HET EINDE DER TIJDEN OF EEN NIEUW BEGIN

Tertium non datur: een derde mogelijkheid is er niet!

 

 

Iedereen is vertrouwd met de beginselen van de logica: Socrates is een mens; mensen zijn sterfelijk; ergo, Socrates is sterfelijk. Analoog hieraan: elk verhaal bestaat in de werkelijkheid; de bestaande werkelijkheid is waar; ergo, elk verhaal is waar. Fantasie, onwaarheid, leugens en bedrog, ze bestaan, desnoods in een alternatieve werkelijkheid. Wie het hardst roept heeft gelijk.

   De waarheid is, net zo min als logica, iets dat op zichzelf staat. De waarheid is, net als de tijd, iets van het brein. Zonder brein geen afspraken, geen rekening, geen authenticiteit. Zonder brein lijkt alles mogelijk.

   In een wereld van louter bacteriën bestaat er nog geen brein. Wel of geen brein is bepalend voor de keus tussen waarheid en bedrog. Die keus wordt gemaakt door Homo sapiens en is het resultaat van een evolutionair proces. Zonder evolutie geen waarheid. En omgekeerd, zonder waarheid geen evolutie (de waarheid is als de dood).

   De werkelijkheid bestaat wel. Ook buiten ons. De waarheid zit alleen maar in ons hoofd.

   De waarheid maakt dus deel uit van onze werkelijkheid. Wiskundige modellen, ontsproten aan ons brein, beschouwen we als de waarheid bij uitstek. Zonder wiskundige onderbouwing worden verzinsels afgedaan als bedrog. Wellicht heeft een verzinsel tijd nodig om in het juiste perspectief te geraken. Als een stukje van een multidimensionale puzzel. Of een meervoudig logische tussenstap in een kwantumprocessor. Wellicht geldt tertium non datur dan niet meer.

 

 

Een niet onaanzienlijk deel van de mensheid gelooft in de onveranderlijkheid van het universum, een werkelijkheid zonder emergentie, een zinsbegoocheling vol kortstondige herhalingen. Een ander deel van het mensdom is overtuigd van een onbestendige wereld, van een universum als bron van transities: alles wat nu is, was ooit nog in wording en zal in de toekomst verdwenen zijn. Niets is blijvend tegenover alles blijft hetzelfde. Dit eeuwenoude schisma werd ruim vóór onze jaartelling verwoord door Heraclitus (alles stroomt) en Parmenides (schijn bedriegt).

   Aan het begin van het 3e millennium telt Nederland een miljoen echte babyboomers. Wereldwijd leven er nog tientallen miljoenen die kort na WO2 werden geboren. Toen zij eind jaren 70 de gemiddelde leeftijd van 30 jaar hadden bereikt, bestond er nog geen internet, geen mobiele telefonie, geen kunstmatige intelligentie. Nieuwe films zag je in de bioscoop en gewasveredeling vond plaats zonder direct gesleutel aan het DNA. Uit eigen ervaring weten deze babyboomers dat alles een begin heeft, dat alles ooit geboren wordt, er niet altijd geweest is en niet altijd bestaan heeft. Voor de 1e keer in de geschiedenis zijn er getuigen van wereldomvattende veranderingen: dat de concentratie CO2 in de atmosfeer is gestegen met meer dan 30%, dat een groot aantal vrijlevende soorten planten en dieren is uitgestorven, dat het mensdom wereldwijd wordt geplaagd door virussen, wappies en deepfake.

 

De werkelijkheid is voortdurend anders. Of de waarheid verandert steeds. Een derde mogelijkheid is er niet.  

