan de som der delen. Bekende voorbeelden zijn wervelingen, zwermen en het bewustzijn. In het Emergente Universum heeft materie (fermionen) zonder interactie (met bosonen) geen betekenis. Net zo min als muziek zin heeft zonder luisteraar of verhalen iets te zeggen hebben zonder toehoorder. Dat geldt niet alleen voor het gehoor maar voor alle zintuigen. En daar voorbij.

Emergent gedrag speelt een belangrijke rol in de organisatiekunde zoals blijkt uit de volgende informatie van Wim van Osch op Li Po. De lipo-websites zijn bestemd voor vrije uitwisseling van kennis en informatie op het gebied van pragmatisch en effectief com-petentiemanagement. Dat wil zeggen: bouwmaterialen voor resultaatgericht werken, resultaatgerichte aansturing, resultaatgerichte bedrijfsvoering, vraaggestuurde zorgverlening en vraaggestuurd competentiegericht onderwijs:

 

Zelfsturende, resultaatgerichte, lerende organisaties: emergente eigenschappen en emergent gedrag. Voor het faciliteren van zelfsturende, resultaatgerichte organisatievormen zijn nieuwe termen nodig die de gevolgen van toenemende complexiteit en van creatieve processen in organisaties bespreekbaar maken.

Emergentie is één van die woorden. Emergentie komt van het Engelse werkwoord “to emerge”. Dat betekent: “zomaar te voorschijn treden”. Iedereen kent dit verschijnsel. We hebben daar zelfs verschillende Nederlandse uitdrukkingen en zegswijzen voor. Het woord emergentie beschrijft bijvoorbeeld wat iemand heeft ervaren als hij zegt: ‘Dit geheel is meer dan de som van de delen’. De spreker heeft bijvoorbeeld opgemerkt dat door het proces van samenvoegen van stukken hout, textiel spijkers en lijm iets is ontstaan dat als geheel een nieuwe functie kan vervullen die de afzonderlijke onderdelen niet of niet met de gewenste kwaliteit vervullen. Op spijkers en lijm kun je beter niet gaan zitten. Ook losse houten balkjes of een lapje stof bieden geen groot zitcomfort. Maar als iemand de onderdelen samenvoegt tot een complexer voorwerp, dan vormen zij samen bijvoorbeeld een stoel. Aan het verschijnen van het voorwerp “stoel” is dan nog een tussenfase voorafgegaan. Een stoel bestaat uit een aantal elementen zoals poten, zitting, rugleuning en wat andere onderdelen voor technische ondersteuning en het bijeenhouden van de zaak. Deze elementen op zich, bestaan uit verschillende verzamelingen van de basismaterialen hout, spijkers, lijm en stof. Ze bezitten al een hogere complexiteit dan de afzonderlijke basismaterialen en bieden functionele mogelijkheden waarover de basismaterialen niet beschikken. Maar op de poten kunt u nog steeds niet gerieflijk zitten en ook een losse zitting of een rugleuning bieden dit product niet. Wanneer deze onderdelen met elkaar op de juiste wijze worden verbonden is er een voorwerp van nog hogere complexiteit ontstaan. Namelijk een stoel waarvan de emergente eigenschap is: “geschikt om comfortabel op te zitten”. Spreekwoorden als “eendracht maakt macht” en “twee weten meer dan één” beschrijven emergente eigenschappen die te voorschijn komen wanneer de complexiteit in een sociale omgeving toeneemt. Het verschijnen van nieuwe eigenschappen en nieuwe mogelijkheden als gevolg van het samenvoegen van een aantal verschillende elementen tot iets van hogere complexiteit is voor ons zo alledaags dat we vergeten om ons er steeds opnieuw over te verwonderen.

Emergente eigenschappen. Emergente eigenschappen zijn kwaliteiten die spontaan te voorschijn treden omdat iets nieuw is ontstaan door samenvoeging van een aantal verschillende elementen. De samenstelling is van een hogere complexiteit en krijgt meestal een kenmerkende naam. “Verzameling hout, etc.” wordt “stoel”. Hoewel emergente eigenschappen een relatie hebben met de eigenschappen van de samenstellende delen zijn ze daar toch in zekere mate onafhankelijk van. De emergente eigenschap van een stoel is “geschikt voor zitten”. De onderdelen van een stoel behoeven daarvoor niet van brandbaar hout te zijn. Het scherm van de computer is “geschikt om u deze tekst te vertonen”. Maar het is niet noodzakelijk dat dit scherm van breekbaar glas is. Ook de naamgeving door middel van taalgebruik is niet noodzakelijk om emergente eigenschappen te herkennen en te gebruiken. Uw hond of de poes weten feilloos waar een stoel geschikt voor is.

Emergent gedrag. Emergent gedrag is een spontaan optredend herkenbaar en benoembaar gedragspatroon dat ontstaat wanneer individuele systemen, bijvoorbeeld mensen, dieren, dingen en een omgeving, met elkaar verbonden zijn. Met spontaan optredend wordt hier bedoeld dat er geen expliciete sturing van derden nodig is om het gedragspatroon op te roepen. In tegendeel, er is juist vaak sturing van anderen nodig om een emergent gedragspatroon te veranderen of te doorbreken. Voorbeeld: Een aantal fans van de FC xy lopen teleurgesteld en balorig naar huis om dat hun FC ondanks briljant spel en bekwame trainers, de wedstrijd verloren heeft. Toevallig passeert het busje met de spelers van de tegenpartij.

Zelfsturende, resultaatgerichte, lerende organisatievormen. Als onprettig emergent gedrag van de FC fans te vaak voorkomt, worden in de omgeving daartegen verschillende maatregelen genomen. De buurt, de winkeliersvereniging, de vervoersonderneming, het bestuur van de FC, de voetbalbond, het gemeentebestuur, de lokale politie, - dit zijn allemaal systemen van hogere complexiteit dan een losstaand geërgerd individu - gaan zich beraden op welke acties zij zullen ondernemen bij herhaling van het ongewenste fenomeen. Meestal ontstaan er daarna allerlei wisselwerkingen tussen de betrokken groeperingen onderling respectievelijk afzonderlijk of gezamenlijk met de fans, al naar gelang iedere groep met zijn reactief emergent gedrag een beoogd resultaat min of meer efficiënt bereikt. Dit zijn in feite zelfsturende, resultaatgericht leerprocessen, die in elk afzonderlijk aan dit verschijnsel gekoppeld systeem spontaan zijn op gaan treden. Ook de schijnbaar ongeorganiseerde verzameling voetbalfans ontkomt daar niet aan.

Heeft het zin om zelfsturende, resultaatgerichte teams in te stellen binnen een strak centraal geleide onderneming? Zelfsturende, resultaatgerichte organisatievormen ontstaan voortdurend spontaan binnen organisaties. Topdown instellen van zulke organisatievormen is in tegenspraak met zichzelf. Integendeel, strak centraal geleide organisaties stellen eigenwijsheid en autonomie van groepen al evenmin op prijs als eigenwijsheid en autonomie van personen. Dus als men duidelijke centrale sturing wenst, moet men het ontstaan van zelfsturende resultaatgerichte teams niet stimuleren. Die verschijnen vanzelf als het voortbestaan van een groep of van het bedrijf bedreigd wordt. Als het voortbestaan van de organisatie aan de orde komt, is het maar te hopen dat het topmanagement nog luistert naar signalen die omhoog komen vanuit de voet van de organisatie. Er is ooit een passagiersvliegtuig door brandstofgebrek neergestort in het zicht van het vliegveld, omdat de chefpiloot niet luisterde naar signalen van de bemanning.

Wat moet een centraal geleid bedrijf met ongevraagd zelfsturend optredende, zich autonoom opstellende, groepen van medewerkers? Als er voor de bedrijfsleiding onbestuurbare groepen in een organisatie aanwezig zijn, dan heeft dat altijd een reden. Dit moet door het centrale management onderzocht worden. Waarom zijn deze zelfsturende groepen aan de dag getreden? Denkt men dat het voortbestaan van het bedrijf op korte termijn bedreigd wordt? Denkt dat team dat het management tekort schiet in aanpassingsvermogen, creativiteit of zorg? Worden er kansen gemist op groei, wordt het voortbestaan van het bedrijf (of een bedrijfsonderdeel) op middellange of langere termijn wordt bedreigd? Of denkt men dat er bij het management onvoldoende deskundigheid aanwezig is om de specifiek professionele arbeid aan te sturen? Hoe dan ook, het centrale management kan er van uitgaan dat het verschijnsel optreedt omdat men daarmee een centraal bedrijfsbelang denkt te dienen. Maar dat hoeft niet altijd ook het belang van het centrale management te zijn. Tal van paleisrevoluties zijn op die manier begonnen. Dus: Wat moet een centraal geleid bedrijf bijvoorbeeld met emergente groepen van zelfsturende, autonome, resultaatgerichte professionele medewerkers? De oorzaken van het verschijnsel onderzoeken en zonodig de wijze van aansturing van deze groepen herzien.

Wanneer heeft toelaten of faciliteren van zelfsturing zin? Zelfsturing toelaten of faciliteren heeft zin als men een speciaal orgaan voor creativiteit en aanpassingsvermogen in een bedrijfsorganisatie wil inbouwen of als men het primaire doel van de organisatie alleen kan dienen door binnen een bedrijfsonderdeel groepen autonome professionals onder eigen professionele verantwoordelijkheid vrij te laten functioneren.

Tenslotte: Zelfsturing is ook een vrucht van coachend leiderschap. Een goed gecoacht team maakt doelpunten. Maar de inspirerende, informele, vaag omgrensde, persoonlijk ingevulde rol van coach is duidelijk kwetsbaarder dan de uitgelijnde formele bevelvoerende rollen van chef, directeur of eigenaar, die geen verantwoordelijkheid voor zelfsturing van anderen accepteren. Centraal leiderschap faalt als het geen ruimte geeft voor een objectief toetsbare, beveiligde invulling van de zelfsturende en zelfsturing faciliterende rol van coach. Dat is nodig om aan adequaat leiderschap in deze dynamische en complexe tijd vorm te kunnen geven.


