COGNITIEF DISSONANT

In gene zaak is ons weten volstrekt zeker, in alles slechts waarschijnlijk

 

 

 

 

Het wetenschappelijk denken in de renaissance werd gemarkeerd door het intellectuele besef dat niets zeker is en dat de natuur alleen gekend kan worden door waarneming en experiment. Op het maken van de instrumenten die daarvoor nodig zijn werd niet langer neergekeken en het klakkeloos accepteren van eeuwenoude waarheden werd in toenemende mate bekritiseerd.

   Verspreiding van dit gedachtegoed vond in belangrijke mate plaats via briefwisseling tussen geleerden, hetgeen in die tijd zonder periodieken en congressen de aangewezen manier was om elkaar op de hoogte te stellen van innovatieve gedachten. Christiaan Huygens, een telg uit een bemiddelde en invloedrijke familie, nam intensief deel aan deze correspondentie, vooral in het Frans en Latijn. Hij blonk uit in wiskunde, maakte zijn eigen gereedschappen, voerde eigenhandig proeven uit, was een zorgvuldig waarnemer en kon heel verdienstelijk tekenen en musiceren. Bij het exploiteren van deze kwaliteiten werd hij geregeld gehinderd door de gevolgen van opgelopen moeraskoorts en aanvallen van zwaarmoedigheid.

   Hij was dol op zijn acht jaar jongere zusje Susanna, in huiselijke kring werd ze Zus genoemd, maar hij schreef haar zelden. Het deïstische klimaat waarin hij zich bewoog weerhield hem ervan zijn (incestueuze) gevoelens voor haar te uiten, ook al geloofde hijzelf niet echt in God.

   Hieronder een vrije interpretatie van het soms onleesbare Middelnederlandse handschrift uit 1663.

 

 

 

 

Lieve Zus

Om te voldoen aan wat je me vraagt aangaande Schotse stoffen zal ik je zeggen dat de weinige dagen die ik beschikbaar heb ik mij zal inspannen om de goede kwaliteit en mooiste ruiten te vinden.

Veel van mijn tijd in London moet ik gebruiken om het eens te worden met Alexander Bruce hoe een uurwerk op een stampend schip de juiste tijd blijft aanwijzen, om te gebruiken voor de lengtebepaling op zee.

Ik heb Vader uitgebreid geschreven, wat we van de lengtebepaling verwachten en hoe we al zover mee zijn, dat we redetwisten over de verdeling van de winst die ervan zal komen, omdat meneer Bruce volhoudt dat hij er niet weinig aan heeft bijgedragen dat hij heeft uitgevonden, door de slinger zo in te richten dat hij in staat is de bewegingen van een vaartuig te weerstaan. Let er echter goed op dat je er niemand iets over zegt, omdat men ons te veel zou bespotten in het geval dat we niets te verdelen zouden hebben.

Vader is al veel meer overtuigd dan ik van het slagen van de lengte bepaling met een slinger. Hij heeft me zelfs al gefeliciteerd in een gedicht:

                

Ergo quod erratunt tot saecula, corrigit ista

   Machina, quae aeternum spondet tibi Pendula nomen?

   Macte, meus sanguis, tanti te laude coronas,

   Quant erit hoc, digito monstrari et dicier, Heic es. *

 

Ik heb het vermoeden gekregen dat het de Franse koning zou behagen als ik in Parijs wilde komen wonen, en het zal vast worden voorgespiegeld met veel redenen en mooie beloften zonder mij te zeggen hoeveel goud ik daarmee verdien. Ik zal Vader vragen om te weten wat hij wil. Maar ik denk wel haast zeker te weten dat ik zijn antwoord ken.

Onlangs heb ik me laten aderlaten om bevrijd te worden van de derdedaagse koorts waardoor ik weken lang voortdurend heen en weer wordt geslingerd, maar het heeft mij niet geholpen. Ik zou graag willen dat het anders was, maar ik denk niet dat aderlaten helpt tegen zwartgalligheid. Naar ik gehoord heb is er in Engeland een geneeskundige die een goed middel tegen deze kwaal kent. Hij heet Sydenham en ik wil hem deze zomer opzoeken. Gelukkig houdt de gedachte aan jouw toewijding en zorgzaamheid mij op de been. Als het echt te zwaar wordt kom ik naar ’s-Gravenhage.