 
Heraclitus had gelijk, de voortstromende werkelijkheid is voortdurend anders. Op termijn omvat de werkelijkheid elke waarheid en verzinsel, morele en esthetische beginsels en alle logische redenaties. Elektriciteit, coherent licht, kwantumverstrengeling, superpositie, het zijn werkelijke, bestaande fenomenen (buiten ons om). Het is aan onze technologische innovaties om ze te ontdekken. En die technologische innovaties ontspruiten aan ons brein, ons bewustzijn! Ons brein, dat na een evolutionair proces van miljarden jaren is gevormd, stelt ons nu in staat om datzelfde proces te doorgronden. Zoals astrofysicus Karl Sagan het in 1980 al formuleerde: We are a way for the universe to know itself. Naarmate ons brein dieper doordringt tot zaken die met het blote oog niet te zien zijn, met gezond verstand onbegrijpelijk blijven en ondanks logisch redeneren niet verklaard kunnen worden, neemt de technologie een steeds grotere vlucht. Diezelfde technologie zal ons bewustzijn ook weer verder uitbreiden. De wisselwerking tussen technologie en brein zal een steeds verdergaande complexiteit aan de dag leggen die op een bepaald moment de input van ons brein te boven gaat. Vanaf dat moment kan de technologie verder evolueren zonder bijdrage van de mens. Het is een thermodynamisch proces waarbij aanvankelijk bewustzijnsenergie als noodzakelijke input moet worden toegevoegd totdat een kantelpunt wordt bereikt dat voldoende technologische energie doet vrijkomen om het proces op gang te houden. De hiermee samenhangende afname van de entropie wordt gecompenseerd door instromende energie vanuit het universum. De vraag is alleen, blijft ons brein c.q. de mens lang genoeg bestaan om deze ontwikkeling te doen plaatsvinden of sterft Homo sapiens voortijdig uit, door de gevolgen van overbevolking (onleefbare planeet). Als we de roofbouw op deze aarde lang genoeg kunnen volhouden zonder het loodje te leggen kunnen we misschien het evolutionaire stokje doorgeven aan cyberman (Cybero sapiens).
 
Sterrenstof
De mens (en zijn bewustzijn) is er niet altijd geweest. De eerste mensachtigen ontstonden ongeveer 8 miljoen jaar geleden via Darwiniaanse evolutie te midden van Afrikaanse primatenpopulaties. Daar kwam zo’n 4,5 miljoen jaar later het moderne sapiensbrein uit voort. Het orgaan omvat 100 miljard neuronen, zenuwcellen die 800 miljoen jaar geleden hun intrede deden in de eenvoudigste meercellige wezens, de Placomorfa, clustervormige kolonies van eencellige eukaryoten die destijds als grootste levensvorm de wateren bevolkten.
   De overgang van eencellige naar meercellige organismen vormt één van de laatste emergente transities tijdens de organismale evolutie op aarde. Eerdere transities waren de transsynergetische overgang van prokaryotische microben naar eukaryotische eencelligen (endosymbiose) en het ontstaan van leven uit niet-levende moleculen (abiogenese).
   De moleculaire verbindingen in de aardkorst zijn afkomstig uit de interstellaire gaswolk waaruit 4½ miljard jaar geleden door samentrekking en interne gravitatie ons zonnestelsel is ontstaan. De oorspronkelijke moleculaire gaswolk bestond voornamelijk uit waterstof. De grotere atomen en moleculen zijn afkomstig van eerder geëxplodeerde instabiele sterren. Omdat levende wezens, waaronder wijzelf, zijn opgebouwd uit dergelijke grote moleculen noemt men onze bouwstenen ook wel sterrenstof (we are stardust).

 

De mensheid is ontstaan door een evolutionair proces van synergetische transities en natuurlijke selectie of de mens is geschapen door God. Een derde mogelijkheid is er niet.

 
Vanaf het moment dat Homo sapiens definitief besloot om het nomadenbestaan op te geven en zich permanent te gaan vestigen (ca. 20 000 jaar geleden) ontstonden er ingrijpende veranderingen in de sociale structuur van de soort. Een relatief klein deel domineerde de overgrote meerderheid en naarmate samenlevingen groter werden nam de ongelijkheid op het gebied van macht verder toe. Tot op de dag van vandaag beschikt slechts een klein percentage van de wereldbevolking over het lot van de rest.*

   Halverwege deze eeuw zijn er meer dan 8 miljard mensen op aarde. Slechts een fractie daarvan heeft voldoende knowhow om aan technische ontwikkelingen bij te dragen terwijl het merendeel profiteert van die technologie (auto’s, vaccinaties, mobieltjes). Bij evolutionaire processen is het niet ongebruikelijk dat slechts een klein deel van de populatie over de beste eigenschappen (attributen) beschikt om te overleven en daarmee de populatie een generatie voortzet. Stapje voor stapje worden zo de beste attributen over de hele populatie verspreid. Voor de mensheid zou dat kunnen betekenen dat na verloop van tijd een steeds groter deel over voldoende technische vaardigheden zal beschikken om apparaten te bedienen.