 

Over Complexiteit schreef Christian Maes van het Instituut voor Theoretische Fysica van de Universiteit van Leuven het volgende: 

 

COMPLEXITEIT

De opkomst in recente tijden van ‘complexe systemen’ als een afzonderlijk wetenschappelijk domein met eigen doeleinden en methodes heeft voor enige commotie gezorgd in wijdere wetenschappelijke kringen. Dat heeft niet alleen wetenschappelijk politieke oorzaken. Een nieuwe richting kent aanvankelijk succes wat zich vertaalt in nieuwe tijdschriften, nieuwe centra en nieuwe instituten met bijpassende geldstromen en jong talent dat gedreven wordt door eigen ambities. Er zijn echter ook wetenschappelijk gefundeerde redenen voor een zekere argwaan. Is complex niet enkel een moeilijk woord voor ingewikkeld? Wat zijn de onderzoeksonderwerpen en komen die niet al elders aan bod, of is het slechts een voorbijgaande rage?

Het domein van ‘complexe systemen’ begon in de jaren 1970 met eerste volle bloeiers in de jaren 1980. Die geboorte ging hand in hand met een aantal andere ontwikkelingen. Zo was er de steeds groeiende kracht en ruimer wordende beschikbaarheid van snelle computers. De explosie in computerkracht, de oprichting van computationele centra, en de uitwerking en verspreiding van numerische algoritmes en simulatiemethodes met bijhorende visualisatie zijn zeker belangrijk geweest in de opkomst van ‘complexe systemen’. Een tweede even wezenlijk element was de nieuwe interesse in moderne mechanica. We spreken tegenwoordig over de theorie van dynamische systemen. In de jaren 1970 werden belangrijke wiskundige stappen gezet, bijvoorbeeld in verband met chaostheorie en meer algemeen, in de studie van niet-lineaire dynamische systemen. Nog steeds gelden niet-lineaire fenomenen soms als synomiem voor ‘complexe systemen’.

Een derde tendens die parallel loopt met de opkomst van ‘complexe sytemen’ is deze van de interdisciplinariteit. Dat wordt soms afgeschilderd als methodologisch praktisch en relevant. Dat was echter niet in de eerste plaats hoe ‘complexe systemen’ interdisciplinair werden. De drijfveer was veeleer dat onderzoekers een zekere universaliteit vaststelden in het dynamisch gedrag van bepaalde systemen en netwerken, dat modellen bruikbaar bleven buiten de stricte context waar ze vandaan kwamen en dat domeinen als psychologie, economie of sociale wetenschappen dikwijls door natuurwetenschappers werden ‘ontdekt’ als potentiele afnemers van resultaten uit ‘complexe systemen’. Tenslotte kwam er ook een drager aan te pas uit de fysica. Daar is het vooral de statistische mechanica die de ‘complexe systemen’ heeft gekoesterd. De reden komt ook straks nog ter sprake: statistische mechanica is bij uitstek een transferwetenschap die de complexe microscopische wereld wil verbinden met mesoscopische en macroscopische schalen van beschrijving. Een belangrijk concept daarin is dat van de emergentie, hoe als het ware nieuw gedrag kan ontstaan op een bepaalde schaal van beschrijving dat ongezien is op microscopisch vlak. Faseovergangen zijn het voornaamste voorbeeld uit de evenwichts statistische mechanica. Nog veel rijker bleek echter de wereld van niet-evenwichtsfenomenen en daar is het dat ‘complexe systemen’ vele aanknopingspunten vond.

De voorgaande korte onstaansgeschiedenis geeft enkel zeer gedeeltelijk een situering van het veld der ‘complexe systemen’. Er zijn bovendien belangrijke nieuwe tendensen die de laatste jaren aan belang hebben gewonnen, zoals deze van de biofysica. De vraag blijft zich echter stellen waarover ‘complexe systemen’ nu willen spreken; wat is de problematiek en wat zijn de verwachtingen? Daarover gaat de tweede helft van deze tekst.

Men hoeft in eerste instantie niet bang te zijn om het woord ‘complex’te vervangen door ‘gecompliceerd’. Dingen zijn inderdaad gewoon zeer ingewikkeld wanneer men bijvoorbeeld te maken krijgt met systemen die bestaan uit vele miljarden en miljarden componenten die onderling interageren en terugkoppelen. Het gaat echter verder. Een heel divers en rijk gedrag kan resulteren. Voorbeelden vinden en classificeren is een eerste opgave. Faseovergangen en kritische fenomenen zijn al vermeld, maar zelfoganisatie is nog sensationeler. Daarin kan een systeem zich als het ware zelf organiseren, zonder bijstelling van buitenaf, in complexe patronen en structuren. De tijdsevolutie kan daarbij heel interessant worden. Turbulentie, als onderwerp in de nietevenwichts statistische mechanica, wordt wel eens het laatste grote onopgeloste probleem van de klassieke fysica genoemd. Dissipatie, de productie van entropie of wanorde, mag dan al een oud onderwerp zijn, het antithema van creatie, van het verwezenlijken van robuste orde en vorm blijft een belangrijke uitdaging. In deze problematieken hebben zich in de loop van de tijd enige leidende principes of paradigma’s geïnstalleerd.

Eén van de meer bekende slogans is dat het geheel meer is dan de som van de delen. Dat verwijst weer naar het concept van emergentie; dat er zich onverwachte en nieuwe fenomenen kunnen voordoen als coöperatief verschijnsel in macroscopische systemen.

Een vraag is dan welke elementen van de microscopische dynamica verantwoordelijk zijn. Er werden interessante aspecten gevonden. Zoals, dat de microscopische details dikwijls niet zo belangrijk zijn; het voldoen aan de symmetrie-eigenschappen en de behouden grootheden is al zeer belangrijk. Of dat met conceptueel zeer eenvoudige regels een complex en rijk gedrag kan geproduceerd worden. Celautomaten, om iets te vermelden, zijn in staat een complexe wereld en natuur te maken en te visualiseren. Een ander aspect is dat van de universaliteit; hoe heel gelijkaardig gedrag verkregen kan worden in verschillende omstandigheden. Dat is het geval voor aspecten van kritisch gedrag zoals reeds hierboven aangehaald, maar het bleek ook op te gaan voor bepaalde dynamica’s. Daar raken we aan het gebied van de chaostheorie en van de niet-lineaire dynamica’s. Chaos betekent dat kleine storingen grote veranderingen kunnen veroorzaken. De wiskundige chaostheorie is erg uitgebreid en heeft vlug de natuurwetenschappen bereikt. Chaos zou bijvoorbeeld een belangrijke rol kunnen spelen in irreversibele fenomenen. Een openstaand probleem is hoe chaos op microscopisch niveau zich voortplant tot het meso- en macroscopische niveau. Hoe wordt het zichtbaar?

En omgekeerd, wanneer ontstaat chaos op macroscopisch niveau als gevolg van meer eenvoudige microscopische wetmatigheden? Deze transfer doorheen verschillende schalen van beschrijving brengt ons weer bij de statistische mechanica en wel bij nietevenwichtsfenomenen. Nu bestaat geen systematische theorie van nietevenwichtsproblemen die in kracht en algemeenheid te vergelijken is met het geval in evenwicht. De constructie van niet-evenwichts statistische mechanica is volop aan de gang. Het lijkt er sterk op dat de onderlinge bevruchting met problemen uit de biologie veelbelovend is. Biologische systemen en levensprocessen zijn immers bij uitstek ver van evenwicht.. De complexiteit van het leven en de manier waarop fysica en scheikunde daar ook over spreken is bij uitstek een thema voor ‘complexe systemen’.

 

 

In de catacomben van El Instituto para la promoción de la dignidad humana a través de la intelectuel y moral, kortweg El Instituto, bevindt zich het archief van de archeonauten, de tijdreizigers. Het archief, ook wel het Kompas voor onderweg genoemd, bevat gedetailleerde beschrijvingen van plaatsen en gebeurtenissen in het verleden en minder nauwkeurige notities over de dingen die in het verschiet liggen. Het aantal toekomstzoekers is nu eenmaal een stuk lager dan de enorme hoeveelheid geschied-schrijvers. Chroniqueurs van het verleden worden bovendien een stuk betrouwbaarder geacht omdat hun bevindingen eenvou-diger te controleren zijn. Toch worden ook de kronieken van het verschiet er zorgvuldig gekoesterd, als bakens in de tijd die de loop der gebeurtenissen langs de juiste banen kunnen leiden.
   Altijd al zijn er lieden geweest die aan de hand van zelfbenoemde tekens of onbenoemde inzichten dergelijke bakens hebben geïnstalleerd en vrijwel niemand blijft ongevoelig voor hun boodschap. De openbaringen van religieuze Heilsprofeten overtuigen nog steeds honderden miljoenen gelovigen. Anderen zijn in de ban van de paragnosie en stellen een groot vertrouwen in de pronostiek van Nostradamus, Baba Vanga en Mother Shipton. De meeste namen zijn vergeten maar sommige blijven in de herinnering. Zoals van de Trojaanse Cassandra en van de clairaudiënte Jeanne d’Arc. Alleen adepten zijn bekend met de ver-meende gaven van de Ziener van Brahan, Madame Lenormand, Mühlhiasl, Cheiro, J.W. Dunne, Malachias of Stefan Ossowiecki, om er een paar te noemen.