Omdat je erop stond heb ik meneer Boulliau gevraagd om je horoscoop te trekken, maar hij schilderde een onherkenbaar portret. Daarna schreef hij aan mij ‘Ik heb me vergist als de persoon van wie ik de geboorte horoscoop heb gemaakt niet veel van het karakter heeft dat ik opgaf, misschien houdt ze zich gedekt en verborgen, wachtend op gelegenheden om volgens haar inborst te leven. Als ik het niet goed getroffen heb moet het kleinood niet komen’. Het sterkt mij wederom in de overtuiging dat astrologie zich alleen met het waarnemen van hemellichamen moet bemoeien.

Laatst was ik te gast bij de Duartes en ik heb weer grandioos genoten van de muzikale voorstelling van Francisca en haar broer we hebben de sarabande gedanst tot diep in de nacht en ik voelde mij heel plezierig. Maar later werd ik gekweld door een droefgeestigheid en sommige mensen in mijn omgeving zeggen dat het komt van mijn losbandigheid waarvoor ik wordt gestraft. Zij houden mij voor dat mijn koortsdromen het werk zijn van God omdat ik de onzichtbaarheid van Zijn werken op aarde in twijfel trek. Maar in gene zaak is ons weten volstrekt zeker, in alles slechts waarschijnlijk. En als het om het aanvoeren van argumenten gaat weet ik niet of zij er zullen vinden die krachtig genoeg zijn om mij tot zo belangrijke inzichten over te halen. Want zij schrijven gezag toe aan de schrift die veranderd kan zijn, aan mensen die zich vergist kunnen hebben: hoe ver staat dat alles niet af van de klaarblijkelijkheid der wiskundige bewijzen.

Alas, ik ben nu niet zo zwaar op de hand als het wel lijkt maar ik ben het niet gewoon om mijn harte roerselen aan het papier toe te vertrouwen, ik schrijf dit alleen aan mijn beminde kleine zusje op de schommel in de tuin aan het Plein. In haar schommel zag ik Galilei’s slinger. Hij had alleen een zetje nodig.

       

                                                                Je zeer toegenegen broer

                                                                    Christiaan Huygens

 

 

 

 

 

Bewonderd en verguist. Christiaan Huygens dwong bij zijn tijdgenoten respect af maar hij was niet geliefd. Dat wetenschappers als hijzelf met hun wonderlijke tovenarijen de grootsheid van Gods schepping manipuleerden, bestreed hij fel. Zijn openlijke blasfemie werd evenwel uitgelegd als een onschuldige bijkomstigheid naast de veelbelovende ont-werpen van zijn hand. Huygens’ voornaamste verdiensten zijn theoretisch van aard maar hij maakte de meeste indruk met de instrumenten die hij vervaardigde op het terrein van de sterrenkunde en tijdmeting. Hij streefde naar praktisch hanteerbare oplossingen. Met dit motto hoog in het vaandel heeft hij zijn leven lang tevergeefs getracht zijn uurwerk geschikt te maken voor de lengtebepaling op zee.

   Christiaan was verslingerd aan opzwepende volksdeuntjes maar zijn hart ging vooral uit naar de zacht murmelende wiegeliedjes die Zus voor hem zong als hij in Hofwijvk verbleef om te herstellen van zijn koortsaanvallen en depressies. De cognitieve dissonantie, zijn innerlijk conflict tussen ratio en emotie, zijn verlicht en vrijzinnig wereldbeeld tegenover de maatschappelijke conventies, zijn verlangen naar onafhankelijkheid versus zijn onderwerping aan de wensen van zijn vader, volgens sommige psychologen is dat bij ontwikkelde mensen met wetenschappelijke aanleg juist de trigger tot uitzonderlijke genialiteit.

  

 

 

Gerelateerde Nederlandstalige literatuur:

C.D. Andriesse. Titan kan niet slapen. Olympus, 2007

Vincent Icke. De principes van Huygens. Historische Uitg. Groningen, 2013

Rienk Vermij. Christiaan Huygens. Veen Magazines, 2004

 

Een Nederlandstalig gedicht van Constantijn Huygens ter verheerlijking van zijn zoons zeewaardig uurwerk luidt als volgt: 

Aan mijn zoon, op zijn uurwerk 

Zoon, die, door Gods beleid, de kloeke vinder zijt

van dezer gangen onbewegelijk bewegen:

hoe 's werelds slingeren u gaan moog', mee of tegen,

heb haar eenparigheid voor ogen te allen tijd.

Hebt gij het zwakke werk in 't schudden van de baren

tot ongevoel gebracht van alles wat het lijdt:

gedenk wat u betaamt in alle wedervaren,

die door des Heren Geest vol rede-krachten zijt.

Stel vondst en vinder, geest en raderen te zamen:

't Waar' jammer dat het werk de meester zou beschamen.