   Om ze ook zelf te kunnen maken, is een ander verhaal. Daarvoor is ook een transformatie van de omgeving nodig in de vorm van fabrieken met synergetische technologie. Dat houdt in dat er een omgeving van bestaande technologie moet zijn waarin innovatieve ontwikkelingen mogelijk zijn. Dit lijkt een economisch propagandapraatje maar het gaat om het ecologische effect ervan op de wereldbevolking. Al is het niet waarschijnlijk dat de beste attributen op korte termijn over de hele populatie worden verspreid. De beste attributen worden weliswaar steeds beter maar degenen die erover kunnen beschikken vormen slechts een fractie van de populatie c.q. van de wereldbevolking.*

   Alle levende wezens danken hun bestaan aan sterrenstof, maar Homo sapiens heeft, – zonder epigenetische modificaties in de vorm van een reproductieve ‘koningin’ en non-reproductieve kasten zoals kenmerkend voor is andere eusociale diersoorten – een wereldomvattende dominante positie kunnen bereiken. Alle menselijke individuen hebben, ongeacht hun seksuele voorkeur, in principe dezelfde potenties. Gods wegen mogen dan ondoorgrondelijk zijn, evolutionaire wegen zijn vooral onberekenbaar. Sterrenstof is een grillig goedje.

 

Wereldbranden

Veel mensen maken zich (terecht) zorgen over de toekomst. De bevolkingsexplosie trekt een zware wissel op het milieu, op de hele biosfeer zelfs. Er is sprake van een ongekende vervuiling die zich niet beperkt tot de biosfeer maar de hele planeet ingrijpend aantast. De atmosfeer stroomt vol met broeikasgassen en de hydrosfeer stroomt over door het smeltwater. De beste manier om dat nog een halt toe te roepen is met onmiddellijke ingang te stoppen met voortplanten. Dat gaat niet gebeuren, dus de mensheid kan zich beter voorbereiden op het einde. Of op een nieuwe wereld.

 
 

  

Afbeelding: analyse effectieve acties ter vermindering van de uitstoot broeikasgassen per individu.

Met kop en schouders op de 1e plaats: één kind minder krijgen (CO2reductie ca.70 000 kg/jaar).

Op bescheiden afstand gevolgd door autovrij leven (CO2reductie ca. 3000 kg/jaar op de 2e plaats, minder vliegen (CO2reductie ca. 2000 kg/jaar) op plaats 3 en groene energie gebruiken (CO2reductie ca. 1300 kg/jaar), plaats 4.

https://iopscience.iop.org/article/10.1088/1748-9326/aa7541

 

Het spookbeeld om als soort te verdwijnen is niet nieuw, eeuwen geleden maakte men zich al zorgen over de eindtijd. Armageddon en Apocalypse, galactische conjuncties en de nucleaire winter, herhaaldelijk hebben mensen gewezen op boze voorboden met als doel om het menselijk gedrag te sturen. Bijbelse en astrologische argumenten zijn vervangen door ecologische en klimatologische, maar de onheilsboodschap is dezelfde: het einde is nakend.

   Niet iedereen is het erover eens of dat einde alleen de mensheid betreft of alle leven op aarde. De angst voor kernwapens en atoomcentrales hangt samen met het laatste, terwijl de planetaire opwarming alleen huidige samenlevingen zal ontwrichten. Waaronder de onze. Maar veel levende wezens zullen er juist wel bij varen.