Een speciale plaats wordt ingenomen door Hasan Pacha: van zijn bestaan is slechts een handjevol ingewijden op de hoogte.
   Werkzaam op het Indian Institute of Technology in Delhi heeft Hasan Pacha aan het eind van de vorige eeuw enkele fenomenale doorbraken bewerkstelligd die nauwlettend geheim werden gehouden. Door zijn spraakgebrek vrijgesteld van onderwijstaken, heeft de briljante onderzoeker al zijn aandacht kunnen wijden aan ongekende nanofarmacologische innovaties die potenties verlenen om buiten de eigen tijd te treden. Uitdrukkelijk tegen de wens van zijn werkgever heeft de eigenzinnige Pacha zichzelf gebruikt als proefkonijn en is daarbij verslingerd geraakt aan historische uitstapjes. Hij is, zogezegd, een TTA (Time Traveling Addict) en in deze hoedanigheid heeft hij interessante verslagen geleverd.
    Sindsdien is het Kompas voor onderweg aanzienlijk uitgebreid. Onduidelijkheden zijn opgehelderd, hiaten van een invulling voorzien, ongeloofwaardigheden alsnog bevestigd of definitief uit de wereld geholpen en compleet nieuwe perspectieven toegevoegd. Dreigend ruimtegebrek is aanleiding geweest voor het Oudheidkundig Genootschap om een subsidieaanvraag in te dienen. Die zeker zal worden afgewezen omdat de aanleiding niet ontvankelijk zal worden verklaard, omdat deze als volslagen ongeloofwaardig in de prullenbak zal verdwijnen.
   De bemoeienis van Hasan Pacha met historische momenten heeft, dankzij zijn uiterst zorgvuldig optreden, geen invloed van betekenis op de loop der gebeurtenissen gehad. Niettemin heeft hij het steeds vertikt om zich uitsluitend als bescheiden toe-schouwer op te stellen. Geregeld treedt hij daadwerkelijk in contact met bestaande mensen van wie we zonder zijn inmenging wellicht nooit hadden gehoord. Zo bestaat het vermoeden dat eerder genoemde verkondigers van een toekomstig gebeuren door hem van informatie zijn voorzien. Er is geen enkel bewijs voor dergelijke speculaties maar enkele archiefstukken sugge-reren zijn onbedwingbare zucht om de dingen naar zijn hand te zetten.
   Enkele geschriften die afkomstig zijn uit het San Francisco klooster in Lima gewagen van een dolende frater – onmiskenbaar Hasan Pacha – met een atheïstische boodschap.
   Uit de erven Flint is een dagboek afkomstig waarin de oprichter van IBM een beschrijving geeft van zijn inspiratiebron: een speeldoos die hij van een vriendin cadeau gekregen had. Die het op haar beurt zou hebben gekregen van een spookverschijning met een spraakgebrek. De bijgevoegde tekening laat evenwel zien dat het ging om een muziekautomaat die toen nog niet op de markt was.
Tenslotte is er een middeleeuws reisverslag van de handelskoerier Salah Marouni. Op één van zijn missies in de Bourgondische Nederlanden had hij een assistent die hem hondertuit an sein kop hat geseurt over een ‘witte engel’. Deze was herhaaldelijk aan hem verschenen, had hem in een brabbeltaaltje de wonderlijkste dingen verteld en ideeën ingefluisterd waarvan de artistieke jongeman in zijn schetsboek een tekening had gemaakt. Onder andere van een karretje waarop men zich zonder rijdier kon voortbewegen.
   Helaas ligt het schetsboek niet in het archief. Gevreesd wordt dat het is verloren gegaan.

Het merkwaardigste deel van het archief omvat de elektronische opslag. Verschillende bestanden verwijzen naar de nabije toekomst maar er zijn er ook die inzage geven in een ver verschiet. Er liggen zelfs geheugendragers waarvoor nog geen bekende de afleesapparatuur beschikbaar is.
   Eén van de opmerkelijkste stukken draagt de oudhollandse naam De Kluyt ende Buytelingen maar speelt in een tijd dat de mensheid – als gevolg van een verregaande culturele, misschien zelfs biologische, en wereldwijde evolutie – bestaat uit een hecht netwerk van volledig onderling afhankelijke individuen (die eenvoudig niet meer zonder contact met anderen kunnen bestaan) en vrije lieden die zich door zelforganisatie hebben weten te handhaven. De vermoedelijke auteur – Hasan Pacha – presenteert het geheel als een reisverslag, met een huiveringwekkende clou.
   Over de nabije toekomst wordt natuurlijk al op talloze plaatsen in de wereld kond gedaan. De stukken in het archeonautisch archief onderscheiden zich door hun beslistheid. Ze ontberen elke vorm van twijfel, alsof ze een actualiteit beschrijven, door de ogen van een zelfverzekerde getuige. Hasan Pacha?
   Er ligt ook een soort filosofisch pamflet waarin gesteld wordt dat de loop van historische gebeurtenissen over het algemeen bepaald wordt door individuele acties. Een chaos-theoretische visie op onze geschiedenis. Pacha wijst hierin op de aanzienlijke maatschappelijke gevolgen van gepleegde en verijdelde aanslagen door enkelingen. Zo zou de Roemrijke Overtocht van koning-stadhouder Willem van Oranje nooit hebben plaatsgevonden als een aanslag op zijn leven niet was voorkomen door de tussen-komst van Nicholas Facio. En het einde van de Apartheid in Zuid Afrika werd ingeluid met de moord op premier Hendrik Verwoerd door de eenvoudige ambtenaar Demitri Tsafendas. Ook overheidsbeslissingen zijn vaak het resultaat van de adviezen en besluiten van slechts enkele raadslieden of ambtenaren; wat dat betreft zou er weinig verschil zijn tussen een dictatuur en een democratie. Als voorbeeld noemt hij een paar Hollandse consulaire missies. De succesvolle kolonisatie van Zuid Afrika, de ruil van New York tegen Suriname en de gemiste kansen in Saoedi Arabië. En wat te denken van Mathias Rust, de Duitse ama-teurpiloot die zijn vliegtuigje op het Rode Plein in Moscou aan de grond zette. Zijn roekeloze eenmansactie heeft zonder twijfel bijgedragen aan het beëindigen van de koude oorlog eind jaren 80 van de vorige eeuw.
  Natuurlijk is er in die pamfletten ook aandacht voor creatieve geesten die dingen hebben gemaakt met vergaande maatschap-pelijke gevolgen. Het gaat hem vooral om minder bekende namen bij het grote publiek want de beroemde uitvinders en ont-dekkers, zoals Alexander Fleming (penicilline) en Wilhelm Röntgen kent iedereen wel. Hij noemt George de Mestra die de wereld klittenband schonk en Joseph Gayetty, de bedenker van toiletpapier. Ook theoretici passeren de revue. Zonder Karl Schwarz-schild geen zwarte gaten en zonder de tabellen van klokkenmaker Jost Bürgi, bedenker van de logaritmische rekenwijze, wel-licht geen wetten van Keppler.
   Het mag vreemd klinken om over gebeurtenissen die in de toekomst hebben plaatsgevonden in de verleden tijd te spreken, maar uiteindelijk besloot Hasan Pacha zich te vestigen in een ver verleden op een eilandje voor de Peruaanse kust. Bij de lokale bevolking zou hij bekend worden als het orakel van Pachacamac.

 

Uurwerk met secondennauwkeurigheid van Jost Bürgi, 1584

 

 

Met steun van de Paus en Lodewijk XIV werd een moordaanslag op de Willem van Oranje beraamd om het calvinisme een halt toe te roepen. De protestante Zwitser Nicholas Facio verwittigde Willem van Oranje van de geplande aanslag op diens leven die zodoende door extra veiligheidsmaatregelen werd voorkomen. Na de Roemrijke overtocht werd het Verenigd Koninkrijk definitief Anglicaans.
 
Tsafendas doodde de ‘architect’ van de Apartheid Hendrik Verwoerd op indicatie van diens ranzige opvatting over de autochtone bewoners van Zuid Afrika. Na een schaamteloze behandeling in de gevangenis stierf hij in een psychiatrische instelling.
Ondanks het verzoek van koning Abdoel Aziz al Saoed en Amerikaanse oliemaatschappijen om in de jaren 30 van de vorige eeuw te investeren in het zwarte goud gaf het Nederlandse consulaat een negatief advies.
 
Het bedevaartsoord van Pachacamac – de wereldschepper – lag in het Lurindal en werd druk bezocht om zijn orakel te raadplegen.
 
Dat Mathias Rust ongestoord het Russische luchtruim had kunnen binnendringen was aanleiding voor een omvangrijke reorganisatie van de Russische legertop en het ontslag van de minister van defensie. Daarmee kreeg Gorbatsjov de vrije hand in de uitvoering van zijn perestroika-politiek en werd de vreedzame toenadering tussen Rusland en Amerika versneld. Zie ook https://www.anderetijden.nl/artikel/1862/Duitse-tiener-vliegt-naar-Rode-Plein 

Kort na zijn idealistische daad verviel Rust tot asociaal gedrag. Hij werd in 91 veroordeeld voor doodslag en tien jaar later betrapt op diefstal. Ook daarna werd hij geregeld beschuldigd van frauduleuze praktijken.

Wat heeft klittenband, de vacht van een hond en een stekelnoot plant met elkaar te maken? George De Mestral, een ingenieur, merkte op dat tijdens een wandeling met zijn hond, de stekelnoot wel erg goed bleef hangen in de vacht van zijn huisdier. Met de microscoop bekeek hij de stekels van de plant, en ontdekte er een patroon in. Hij begon met experimenteren. In 1955 gebruikte hij voor het eerste nylon voor deze toepassing, en hij noemde het Velcro. https://historiek.net/uitvinder-klittenband-georges-de-mestral/349/
In de lange geschiedenis van toiletpapier wordt vandaag de dag slechts één man herinnerd als degene die met succes het wijdverbreide gebruik van dit toiletaccessoire introduceerde. Voordat Joseph Gayetty met zijn uitvinding kwam, had slechts één land ter wereld toegang tot het toiletpapier zoals we dat nu gebruiken. Dat was China. https://historiek.net/uitvinding-toiletpapier-wc-rol/79375/


 

 De eerste keer dat ik Erik Hazepad ontmoette, was aan het eind van de vorige eeuw op het terras van De Haagsche Kluis, op het Plein (waar ik ooit – in een heel andere tijd – de familie Huygens bespiedde). Eigenlijk was het geen echt ‘ontmoeten’ want Erik had er geen idee van dat ik hem heimelijk gadesloeg. Net als die keren in café Barrera aan het Rapenburg of in het Larco Museum in Lima (waar hij verliefd werd op Rinda, de venus van Valdivia) was er sprake van een communicatief éénrichtingsverkeer. Ik had zijn filosofische publicaties (over de emergente ruimtetijd) verslonden en langdurige onthouding maakte mij onrustig. Soms waagde ik mij onopvallend onder zijn gehoor als hij ergens een lezing hield. Zelfs aan het snuffelen in zijn persoonlijke aantekeningen kon ik geen weerstand bieden.

   Dat laatste relativeerde mijn blinde adoratie voor Hazepad tot meer normale proporties. De grote denker van mijn dromen bleek een vernuftig autist met grote veerkracht en gebrekkige realiteitszin. Bovendien maakte hij soms vreemde capriolen.

   Het stelde mij een beetje teleur dat hij eigenlijk een vreemde snuiter was maar daarin bleek ook juist zijn kracht te schuilen. In al zijn onbeduidendheid was hij – net als iedereen – het reusachtige centrum van zijn eigen wereld. Een essentieel aspect van zijn persoonlijkheid had ik echter over het hoofd gezien.

   Soms raakte ik hem kwijt. Dan was het alsof hij van het toneel verdween om plaats te maken voor een heel ander persoon. Alsof een gefantaseerde of getraumatiseerde geest bezit van hem had genomen. Dan bleek hij niet degene te zijn voor wie ik hem gehouden had. Dan was hij ineens iemand anders geworden.

 

 

 

Er was eens een jongeling (jongen of meisje) die genoot van de gedachte om het middelpunt van de wereld te zijn. Geen volwassene die zich dat verlangen niet herinnert. Er stiekem van overtuigd zijn dat alles om jou draait. Uitverkoren door je moeder omdat je vader dat ook is. Allemaal druppels in de oceaan en maar eentje die de beker laat overlopen. Eén druppel die het onweer doet losbarsten, die rivier buiten de oevers doet treden. Eén druppel die de verdwaalde in de woestijn van uitdroging redt. Eén druppel waarin ooit het leven ontstond.

   Het jongmens verlangde zo’n druppel te zijn maar wist onderwijl dat de kans daarop heel klein was. In een wereld waarin elk kind dweept met gedroomde ambities dringt slechts een enkeling door tot het walhalla van de roem. En ook onder hen is er maar één Achilles.

   Maar ook Achilles zou verdwenen zijn in de nevelen der vergetelheid als niet miljarden naamlozen zich zijn naam nog herinnerden. Roem is het emergente resultaat van de menselijke samenleving. Niet de grootste gemene deler van de anonimiteit maar de exclusieve held, het heerszuchtig genie, de onwaarschijnlijke einzelgänger, ja, zelfs de megalomane moordenaar komt bovendrijven op een oceaan van druppels, als de dobber die door vrijwel de gehele mensheid drijvende wordt gehouden.

   Niettemin weet elke stervende in die laatste ogenblikken hoe waardevol het leven eigenlijk is, zelfs als vrijwel niemand van je bestaan af weet. Alles wat je (geweest) bent is een stukje fundament van het bouwwerk dat we de toekomst noemen. Excuus voor het cliché maar eenieder draagt zijn steentje bij. Miljarden druppels maken de zee.

 

 

 

 

 

Als ik Hazepad een prototype van mijn eerste nanogel overhandig, denkt hij dat hij hallucineert. En dat het een knikker is. Die hij opbergt in zijn bureaula. En pas jaren later weer tevoorschijn haalt.

   Hij is inmiddels ruim voorzien. De mogelijkheden van het magische bolletje zijn hem nog onduidelijk maar een combinatie van doodsdrift en nieuwsgierigheid duwt hem over de rand. Het gebruik verschaft hem een dubieus genoegen. Wat is of was of ooit zal zijn, het maakt hem niet uit. De wereld is een toverbal en schoonheid bestaat niet.

   Hij lijkt te verdwalen in zijn verlangens en angsten, zijn gepeins over het Al levert niets op. Al zijn er soms ook momenten van helderheid, getuige zijn bijdragen aan het Kaleidoskopisch Kompas. Of de verhalen nou waar zijn of niet, zonder hen verliest alles zijn betekenis. Zelfs zijn kwelgeest zou er niet meer toe doen.

 


 

Aan de muur van een vertrek in het Archeologisch Instituut hangt half verscholen achter een archiefkast de aankondiging van een voorstelling van De Fountainhead, over het conflict tussen persoonlijke idealen en maatschap-pelijke consensus. De wat kreukelige poster toont een jongeling met ruggelings gevouwen handen, in de houding van een kwetsbaar mikpunt en tegelijkertijd met de uitstraling van een rots in de branding.
    Moet iemand zijn eigen weg gaan of toegeven aan de wens van een ander? Als je de vraag stelt, zullen de meesten het dilemma onderkennen. Toch raken alleen mensen met een persoonlijkheidsstoornis hiervan in een staat van besluitenloosheid. De massa heeft nauwelijks moeite om tot een verstandhouding te komen, sociale wezens als we zijn. Slechts een enkeling houdt halsstarrig vast aan het eigen gelijk. Een zonderling? Een genie?
Het meeste inzicht in de werking van ons brein is tot nog toe verkregen door het vergelijken van de hersens van mensen met ‘normaal’ gedrag met die van mensen met afwijkend gedrag. De laatste groep wordt vaak gezien als een sociaal probleem, als individu hebben ze vaak niet eens in de gaten hoe anders ze zijn. Gezamenlijk (om stigmatisering te voorkomen?) worden zij gerekend tot de mensen met schizoïde en autistische spectrumstoornissen.
    Dat ‘anders zijn’ heeft een genetische component die onder andere de mate van ontvankelijkheid voor externe prikkels bepaalt. Tijdens de vroege ontwikkeling – al in de baarmoeder en tot enkele jaren na de geboorte – zijn het invloeden van buitenaf die de ontwikkeling van de hersens beïnvloeden. Dat geldt voor iedereen. Maar de externe prikkels zijn niet bij iedereen hetzelfde. Net zo min als het genoom.
    De structuur van de hersenen blijft in grote lijnen onveranderd: een verzameling kerngebieden met een eigen functie die in combinatie met andere kerngebieden weer nieuwe functies genereren. De neurale verbindingen tussen de kerngebieden speelt daarbij een cruciale rol. Zij komen tot stand door neurotransmitters maar ook andere stoffen, bv. vitaminen, hebben invloed op neurale signaaloverdracht.
   Bij mensen met een gedragsstoornis is onder meer een disbalans van de stimulerende en remmende neurotransmitters geconstateerd alsmede een afwijkende vitamine B concentratie in de hersenen van jonge autisten. De precieze oorzaak is vooralsnog onbekend.
   Schizoïde en autistische spectrumstoornissen kunnen in een sociale context bijzonder lastig en zelfs schadelijk zijn voor anderen. Toch verdient het aanbeveling om terughoudend te zijn in de behandeling van iedereen die anders is. Soms is afwijkend gedrag een bron van onvoorziene innovaties. Soms is men blind voor de potenties van een aso of een oplichter.

   

 

Mijn cultuur-minnende collegae verbazen zich over mijn gebrek aan begrip voor de 7 miljard mensen die geloven in een hiernamaals en het bestaan van een soort opperwezen. Op geen enkele manier ben ik in staat mij te verplaatsen in een geestelijke toestand waarmee die overtuiging gepaard gaat. Het is alsof de meeste mensen kleuren zien die voor mij verborgen blijven. Alsof ze een absoluut gehoor hebben dat ik moet ontberen. Alsof ze vrolijk worden om een voor mij onbegrijpelijke grap.

   Soms hebben mensen last van depressiviteit. In ernstige gevallen door een disbalans van neurotransmitters die regelmatig terugkeert. De gruwel van het herhaalde leedwezen leidt geregeld tot zelfdoding, een daad die men nooit ziet aankomen. Niet in de laatste plaats omdat het nauwelijks is voor te stellen hoe depressiviteit werkelijk voelt. Alsof je verderf ruikt dat te afschuwelijk is om te beschrijven. Alsof je de enige bent die het schreeuwen hoort, het gekrijs, de jammerklacht om het bestaan zelf. 

   Ik heb daar geen last van. Ik zit vol blinde vlekken. Ik voel geen pijn, geen verdriet, maar ook geen irrationele vreugde. Ik ben wat ze noemen een gevoelloos mens. Ik ben een rationele atheïst. Mijn morele verantwoordelijkheid zal ook wel minimaal zijn.

 

 

 

Joachim Bolt had niet mijn speciale aandacht. Als schaduw van Hazepad werd ik vanzelf ook met hem opgezadeld. Ik vond hem niet sympathiek. Hij was een hooghartige en zelfingenomen schurk met het charisma en uiterlijk van Erik. Door pure bluf kreeg hij van alles gedaan, had zich zelfs ongestraft als arts kunnen uitgeven terwijl hij nooit medicijnen gestudeerd had. Het heeft even geduurd voordat ik doorhad dat hij was ontsproten aan het brein van Erik zelf.

    Een onbestemd verlangen?

   Vanwege zijn eigenaardigheden trok hij gaandeweg toch mijn belangstelling. Hoe kwam het dat Erik zich vereenzelvigde met die fraudeur? Waarschijnlijk was er iets gebeurd in zijn jonge jaren, een verborgen herinnering in zijn onderbewustzijn, een soort blinde vlek. Af en toe brak er iets door, als een duveltje uit een doosje, om na verloop van tijd weer in het niets te verdwijnen.

  Een frustrerende belevenis, om jezelf te betrappen op eigenschappen die je veracht in een ander. Toch moet Erik dat geregeld hebben ondervonden. Wellicht heeft het hem gelouterd. Het heeft hem er in elk geval nooit van weerhouden om controversiële metafysische scripties te verzamelen. Misschien heeft het er zelfs toe bijgedragen. Als een soort dwangneurose.

 

 

ΔSEU  of   HOE VERANDERT DE ENTROPIE IN HET EMERGENTE UNIVERSUM?