   In het verleden zijn er trouwens veel meer soorten wezens uitgestorven dan er nu nog leven. De laatsten hebben overigens hun bestaan vaak wel te danken aan al die verdwenen voorgangers. Dat geldt ook voor Homo sapiens, al heeft onze soort, in tegenstelling tot andere dieren, wél in de gaten wat er aan de hand is. Het probleem is echter dat ons verstand vaak overschaduwd wordt door ons gevoel. Met als gevolg de geëmotioneerde belangenafweging, het onvermogen om langetermijneffecten te begrijpen, gebrek aan echte solidariteit met nakomelingen (duurzaamheid is verworden tot mode), de onwil om dominante verworvenheden op te geven. Kortom, onze biologische wortels weerhouden ons ervan om het evolutionaire proces voort te zetten.

   De logische gevolgtrekking is dat we als soort tekortschieten. Als we ons erfgoed zeker willen stellen hebben we twee opties: we veranderen onze biologische wortels of we zetten ons in voor het evolutionaire proces. Een derde mogelijkheid is er niet.

   Er is voldoende biotechnologische kennis voorhanden om iets aan de wortels te veranderen maar de publieke opinie zal weinig heel laten van zulke plannen en trouwens, een wereldwijde toepassing is praktisch onmogelijk. Daadwerkelijk ingrijpen in de evolutie lijkt eveneens een schromelijk gebaar van hoogmoed, maar de technologische ontwikkelingen bieden wel mogelijkheden als het om de toekomst gaat: het scheppen van een nieuwe soort. Waarover straks meer.

   De kans dat de aarde wordt gekoloniseerd door aliens is nihil evenals de kans dat onze planeet binnenkort getroffen wordt door een planetoïde met een doorsnede van een paar honderd kilometer (zoals 65 miljoen jaar geleden bij Yucatan). Het regent dagelijks ruimtepuin waarvan het merendeel wordt verbrand door de zuurstof in de dampkring. Alleen hele grote brokken kunnen inslaan maar eventuele schade blijft beperkt tot de lokale omgeving. Nee, vanuit de ruimte valt niet veel te vrezen.

   Grote plagen door ziekteverwekkers zijn veel realistischer. Tegen insecten, hoewel venijnig en vaak dragers van pathogene parasieten, zijn we gewoonlijk wel opgewassen. De onzichtbare micro-organismen vertegenwoordigen echter de gevaarlijkste wereldbrand. Antimicrobiële resistentie steekt steeds vaker de kop op (bacteriën die ongevoelig zijn voor antibiotica) en tegen virussen bestaat eenvoudig geen geneesmiddel. Tegen virale infecties zijn we volledig aangewezen op ons afweersysteem, dat we vooraf eventueel kunnen oppeppen met een vaccin (maar dan moeten we het virus wel al kennen). Hoe kleiner een micro-organisme – en virussen zijn de kleinste – hoe sneller hun DNA kan evolueren, hoe sneller een virale infectie de proporties kan aannemen waartegen ons afweersysteem niet meer is opgewassen. Pandemieën liggen op de loer en naarmate mensen en hun huisdieren dichter opeen leven, des te groter is de kans op een uitbraak.

   Tenslotte is er de gigantische kloof tussen arm en rijk, waarbij het niet alleen gaat om geld (en macht) maar om de hele leefomgeving met alle voorzieningen en potenties. Bij het uitbreken van een wereldbrand, zelfs als die de hele wereldbevolking raakt, is de kans om te overleven beduidend groter voor degenen die tot het rijke deel behoren. De constatering dat de rijken steeds rijker worden kan logischerwijs alleen komen doordat ze in aantal afnemen (minder varkens maken de spoeling dikker) of dat de armen steeds meer moeten inleveren (de rijkdom moet ergens vandaan komen). Een derde mogelijkheid is er niet.

 

De angst voor de toekomst is gegrond. Niemand wil dat zijn/haar nageslacht zal uitsterven. We moeten alles in het werk stellen om dat uit te sluiten. Solidariteit is onze enige overlevingskans.* Solidariteit met de hele wereld. Alleen met mededogen en waardigheid krijgen we de branden onder controle.