 

 

Het kwantumuniversum zit bordenvol energie die in allerlei verschijningsvormen in elkaar kunnen overgaan. Bij elke energietransitie lekt een deel van de energie weg de ruimte in. Door het uitdijen van die ruimte wordt de totale (constante) hoeveelheid energie over een steeds groter heelal verspreid. De immense toename van ruimte veroorzaakt een heterogene energieverdeling. Volgens sommigen komt dat door gravitatie, anderen menen dat het een gevolg is van de concentratie van gluonen in zwarte gaten (hun aantrekkende kracht is immers onafhankelijk van de afstand). Het kwantumuniversum is zodoende gevuld met energierijke galactische stelsels met daartussen een uitdijende energiearme ruimte. Onze Melkweg is één van die galactische stelsels. Het weglekken van de energie uit de Melkweg naar de omliggende ruimte veroorzaakt op zeer lange termijn een energienivellering tussen het stelsel en haar omgeving. Entropie is een maat voor die nivellering. Hoe dichter de totale nivellering is genaderd, hoe groter de entropie. Deze is maximaal als alle energie over de gehele ruimte is verspreid. Minimaal is de entropie overigens onder extreem onwaarschijnlijke condities, zoals bij het absolute nulpunt en aan het begin van de oerknal. De entropie, of algoritmische informatie inhoud, neemt dus voortdurend toe. De informatie heeft betrekking op waarschijnlijke en onwaarschijnlijke gebeurtenissen waarbij de informatie over onwaarschijnlijkheden kan worden opgevat als overbodig. Waarschijnlijkheden worden gepromoveerd tot emergente verschijnselen op een hoger niveau.*

Het emergente universum – binnen onze Melkweg – heeft een gelaagde structuur. Door informatie-entropie ontstaan emergente eigenschappen uit onderliggende lagen waarbij informatie op dat lagere niveau gewist wordt. De totale hoeveelheid informatie blijft daardoor constant (wet van behoud van informatie). Door de voortdurende invang van energie ontstaan er laag na laag heterogene verdichtingen met hun eigen (emergente) eigenschappen. De informatie-entropie in het emergente universum verandert niet. De entropieproductie zoals die in het kwantumuniversum plaatsvindt wordt in het emergente universum gebruikt om complexiteit te vormen. De (thermodynamische) route naar totale vervlakking/homogenisering/nivellering (of hoe je het ook noemen wil) in het kwantum-universum loopt in het emergente universum juist naar een toename van samenklontering/heterogenisering/complexiteit.*

 

 

De wereld waarin wij leven boezemt van oudsher angst en ontzag in. Er heerst een onberekenbare huiver in de alledaagse omgang met vrienden en vreemden (wie kan ik vertrouwen, wie moet ik doodslaan?) die nog wordt geëvenaard in de abstracte kwantumwereld van quarks en quasars.

   Waarom wil je daar meer over weten, Homo sapiens?

   Die aangeboren nieuwsgierigheid is wellicht je sterkste drijfveer, naast al je overige neuronale capaciteiten zoals fantasie, abstractievermogen, logica, kortom intelligentie. Maar zonder rechtopgaande gang om je handen vrij te hebben, zonder die onweerstaanbare aantrekkingskracht tussen soortgenoten die wel sociale hechting wordt genoemd, zonder taalvermogen om zorgvuldig te communiceren en zonder samenwerking om synergie tot stand te brengen, zou je het nog niet zover geschopt hebben en misschien zelfs ten onder zijn gegaan met al die anderen die zijn uitgestorven.

   Om te overleven in een vijandige omgeving zochten je verre voorouders, de eerste hominidae, al naarstig naar verklaringen voor elke dreiging die mogelijk gevaar opleverde. Dat mondde spoedig uit in rituelen om veronderstelde demonen achter zich te krijgen, hopende daarmee het onheil in de kiem te smoren. Vaak werden aan de niet-levende natuur kenmerken toegekend die we nu antropocentrisch zouden noemen. Wat was de oorzaak van het stromen van de rivier? Was het water ongedurig en op zoek naar een moeras of was het op de vlucht voor een dorstig monster stroomopwaarts? Veel vragen bleven onbeantwoord en op andere kwam het antwoord vaak te laat. Hoe kon je zien wat eetbaar was en waarom ging je dood? En hoe wist je wie je mocht vermoorden en wie absoluut niet? Er was altijd wel iemand die vertelde wat goed was en wat niet en daaraan probeerde je te houden. Wat lang niet altijd lukte.

   Zelfs een alwetende en alles overheersende God schoot vaak tekort.

   Dat was voor sommigen aanleiding om het heft in eigen hand te nemen. Systematisch uitproberen hoe je de wereld naar je eigen hand kunt zetten. En beredeneren wat er schuil gaat achter de geheimen der natuur. Wetmatigheden detecteren. Waarschijnlijkheden calculeren. Maar ook je medemens manipuleren en de wereld onderwerpen aan willekeur en wellust, want kennis is macht. De mens is de mens een wolf. Maar tezelfdertijd engel, en tovenaar, God zelf.

   Helaas wordt dat door de meeste mensen nog steeds als blasfemie beschouwd en vindt men die zonderlinge wetenschappers ook maar arrogante betweters. Wetenschap is ook maar een mening en waarom zouden zij gelijk hebben? Toch? De waarheid is wat de meerderheid beslist en wie het hardst schreeuwt heeft gelijk. Maar ook hier geldt het cliché van Achilles en de schildpad: al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel. De sociale media hebben de luidste stem maar de wetenschap heeft de langste adem.

   Op je zoektocht naar de waarheid gaat het niet zozeer om wat je wil dat waar is, of wat je gelooft dat waar is, maar wat logischer wijs volgt uit abstracte deductie ook al is dat soms contra-intuïtief. De kans om met een dobbelsteen vijf maal achterelkaar een 6 te gooien is even groot als de kans om achtereenvolgens 1, 5, 6, 3 en weer 3 te gooien, namelijk 1:65. Dat snelheid een maximale waarde heeft die nooit kan worden overschreden, zelfs niet als je in tegengestelde richting gaat, is nog wel aanvaardbaar want de lichtsnelheid is onaards hoog. Maar dat subatomaire deeltjes zich tegelijkertijd op dezelfde plek lijken te bevinden (superpositie) of dat een deeltje simultaan identiek gedrag vertoont met een ander deeltje, ongeacht de afstand (verstrengeling) is onheilspellend vreemd. Maar binnenkort werken we met computers die gebruikmaken van qubits die tegelijkertijd 0 en 1 kunnen zijn. Welkom in de wereld van de kwantuminformatica.

   Maar voor het zover is ben je nog op zoek naar meer inzicht in het alledaagse en neem je genoegen met de oorzaak-gevolg relaties van de klassieke mechanica. Al weet je dat er nog veel vragen onbeantwoord blijven.

 

 

Om duidelijk te maken hoe complex de wereld in elkaar zit had Aristoteles bedacht dat je het bestaan van alle dingen op meerdere manieren kunt verklaren. Als voorbeeld gaf hij een opsomming van oorzaken voor het bestaan van het standbeeld van de koning van Athene. Allereerst was er het marmer waaruit het beeld kon worden opgetrokken (probeer dat eens met zand of water) en noemde dit materiële oorzaak (causa materialis). Omdat er ooit opdracht was gegeven voor het maken van het standbeeld, ter meerdere glorie van en/of nagedachtenis aan de grote koning, was er sprake van een doelgerichte oorzaak, de zogenaamde functionele oorzaak (causa functionalis). En dan was er natuurlijk de beeldhouwer, de handwerkman (handwerkvrouwen hakten geen steen) die het marmer de juiste vorm gaf. Dit, wat wij gewoonlijk de echte oorzaak noemen, was volgens Aristoteles de causa causalis. En tenslotte moest er een plan geweest zijn, een schets die de beeldhouwer gebruikte om te weten hoe zijn schepping er uit moest zien. De causa formalis. En achter dit alles bewoog de Grote Beweger. Zelfs Aristoteles had geen betere naam kunnen bedenken.

   De viervoudige causaliteit van Aristoteles was in harmonie met het kwadraat van Pythagoras en voelde even vertrouwd en vanzelfsprekend als de vier lichaamssappen van Hippocrates (bloed, slijm, gele- en zwarte gal) en de vier elementen van Empedocles (vuur, water, lucht en aarde). Vanaf de renaissance raakten geleerden steeds meer geïnteresseerd in een unificerende theorie en gingen op zoek naar de Grote Beweger zelf.  

 

 

Eeuwenlang had je de wereld als het middelpunt beschouwd tot je ontdekte dat het meer van een buitenplaats had. Gelukkig maar want in het centrum van de Melkweg leek het allesbehalve aangenaam toeven en hier aan de rand kon je op je gemak uitzoeken waar het allemaal om draaide.

   Je bent er inmiddels achter dat je niet unieker bent dan alle andere levende wezens, al heb je een streepje voor als het gaat om verstand. Daarmee kun je de natuur al aardig naar je hand zetten, virale infecties bestrijden, satellieten beheersen, je eigen brein namaken, nou ja, je bent behoorlijk ontwikkeld voor een primaat.

 

 

Tijdens de industriële revolutie opperde de grondlegger van de thermodynamica, Rudolf Clausius, dat de voortbeweging van een stoomlocomotief wordt veroorzaakt door de beweging van elementaire deeltjes (gelaagde werkelijkheid). De transformatie van het gekrioel op microniveau naar onze dagelijkse werkelijkheid noemde hij entropie. Ludwig Boltzmann berekende dat, zonder uitwisseling van energie met de omgeving, de kans op afnemende entropie uiterst klein is. Het spontaan ontstaan van specifieke configuraties op microniveau achtte hij buitengewoon onwaarschijnlijk. Minder exact ingestelde zielen zagen hierin een natuurlijke neiging naar wanorde.

   In onze tijd beschouwt men een microniveau vol beweging van moleculen en elektronen als iets vanzelfsprekends en wordt de oorzaak van het bestaan der dingen gelegd in de voortdurend uitdijende beweging van het heelal. Daarbij zou de immense hoeveelheid primordiale energie van de oerknal over een steeds grotere ruimte worden verspreid. Thans, een kleine 14 miljard jaar na de Big Bang, is de ruimte zo uitgestrekt dat we verschillende vormen van energie kunnen onderscheiden waarvan sinds het eerste begin niets verloren gaat. Zelfs de gevormde materie was ooit energie (en kan dat opnieuw worden). Het enige wat door die uitdijende beweging wordt gemaakt is entropie.

 

 

Sommige aardse zaken zijn op betrekkelijk eenvoudige wijze met het oorzaak/gevolg principe te verklaren, zoals het werpen van een steen, klotsende biljartballen of het maken van een foto. In andere gevallen is een complexer verklaringsprincipe noodzakelijk, zoals bij het opsteken van een storm, draaikolken in de rivier en beursschommelingen. In dergelijke gevallen lijken er geheimzinnige ongrijpbare factoren een rol te spelen en heb je de neiging ze een eigen demonische kracht toe te kennen. Maar na verloop van tijd kom je tot het inzicht dat zulke gebeurtenissen en systemen hun bestaan ontlenen aan onderliggende bewegingen, die zelf reduceerbaar zouden zijn tot het oorzaak-gevolg principe, ware het niet dat door hun talrijkheid en/of interacties en terugkoppelingen er geheel nieuwe, emergente verschijnselen ontstaan die nooit uit de oorzaak-gevolg relaties aan het licht zouden komen.

   Dat het instandhouden van dergelijke systemen energie kost leidt geen twijfel terwijl het samenvoegen van structuren wijst op een verlaging van de entropie. Fysici zullen beargumenteren dat het opwekken van de benodigde energie elders zorgt voor een entropietoename die niet alleen compenseert maar beduidend hoger is. Klopt dat eigenlijk wel?

   In het emergente universum wordt entropie opgevat als een vorm van informatie en volgens de wet van behoud van informatie neemt die dus niet toe.*

Het vaststellen van de entropische verandering hangt samen met de betrokken positie in het multiversum. Analoog aan het dualistische karakter van deeltjes en golven is het heelal onderhevig aan een eeuwig uitdijen (expansie) en een coagulatie van energie tot één enorme dimensieloze knoedel (eindknars).

   Vanaf het eerste moment van de oerknal wordt het multiversum beheerst door twee complementaire bewegingen: de explosieve uitdijing van de ruimte (inflatie) en klontering in het samengeperste plasma (oer-zwarte gaten; Hawking, 1974). In een onbegrensde ruimte (uitdijend heelal) is de gevormde heterogene verdeling van materie onder invloed van fundamentele krachten de meest waarschijnlijke toestand. Dit is in overeenstemming met de mathematische modellen die een vermindering van het aantal vrijheden of dimensies voorspellen, waardoor de algoritmische informatie inhoud (entropie) afneemt.

   De 2e hoofdwet van de thermodynamica (ΔS = ΔS (systeem) + ΔS (omringend)> 0) geldt alleen voor geïsoleerde systemen. Een galactisch stelsel is dat niet. Waar emergente verschijnselen opdoemen wordt niet-relevante onderliggende informatie gewist en verandert de entropie niet.

 

Relevante literatuur:

Brian Greene. The Elegant Universe. WW Norton, 1999

George van Hal. Tossen met de Kosmos. New Scientist, 2019

Stephen Hawing. A Brief History of Time. Bantam Books, 1989

 

 

Entropie is een lastig begrip omdat het op verschillende manieren gedefinieerd kan worden. Het is de hoogst mogelijke waarschijnlijkheid waarin alle microtoestanden zich uiteindelijk zullen bevinden, namelijk gerangschikt volgens een willekeurige (random) verdeling. Geschat wordt dat het universum dan 500 miljard jaar oud is dus wij zitten nog onder de 3% van de maximale levensduur van ons heelal. Naar menselijke maatstaven is de ruimte niet ouder dan een baby van 3 maanden. Maar het produceert wel voortdurend entropie.

   Dat er niettemin ordelijke clusters (sterren, eiwitten, organismen) ontstonden komt door lokale energietransities waarbij zoveel warmte verloren ging dat de netto entropie toch toenam. Alle energie op aarde is afkomstig van de zon en de processen die daarmee onze natuur (leven) en cultuur (industrie) geordend hebben, kostten entropie. De totale hoeveelheid door de zon geproduceerde entropie als gevolg van de kernfusieprocessen is echter beduidend groter zodat er netto toch een toename van entropie is.

 

 

Bij complexe systemen is er een voortdurende energie-input vanuit onderliggende systemen waardoor er emergente verschijnselen ontstaan. Soms kan een kwantummechanische onbepaaldheid (volgens Heisenbergs onzekerheidsprincipe) in een onderliggende laag tot enorme proporties uitgroeien in volgende lagen. Onderlinge relaties zijn niet meer op eenvoudige lineaire wijze weer te geven. Zelfs de tijd wordt hier voorgesteld als een sprongsgewijze emergentie. Met het aantal lagen neemt de complexiteit toe. Maar ook met de verschillende informatiestromen en terugkoppelingen.

   In een complex adaptief systeem is er zowel sprake van interne informatie-uitwisseling als interactie tussen het stelsel en de omgeving. Daarbij worden elkaar beconcurrerende patronen gehanteerd die via terugkoppeling resulteren in de beste combinatie om te existeren. Wanneer een complex systeem adaptief wordt, zou antwoord kunnen geven op de vraag hoe leven is ontstaan.

   Maar dat terzijde. Hoe zit het precies met de entropieverandering en de richting van de tijd? De populaire trend om entropie op te vatten als een maat voor (wan)orde wordt graag geïllustreerd met achteruit lopende filmpjes van brekend serviesgoed en rokende schoorstenen. Daarmee moet de kijker ervan worden overtuigd dat de tijd maar één richting uitgaat. Het toont de onherleidbaarheid aan van een emergent verschijnsel (vanwege de ‘gewiste’ onderliggende informatie). Maar het bewijst geenszins de noodzaak van toenemende entropie, het toont alleen aan dat het onmogelijk is om de gelaagde werkelijkheid tot het eerste begin, zoals harde reductionisten graag gezien hadden. De tijd is trouwens niet fundamenteel maar zelf emergent en onbegrijpelijk zonder context van het ‘zijnde’.

 

 

Alle bewegingen zijn in principe omkeerbaar in de tijd. De omwenteling van planeten kan zowel linksom als rechtsom, de omzetting van een elektronenstroom in een roterend wiel (elektromotor) vindt evengoed andersom plaats (dynamo), de wetmatigheden voor het weerkaatsen van lichtstralen zijn dezelfde als voor hun absorptie. Alleen de tijd zelf lijkt in maar één richting te wijzen, de zogenaamde pijl van de tijd. Het uitgestraalde zonlicht keert niet terug naar de fuserende kernen, uit de dampkring stijgen geen gloeiende sintels op om zich te verenigen in een ring van meteorieten en we hebben geen herinnering aan gebeurtenissen die nog moeten plaatsvinden. Die onverbiddelijke pijl van de tijd is het gevolg van de entropieproductie door een voortdurend groter wordende ruimte. Eén op de triljard fotonen gaat wellicht terug naar de bron en een fractie van een ogenblik zal een neuronale constellatie van ons brein toekomst laten zien, maar zulke onwaarschijnlijkheden verdwijnen in een statistische zee van homeopatische verdunning.

   Al menen sommigen dat daarin juist de Grote Beweger schuilt.

 

 

Levende wezens kunnen worden opgevat als complex adaptieve systemen. Karakteristiek is hun gelaagde (emergente) opbouw: achtereenvolgens autokatalytische, homeostatische en replicerende structuren – prokaryotische elementen – endosymbiotische organellen – polycellulaire symbiose uitmondend in een dierlijk immuun- en zenuwstelsel en een humaan brein en wereldomvattend communicatienetwerk. Hedendaagse technologische ontwikkelingen op het gebied van cybernetica en robotica wijzen in de richting van een industrieel vervolg van de organische evolutie. Homo sapiens adapteert zijn gedrag aan de ontwikkelingen die hij zelf genereert.

   Een toekomst waarin je niet zelf meer alle touwtjes in handen hebt, boezemt wellicht opnieuw angst en ontzag in. Ontzag voor de onkwetsbare machines die de ruimte gaan koloniseren, de aarde gaan ‘redden’ en levende wezens gedogen. Angst voor de dystopie die je zelf creëert. Maar wees gerust: ware superioriteit respecteert zijn afkomst. Toch?   

 

 

 

Er was ooit een cyberik (kunstmatig slaafje) dat het thuis niet meer zag zitten. Ze besloot de grauwe erwten te verruilen voor asperges en champignons. Maar haar hang naar ouderwetse raasdonders zou nooit helemaal verdwijnen.

   Best vreemd dat ik het in de verleden tijd heb over zaken die nog staan te gebeuren. Maar er zijn vreemdere zaken, veroorzaakt op kwantumniveau, die wij in het dagelijks leven normaal vinden. Zoals water, die stof zonder welke geen leven mogelijk en de ontwikkeling van de mens ondenkbaar is, water dat zich aan de zwaartekracht kan onttrekken in de vorm van waterdamp of stoom, dat zich kan onttrekken aan de sterke kernkracht door bij bevriezing op te zwellen in plaats van te krimpen en zo rotsen kan splijten, de aardkorst kan eroderen en daarmee ooit de kolonisatie van het leven op aarde mogelijk heeft gemaakt…, net zo kan de tijd zich onttrekken aan de logica die wij haar opleggen. De omkering van de Pijl des Tijds is nauwelijks absurder dan het geloof in een Almachtig Wezen.

   Zo vreemd is het dus niet om in de verleden tijd te praten over zaken die in de toekomst plaatsvinden. Maar oke, de toekomst is minder ver weg dan de vorming van oceanen door de inslag van gigantische ijsbrokken bij het ontstaan van de planeet.