 

 

Transsynergische evolutie

Mensen ontstonden een paar miljoen jaar geleden en onze geschreven geschiedenis is nog geen 4000 jaar oud. De verandering die onze samenleving de afgelopen 20 000 jaar heeft ondergaan is van een heel andere aard dan de voorafgaande biologische evolutie. Sommigen spreken van een culturele evolutie maar dat wekt de indruk dat cultuur uniek is voor de mensheid. Ik noem het liever een technologische evolutie vanaf het ontstaan van landbouw en het maken van vuur via het slijpen van lenzen en ontwerpen van fabrieken tot en met het bestrijden van ziektes en lanceren van interstellaire sondes. Natuurlijk is deze ontwikkeling niet aan zijn einde.

  

Evolutie is niet iets uit het verleden, evolutie is een proces van voortschrijding. Er is een evolutie van de toekomst. Met of zonder mensen. Een derde mogelijkheid is er niet

 

Technologische evolutie is de enige evolutie die mensen hebben meegemaakt. De tijdschaal van biologische evolutie valt buiten de menselijke ervaring. Sommigen spreken van een culturele evolutie (techniek is een onderdeel van de cultuur). Ik noem het liever een transsynergetische ontwikkeling (versus de Darwinistische evolutie) omdat cultuur meeromvattend is (kunst en alfa-gerelateerde kennis) en onze technologische knowhow wellicht onze belangrijkste bijdrage is aan de kosmische evolutie.

   Het menselijk brein kan worden opgevat als een zelfstandig organisme als het gaat om behoeftebevrediging. Zoals alle levende wezens de fundamentele behoefte hebben om te overleven (o.a. eten, drinken, beschutting) heeft het brein behoefte aan informatieverwerking en –uitwisseling (o.a. aandacht, contact). Sommigen zien die behoefte zelfs als een optie tot verslaving. De magische informatietechnologie heeft daardoor een gegijzelde markt met een omzet die duizenden malen groter is dan de bedrieglijke droommachine van genotmiddelen en drugs. De economische motor zal onherroepelijk de technologie verder opstuwen.

   Het valt te verwachten dat de toegepaste wetenschappen nog deze eeuw voldoende aanzet zullen geven om in de 22e eeuw autonome machines te bouwen die zichzelf kunnen herstellen en bouwen (duplicatie). Feitelijk zijn deze machines, die overigens geen uiterlijke kenmerken van bestaande wezens hoeven te hebben, een evolutionaire voortzetting van onze soort. Na Homo sapiens komt het tijdperk van Cybero sapiens. Wat geenszins hoeft te betekenen dat de mens verdwijnt.

   Angst voor de heerschappij der machines bestond al in de 19e eeuw.& Toekomstverhalen waarin AI de mentale vermogens van de mens overtreft, zijn altijd dystopisch. Men verwacht steevast een overheersing door kille robots die de macht overnemen en ons onderwerpen aan een slavenbestaan. Is dit een misplaats soort schuldbesef omdat we die robots als onze eigen slaven beschouwden? Als intelligente machines ons werkelijk in van alles overtreffen hebben ze ons niet nodig, zullen ze ons in onze waarde laten en onze eigen gang laten gaan. Het is allemaal een kwestie van programmeren en vooralsnog staan wij aan het roer. Alleen voor het machtsmisbruik van ander mensen moeten we beducht blijven.

   De intelligente machines van de toekomst zullen onze planeet gebruiken als springplank, niet als de bakermat waarop levende wezens voor hun bestaan waren aangewezen. De biosfeer als orgaanstelsel van het superorganisme Gaia verspreidt met hen de vruchten van 3½ miljard jaar organische evolutie. Wat overkomt als zweverige esoterie is wellicht het doel van ons bestaan, de zin van het leven. Het is in elk geval onontkoombaar.

   Velen twijfelen daaraan. Voor het zover is hebben we alles om zeep geholpen. Misschien kan het leven opnieuw beginnen, misschien zijn zelfs niet alle mensen vernietigd, maar intelligente machines zullen er dan voorlopig niet komen. Anderzijds, met een beetje optimisme valt te verwachten dat een deel van de mensheid, waarschijnlijk het deel met macht en kennis, zal volharden in wat zij vast hun goddelijke taak noemen.

   Het ligt niet in onze natuur om vrede te hebben met het galactisch uitzwermen zonder daar zelf aan mee te doen. We zijn vast bereid om verkennende machines op weg te sturen zoals ook nu onbemande ruimteschepen de interstellaire omgeving verkennen. Maar zodra het gaat om de kolonisatie van nabije hemellichamen en de sondes de aarde verlaten als een sporenwolk van een planetaire stuifzwam zullen talloze avonturiers hun plek opeisen. Nu al is de wachtrij voor bemande vluchten naar Mars schier eindeloos.

   Levende wezens zoals mensen zijn niet gebouwd voor interstellaire reizen. De organische evolutie is afgestemd op aardse condities. Voor extra-terrestrische omstandigheden moet ons lichaam op allerlei manieren worden aangepast/beschermd. Dat is ingewikkeld, kostbaar en onhandig. Het zal mensen er niet van weerhouden om het toch te proberen.     

   Een praktischer maar ingrijpender manier om o.a. ruimtepakken, cryo-slaap of kunstmatige hibernatie overbodig te maken, is de toepassing van hersenemulatie, het digitaliseren van het menselijk brein in een (kwantum)computer. Futuristische speculaties worden zelden gewaardeerd maar dat is van alle tijden. Bij de eerste beeldtelefoons in 1964 waren mensen bang dat ze hun gezicht zouden verliezen. De ontwikkeling van magnetrons werd belemmerd door angst voor blindheid, impotentie, hersenschade en stralingsziekte. En het elektriciteitsnet kon alleen maar leiden tot de ondergang van de mensheid (sommigen vinden dat nog steeds).

   De implantatie van een (deel van een) organisme in een ander (groter) organisme staat in de biologie bekend als endosymbiose. Zo waren de chloroplasten die zorgen voor de fotosynthese van planten ooit zelfstandige wezentjes en worden veel lichaamsprocessen geregeld door interne bacteriën (bv vitamine-K productie bij de mens). Andere voorbeelden zijn te vinden bij gedragsmanipulatie door parasieten (voor eigen gewin). Zoals de eencellige Toxoplasma gondii die de dopamineconcentratie in de hersenen van muizen (tussengastheer) verhoogt waardoor deze worden aangetrokken door urine van katten (eindgastheer).* Organische implantatie is een evolutionair standaardingrediënt. De inplanting van de mens in een machine valt in dit kader niet uit de toon.

   Omdat het waarschijnlijk is dat het bevoorrechte deel van generalist Homo sapiens met zijn grenzeloze aanpassingsvermogen voorlopig de aarde zal blijven bevolken, valt te verwachten dat de technologische verworvenheden behouden blijven. De mensheid zal verdeeld zijn zoals altijd het geval was. Er zijn er die de gemeenschappelijke technologie de hoogste prioriteit zullen geven. Door middel van informatie- en fysieke technologie zullen zij samensmelten als een collectief wezen. Anderen die niet door het collectief worden aangetrokken, zich er al dan niet tegen verzetten, die technologie minder gewicht toekennen dan medemenselijkheid of de levende natuur, die er eigen, wellicht krankzinnige en soms zelfs ondermijnende ideeën op na houden, zullen als dartele buitenstaanders het evenement bijwonen zonder er daadwerkelijk aan deel te nemen. Kortom, aardbewoners behoren tot het collectief of tot de individualisten. Een derde mogelijkheid is er niet.

 

 

De werkelijkheid bestaat, daaraan wordt niet getwijfeld. De waarheid wordt bepaald door welke bril je kijkt. Net een kleurwedstrijd: de contouren liggen vast maar wat de mooiste kleurplaat is, bepaalt de jury (mijn verhaal valt ook niet in de prijzen, toch?). Of de mensheid helpt zichzelf om zeep en de organismale evolutie stort in, óf Homo sapiens geeft het startsignaal aan cyberman om de transynergetische evolutie galactisch te verspreiden (zoals Gaia-adepten al een halve eeuw bepleiten). Tertium non datur. Een derde mogelijkheid is er niet. Toch?