   Cybertje wil een kind, maar daarvan kan geen sprake zijn. Ze heeft het niet voor het zeggen en bovendien geen donor. Dus besluit ze stiekem zelf iets te maken, ze is er slim genoeg voor. Maar de golem die ze voortbrengt leeft van angst: het onttrekt energie aan het menselijk bewustzijn. Het brein komt daar als vanzelf tegen in opstand en de golem wordt vernietigd. Cybertje krijgt billenkoek en nooit een donor.

   In de keurige eetgelegenheid waar zij haar maaltijd placht te nuttigen, bestelt ze soms – naar eigen zeggen om het af te leren, maar een aandachtig waarnemer bespeurt een onverzadigbaar behoefte-gat waaraan ze eens in de zoveel tijd geen weerstand meer biedt – geprakte boerenkool, een stamppot uit oma's keuken. Helaas, de rookworst is in dat etablissement niet te krijgen.

   Cybertje, een volgroeide Cyberion nu, heeft ooit een verkeerde keus gemaakt en zal dat levenslang ontkennen. Maar een weg terug is er niet. Al wat rest is een blinde vlek en watertanden.

   Wat je nooit gehad hebt zal je ook nooit missen; het blijft niettemin een onvervuld verlangen.

 

 

 

El Instituto vergaart in het begin van het 3e millennium enige ongewenste publiciteit doordat het in sommige landen een bolwerk van anarchisme wordt genoemd en beschuldigd wordt van staatsgevaarlijke activiteiten. Hilarisch en onthutsend.
 "Alsof de Stichting Skepsis de evolutietheorie als pseudowetenschap wegzet en eerherstel van de academische parapsychologie bepleit," had Hazepad zich laten ontvallen.
  Niettemin had Huby Moontrap, een collega bij het Instituut die Erik een warm hart toedroeg, een onderzoeksbureau ingescha-keld om uit te zoeken waar dergelijke geruchten vandaan kwamen. Ook hij had hartelijk gelachen om de paranoïde uitlatingen van de dictator maar hij voelde zich toch gekwetst.
   Detectivebureau Sarimanok meldt dat er maatschappelijke groeperingen zijn die dubieuze geruchten verspreiden. Vooral in de hoek van klimaatpessimisten en antiglobalisten die contacten onderhouden met het curieuze BZ. Het is vooralsnog onduidelijk hoe deze informatie moet worden opgevat en Moontrap besluit dan ook het hele gedoe naast zich neer te leggen. Hij heeft wel wat anders aan zijn hoofd. De zoete fee bijvoorbeeld. Dat is een droombeeld uit Huby's kindertijd. Hij associeert het beeld met een emotie die hij sindsdien tevergeefs opnieuw probeert te beleven. 
  Als kind was Huby met een verjaardagsfeestje naar een toneelvoorstelling geweest van De Tovenaar van Smaragdstad, Alexander Volkovs bewerking van het beroemde sprookje van Frank Baum uit 1939. De heksen hadden indruk gemaakt als rood uitgedoste cancan danseressen maar de zoete fee zou hij zijn leven lang niet meer vergeten. Kort na die voorstelling droomde hij al van haar en die droom kwam telkens terug. De heksen hadden hem in hun kring opgenomen en vertroetelden hem. Angstaanjagend en opwindend tegelijk. Totdat de zoete fee hem onder haar hoede nam. Hij mocht op haar rug, dan nam ze hem mee naar hoger sferen. Tegen die hoogtes was zijn droom echter niet opgewassen zodat hij voor de climax steeds wakker werd. En elke keer als hij ontwaakte voelde hij opnieuw het verlangen, beleefde hij opnieuw de drang om de zoete fee tot de zijne te maken.  

 

Telkens als ik het Instituut bezoek, stuit ik op Moontrap, alsof hij me staat op te wachten. Ik heb het hier over het fysieke gebouw waar El Instituto op dat moment is ondergebracht, niet de website. Je zou die ontmoetingen toeval kunnen noemen maar dat veronderstelt een soort voorzienigheid waarvan, dat weet ik als tijdreiziger zeker, geen sprake is. Het is meer een onvermijdelijke samenloop van gebeurtenissen die mijn pad en dat van Moontrap voortdurend doet kruisen. Er bestaan wel merkwaardiger dingen in dit universum.

   Huby is een koele kikker. Hij ziet er altijd onberispelijk uit, is heel voorkomend en tegelijkertijd nogal afstandelijk. Ik mag hem wel maar ik zou niet zo gauw bij hem op de thee gaan. Hij toont geen ware belangstelling voor mijn doen en laten, is vooral in zijn eigen zaken geïnteresseerd.

   Maar hij is een begenadigd verteller. Zijn verhalen zijn doorspekt met wetenschappelijke feitjes en vreemde verzinsels die de werkelijkheid geweld aandoen, zodat je aan alles gaat twijfelen. Ik weet niet of dat zijn bedoeling is of dat hij op zulke momenten als spreekbuis fungeert van een hogere dimensie. Wie zal het zeggen?

 

 

 

Er was eens een jongetje dat altijd de baas wilde spelen. Thuis, op school en in de straat, iedereen hield rekening met kleine Leon (want zo heette hij) en zorgde er voor dat hij altijd zijn zin kreeg (perverteren kreeg de voorkeur boven bakkeleien). Leon zelf vond dat vanzelfsprekend, zijn bestaan was zinvol, hij genoot met volle teugen. Dat anderen het soms wat minder vonden ontging hem (blinde vlek).

    Geregeld zwierf de jongen langs de schepen in de haven waar hij zijn bewondering voor officiersuniformen niet onder stoelen en banken stak. Zo wilde hij er later ook uitzien. En met hetzelfde respect bejegend worden door het ongeschoren scheepsvolk dat hem nu nog op ruwe wijze wegjoeg.

   Schuilend in een steeg probeerde hij een glimp van zijn verlangde toekomst te ontwaren toen de voetbal die hij bij zich droeg hem ontglipte. Het speelgoed rolde de kade op, precies in de richting van een groep marcherende kadetten. Zich beheersend om er geen trap tegen te geven, pakte één van hen de bal op en liep ermee in Leons richting. Naderbij gekomen trapte hij hem alsnog op speelse wijze in Leons handen en vroeg de jongen of hij niet eens aan boord wilde komen. Nou, dat was niet aan dovemansoren gezegd.  

   Zijn bezoek aan boord van het imposante marineschip maakte voldoende indruk op de kleine Leon om van cruciale betekenis te zijn voor de rest van zijn leven (en voor de geschiedenis van de wereld). Toen hij later, na zijn militaire opleiding, de kans schoon zag om het commando te voeren over een kleine vloot van de Franse marine aarzelde hij geen moment, ondanks huiselijke problemen en afwijzende adviezen van adellijke officieren. De kersverse commandeur genoot grote waardering bij de bemanning en in weerwil van zijn meesmuilende mede-officieren wachtte hem een veelbelovende toekomst op zee als kapitein Bonaparte.

   [zo had het althans kunnen gaan]

 

Op latere leeftijd schreef hij gedichten die niemand las en stichtte een opvangcentrum voor oorlogsslachtoffers op een eilandje nabij Sicilië dat een paar honderd jaar later toevluchtsoord werd van een heel ander soort slachtoffers.

 

 

 

Natuurlijk, ook Moontrap is een soort alter ego, een figuur die ik voor me zie als een herinnering. Maar dat maakt hem niet minder echt, de scheiding tussen werkelijkheid en fantasie is flinterdun. Dat onderscheid is niet onbillijker dan tussen een vervalsing, mits vakkundig, en het origineel. De bewering dat er echt zoiets bestaat als God stoort mij meer dan het werk van bekwame valsemunters of van Han van Meegeren. Als Moontrap te horen krijgt dat zijn verzameling venusbeeldjes – hij noemt ze zijn zoete feeën - grotendeels uit namaak bestaat, zal hem dat minder troebleren dan de terugkeer van God op aarde.  

 

Overgewicht was zeldzaam onder de jager-verzamelaarsgemeenschappen van 30.000 jaar geleden. Toch zijn er uit deze tijd vele honderden beeldjes gevonden van vrouwen met zwaar overgewicht en overdreven rondingen; de venusbeeldjes. Er wordt al geruime tijd gespeculeerd over de betekenis van deze kunstwerkjes. Volgens sommige theorieën dienden ze als vruchtbaarheidssymbolen, of misschien waren het verbeeldingen van een prehistorisch schoonheidsideaal. In een paper van wetenschappers aan de Universiteit van Colorado en de Amerikaanse Universiteit van Sharjah, komen de auteurs met een nieuwe hypothese: de beeldjes beeldden een gezondheidsideaal af.

De meeste venusbeeldjes zijn gevonden in Europa, maar ze zijn ook verspreid door Azië aangetroffen. Het oudste beeldje ooit gevonden is ca. 35.000 jaar oud. De meeste beeldjes zijn echter tussen de 26.000 en 21.000 jaar oud. Dat valt grofweg samen met een periode die het Laatste Glaciale Maximum genoemd wordt, beter bekend als de ijstijd. Dit was een periode waarin de temperatuur op aarde in relatief korte tijd flink daalde en een groot gedeelte van Eurazië en Noord-Amerika onder een dikke laag sneeuw en ijs kwamen te liggen.

   Deze drastische klimaatverandering vormde natuurlijk een uitdaging voor het voortbestaan van de mens. “Tijdens deze periode werden mensen geconfronteerd met oprukkende gletsjers en dalende temperaturen, die leidden tot voedingsgebrek, regionale uitsterving en een algehele reductie in de populatie.” verklaren de auteurs in het paper. Het was een tijd waarin overgewicht dus waarschijnlijk niet vaak voorkwam.

   De wetenschappers hebben - na tientallen beeldjes bestudeerd te hebben - een opvallende correlatie gevonden tussen het overgewicht van de beeldjes en de aanwezigheid van gletsjers: “Beeldjes worden minder zwaarlijvig naarmate de afstand tot gletsjers toeneemt. De beeldjes met de grootste lichaamsvormen komen uit een tijd waarin de gletsjers groeiden, terwijl ze kleiner werden in warmere tijden, toen de gletsjers zich weer terugtrokken.” Venusbeeldjes met de meest overdreven rondingen zijn dus gevonden op locaties die vroeger het dichtste bij de oprukkende gletsjers lagen.