 

De Darwiniaanse evolutie veronderstelt het ontstaan van soorten uit eerdere soorten door erfelijke variatie binnen populaties door mutatie en recombinatie waarbij individuen met gunstige genen in hun omgeving worden bevoordeeld. Naarmate de populatie uitbreidt verliezen delen van de populatie onderling contact en evolueren tot nieuwe soorten. Kern van Darwiniaanse evolutie is natuurlijke selectie: individuen die door hun erfelijke eigenschappen het best zijn aangepast aan hun omgeving hebben de meeste kans om die eigenschappen door te geven aan hun nakomelingen. N.B. Darwin was niet op de hoogte van de Mendelwetten maar besefte dat er voor het selectieproces sprake moest zijn van het bestaan erfelijke factoren.
De Transsynergistische evolutie heeft betrekking op emergente transities die zich tijdens de organismale evolutie voordoen als schaalvergroting door symbiotische samenwerkingen transformatie van de biosfeer.
De oudste structuren van moleculaire complexiteit die wijzen op het vermogen om zichzelf te vermeerderen én om energie te genereren – de fundamentele kenmerken van alle levensvormen – stammen uit afzettingen van meer dan 3½ miljard jaar geleden. Hoe ze ontstaan zijn is nog steeds giswerk, zelfreplicatie vond waarschijnlijk plaats door autokatalytische kettingreacties waarbij het genereren van energie het gevolg was van de omzetting van verschillende stoffen. In detail zijn die omzettingen steeds het gevolg van het doorgeven van elektronen van het ene (gebonden) atoom naar het andere, waardoor er een elektrisch stroompje ontstaat waarmee andere processen gevoed kunnen worden.
Enkele tientallen mensen hebben samen net zo veel geld als miljarden minderbedeelden met elkaar bezitten. Dat is ongeveer een miljoenste procent. Het zal duidelijk zijn: slechts een fractie van de wereldbevolking heeft de economische touwtjes in handen. Over kennisverdeling geldt een vergelijkbaar verhaal. Ongeveer 12-14 % van de wereldbevolking (> 15jaar) is analfabeet, maar in Afrika en Zuid-Azië is dat wel 40%. Twee derde van de wereldbevolking is financieel analfabeet, d.w.z. gebrek aan rekenvaardigheid. Onder het armste deel van de wereldbevolking gaat 60% van de kinderen (voornamelijk meisjes) niet naar school. Willen weten hoe de wereld werkelijke in elkaar steekt is niet populair: meer dan de helft van alle Nederlanders leest nooit een krant; wereldwijd is dat meer dan 70%. (maar vaak is nieuws gecensureerd en lezen mensen slecht, dus wat maakt het uit).
Transformatie van de omgeving is cruciaal voor evolutionair processen, vooral als de transformatie met straling heeft te maken. De meeste straling vanuit de kosmos is schadelijk, maar dat is niet altijd zo geweest. De eerste levensvormen op aarde hebben vele honderden miljoenen jaren bestaan in een wereld die geen atmosferische bescherming bood tegen kosmische straling. In die wereld ontwikkelden zich 3 miljard jaar geleden bacteriën met pigment dat het geabsorbeerde zonlicht kon omzetten in brandstof. Bij deze fotosynthese kwam zuurstof vrij dat over een periode van honderden miljoenen jaren de atmosfeer vulde.

   Zuurstof heeft een Januskop. Het is schadelijk voor veel van de toenmalige (anaerobe) micro-organismen terwijl andere (aerobe) microben er juist veel profijt van hadden voor hun energiehuishouding. Bovendien werd de aarde wereldwijd bedekt met een laag ozon (door inwerking van kosmische straling op zuurstof) die de schadelijke straling uit de kosmos tegenhield. Hiermee werd de omgeving voldoende getransformeerd om een evolutionaire sprong te maken naar een zelfstandig opererend samenwerkingsverband dat als eukaryotische cel de basis zou vormen voor verdere evolutionaire voortgang.

   Straling die wel doorgelaten wordt, is licht en er ontstaan meer pigmenten die lichtenergie omzetten in elektrische stroom. Ze vormen de basis voor meer vormen van fotosynthese (planten) en voor de ontwikkeling van ogen (dieren).

   De evolutie van het oog verliep in meercellige dieren (600 miljoen jaar geleden) vanaf het ontstaan van pigmentvlekken (lichtgevoeligheid) op een gebogen oppervlak (richtinggevoeligheid) via holte- en vliesvorming (camera obscura) naar lensvorming (scheidend vermogen) en vond uitsluitend onder water plaats over een periode van een paar honderd miljoen jaar. In een onderwateromgeving worden lichtstralen verstrooid en/of geabsorbeerd door minuscule partikels en opgeloste stoffen waardoor de doorzichtigheid snel afneemt. Vertroebeling beperkt het zicht zodat accommoderen en diafragmeren zinloos is. Dieren die permanent onder water leven hebben een onvervormbare, harde ooglens en geen verstelbare pupil ontwikkeld. Pas nadat de dieren 200 miljoen jaar na hun ontstaan het land begonnen te veroveren werd het zinvol om ook in de verte te kunnen zien (accommoderen door de ooglens platter te maken) en de pupil te kunnen verkleinen (om meer details te kunnen onderscheiden). Het leven onder water bleek een beperking voor vergaande evolutie.

 

 

De mensheid als zodanig kan slechts overleven in synergetische saamhorigheid. Wie daar niet aan mee willen doen moeten de vrijheid hebben zich buiten de samenleving te plaatsen (moderne kluizenaars leven doodleuk in familieverband). Wie daar niet aan mee wil doen en halsstarrig de touwtjes in handen probeert te houden zal vroeg of laat alles naar de verdoemenis helpen. Alleen mondiale solidariteit kan ons redden. Een dergelijk scenario zou al op betrekkelijk korte termijn kunnen leiden tot een maatschappelijke tweedeling. Enerzijds talrijke groepen en groepjes mensen die in de min of meer zelfde situatie als in de 21e eeuw voortleven en anderzijds multinationale clusters van hecht met elkaar door informatie-uitwisseling en intelligente technologie verbondenen. Sommigen spreken gekscherend van resp. ‘de buite(n)lingen’ en ‘de kluit’. Essentieel is dat ze gelijkwaardig naast elkaar kunnen bestaan. Dat is goed te realiseren door de uitwisseling van individuen tussen beide typen leefgemeenschappen. Een visie die overeenkomst vertoont met Ortega y Gasset (ik ben ik en mijn omstandigheden) waarbij de ‘kluit’ samenvalt met de massamens die, in de woorden van Vargas Llosa ‘betrekking heeft op mannen en vrouwen uit verschillende maatschappelijke klassen die op voet van gelijkheid worden ondergebracht in een collectief wezen waarmee zij samensmelten (zij doen afstand van hun individuele soevereiniteit en verwerven die van de groep; uit: De Opstand van de Massamens van Ortega y Gasset, Lemniscaat, 2016).

De geschetste gedragsmanipulatie is alleen gunstig voor de parasiet (die zich in een tussengastheer bevindt) om bij zijn eindbestemming, de kat, te komen. Gewoonlijk geniet de parasiet geen voordeel van de dood van zijn gastheer omdat hij dan zelf ook dood gaat. Gedragsmanipulatie moet gericht zijn op eigen overleven. Zoals duidelijker te zien is bij de larfjes van de sluipwesp Glyptapantelesdie ervoor zorgen dat hun gastheer, de rups van Thyrinteina leucocerae, hen zo voorspoedig mogelijk laat ontwikkelen, door ze zelfs te verdedigen als ze het lichaam al verlaten hebben. Zie voor deze en meer voorbeelden over gedragsmanipulatie: ttps://libstore.ugent.be/fulltxt/RUG01/003/203/982/RUG01-003203982_2024_0001_AC.pdf.
Alle levende wezens streven ernaar om te overleven. Dat doen ze door ongunstige omstandigheden zoveel mogelijk te vermijden, te ontvluchten of zich etegen te verzetten. De dood is altijd de grootste vijand van het leven. In enkele gevallen zoeken organismen, altijd dieren, het gevaar juist op. Dergelijk zelfopofferend gedrag dient het voortbestaan van het collectief. De meest extreme gevallen komen voor bij mieren (Colobopsis explodens) en mensen (voor God en vaderland). De machine Cybero sapiens zou dat overlevingsgedrag niet kennen, wat reden te meer is om het te implanteren met levend materiaal om te zorgen dat het zichzelf niet vernietigd (tenzij wij dat willen).