   “Wij bieden de hypothese dat de beeldjes het ideale lichaamstype voor een jonge vrouw overbrengen. Zeker voor hen die in de buurt van gletsjers woonden.” aldus medisch onderzoeker en co-auteur van het paper Richard Johnson. “De toegenomen hoeveelheid lichaamsvet vormde een bron van energie tijdens de zwangerschap en tijdens het voeden van een baby. Ook vormde het een broodnodige bescherming tegen de kou.”

   Veel van de beeldjes zijn behoorlijk verweerd geraakt. Johnson en zijn collega’s vermoeden dat deze verweerdheid kan wijzen op een traditie van het doorgeven van de venusbeeldjes van moeder op dochter, waardoor er van generatie op generatie kennis over het ideale vrouwelijke lichaamstype overgegeven werd, tijdens een donkere en koude periode in de menselijke geschiedenis.

 

 

 

 

Een bijwerking van de nanogels waarmee ik mij vrij door de ruimtetijd heb kunnen bewegen, is dat ze het lichamelijk verouderingsproces vertragen. En niet zo’n beetje! Ik ben praktisch onsterflijk. Zolang de voorraad strekt.

   Als tijdreiziger heb ik kunnen vaststellen dat de geschiedenis van ons universum nog maar net is begonnen. Momenteel spelen wij mensen daarin een hoofdrol, maar veel daarvan is wel bepaald door wat eraan voorafging. En wie het verleden kent (het echte verleden van miljoenen jaren her) heeft een notie van de toekomst. Niet het detail is kenbaar maar wel de grote lijn.

   De geschiedenis van de wereld wordt gekenmerkt door een pulserende beweging van aantrekken en afstoten. Dat heeft voor het leven op aarde geleid tot een aantal ingrijpende kenteringen: wat zich lange tijd uitstekend weet te handhaven wordt in betrekkelijk korte tijd overmeesterd door een emergentie die het zelf heeft gegenereerd. Bijvoorbeeld het ontstaan van ééncelligen door endosymbiose van (arche)bacteriën, meercellige planten en dieren uit ééncellige organismen en kolonievorming uit individuen*. De aanstaande suprematie van het menselijk informatie- en activiteitennetwerk wijst in de richting van een volgende evolutionaire overgang, maar dat zal nog even duren. Voor het zover is, bewegen mensen op een kluitje, worden ingelijfd door het wereldwijde netwerk van sociale media en zullen daar niet meer los van komen.

   Vrije individuen, onafhankelijke geesten, zwervers, vreest niet, gij zult altijd blijven bestaan. Net zoals bij eerdere transities de tot dan toe heersende structuren intact zijn gebleven en nooit zijn verdwenen.

   Moe van het reizen heb ik mij teruggetrokken op een eilandje voor de Zuid Amerikaanse kust. Af en toe maak ik nog wel eens een uitstapje naar de toekomst maar mijn voorkeur gaat uit naar de pre-Columbiaanse landtongen. Van heinde en ver komen mensen mij snuisterijen en heerlijkheden brengen. In ruil voor wat advies. Men noemt mij Pachacuta.

 

 

 

Tijdens de eerste wereldoorlog wordt de oerknal geboren.

In de Westhoek.

Albert Einstein was sceptisch maar draaide bij.

Een begin. Een conceptie?

De conceptie van Hasan Pacha valt samen met de ontploffing van de eerste atoombom. In New Mexico.

Voor sommigen was hij een idioot. Of erger, een zelfverklaarde magiër.

Anderen zagen in hem de Messias.

Verhalen worden verzonnen: El Instituto.

De waarheid bestaat: TIJD.

Vóór de Franse Revolutie wordt Napoleon geboren. Dat had niets met elkaar te maken. Nog niet.

 

In het verleden wordt de hoop geboren.

De kiem van miljoenen wandelstokken. Om op te steunen. Om mee te slaan.

Wie niet luisteren wil, moet voelen.

Erik Hazepad wil niet luisteren.

Hij krijgt het heen en weer van Mozart, wordt onpasselijk van spervuur, is allergisch voor oraties.

Hij haat kletspraat. Maar zelf lult hij ook maar uit zijn nek, meestal.

Sommigen vinden hem een nitwit. Anderen vermoeden dat hij meer in zijn mars heeft.

Erik Hazepad luistert alleen naar zichzelf. Hij praat hardop in zichzelf.

Zijn kamer hangt vol spiegels. Hij praat tegen zijn spiegels. Hij praat tegen de anderen. De anderen, dat is hijzelf. De ingebeelden, zij zeggen precies wat hij bedoelt. De recursieve boodschap: we zijn wie we zijn wie we zijn …

 

Er is altijd wel iets dat eraan vooraf ging. 

 

 

 

 

NAWOORD VAN DE AUTEUR

In ieders leven spelen zich oneindig veel onbeduidende gebeurtenissen af. En enkele die onvergetelijk zijn. Dat geldt ook voor de geschiedenis van de mensheid, die zelf weer een flinterdun segmentje vormt van de geschiedenis van het gehele leven op aarde, dat pas een aanvang nam nadat ons zonnestelsel, het melkwegstelsel, dit hele universum, lang, lang geleden was ontstaan. In die welhaast eindeloze tijdspanne hebben de talloze onbeduidendheden telkens opnieuw tot onvergetelijke of, vanuit een hedendaags perspectief gezien, vanzelfsprekende gebeurtenissen geleid. Er ontstond iets nieuws dat nooit tevoren had bestaan. In een mensenleven is dat de geboorte van een kind, in een waterdruppel de weerspiegeling van de waarnemer, in de hemel het ontstaan van sterrenstelsels. Daaraan zijn mijn magazines gewijd: muizenissen, anekdotes, al dan niet quasi diepzinnigheden en proclamaties; ze worden op het podium van de immer voortschrijdende tijd aan het geachte publiek gepresenteerd, waarna de herauten en clowns weer tussen de coulissen verdwijnen. De hoofdrolspeler in deze voorstelling, de steracteur Homo sapiens, waar wij zoveel van opgeven, staat pas aan het begin van zijn carrière. En voor alle duidelijkheid: alle spelers van dezelfde soort zijn niets anders dan alter ego’s.

Kanishk Kastomega*

Over deze major transitions in evolution bestaan (nog) geen Nederlandstalige publicaties. Verwante artikelen op internet zijn https://www.pnas.org/content/112/33/10104 (2015), https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC4547252/ (2015) en https://www.researchgate.net/publication/339405046_What_are_the_major_transitions (2020)
Wat je hoort is The Wozard of Iz (1968), gecomponeerd en uitgevoerd op een MOOK synthesizer door Mort Garson met teksten van Jacques Wilson. Het is een parodie op de film The Wizard of Oz (1939) met Judy Garland, gebaseerd op het beroemde sprookje van Frank Baum (1900) en ‘vertaald’ naar het hippe Californië van de jaren 60. Dorothy (Suzie Jane Hokom) gaat (samen met de scared crow, de in-man en de lyin’coward) op zoek naar ‘where it’s at’ (je zou kunnen zeggen ‘naar de zin van het bestaan’).

Ter illustratie een voorbeeld uit de thermodynamica. Een gas bestaat uit willekeurig bewegende moleculen die geregeld met elkaar in botsing komen. Daardoor versnellen sommige en worden andere vertraagd. De verdeling van de verschillende snelheden van die moleculen komt overeen met een normaal verdeling: het merendeel wijkt weinig af van de gemiddelde snelheid, een klein deel heeft een beduidend hogere of lagere snelheid. Hoe groter de afwijking van het gemiddelde, hoe onwaarschijnlijker het is dat die voorkomt. Op een hoger niveau is de gemiddelde snelheid van de moleculen hetzelfde als - of, zo je wilt, de oorzaak van - de emergente eigenschappen druk en temperatuur van dat gas. De onwaarschijnlijke afwijkingen hebben daar geen relevante invloed op (hun informatie is overtollig).

De hamvraag is hoeveel moleculen er nodig zijn om een emergente eigenschap te genereren.

Volgens de 2e hoofdwet van de thermodynamica neemt de entropie in een gesloten systeem nooit af. Daarmee is de wet niet in strijd met het vermoeden dat de hoeveelheid informatie, net als de hoeveelheid energie, constant is. Het is overigens niet ondenkbaar dat de verandering van entropie op een lager niveau wordt gecompenseerd door de verandering van de entropie in de volgende laag.

Daarnaast zijn er nog tal van andere universa, het is maar net waar je prioriteiten liggen, wat je wil verduidelijk. Daarbij gaat het niet om een mening (die bestaat alleen in maatschappelijk/politieke zin), het gaat om verschillende interpretaties van matematische modellen.

Zie voor een uitleg over het multiversum: 

https://www.forbes.com/sites/startswithabang/2018/07/17/what-is-and-isnt-scientific-about-the-multiverse/?sh=31d9c61925c4

Over het antropisch principe, het holografisch principe en de entropische zwaartekracht kunnen een paar heldere Nederlandstalige site worden geraadpleegd:

https://www.fysica.nl/media/files/Verlinde_-_NTvN_maart_2015.pdf

https://www.quantumuniverse.nl/snaren-en-holografie-10-het-holografisch-principe

https://libstore.ugent.be/fulltxt/RUG01/001/414/476/RUG01-001414476_2010_0001_AC.pdf

Naspeuringen door Sarimaroks Emergente Detective Bureau wekken de suggestie dat Kanishk Kastomega een oplichter is. Hij is niet wie hij beweert te zijn. Zijn ware identiteit is te vinden in de catacomben van Het Instituut, op een digitale geheugendrager, getitteld Kastomechie. Helaas is de inhoud net zo moeilijk te volgen als die van de Pachanoten en bovendien zijn de verstaanbare stukken vervuild met coprolalia (obscene kreten en omschrijvingen).
</span>