VERBORGEN PARADIJS

Kunt U mij de weg naar Dromenland vertellen, meneer?1

 

 

 

Afgezien van een handjevol bofkonten dat door geboorte een zorgeloos bestaan (in materiële zin) kon leiden, waren nog niet zo lang  geleden de meeste mensen ternauwernood in staat om te overleven. Een gesloten rioolsysteem bestond niet zodat stank de norm was. Om je te wassen moest je eerst met emmers zeulen, voor een douche kon je naar een badhuis gaan maar dat was wel veel gedoe. Bij het licht van een kaars of een gaslamp werden kleren hersteld want een lichtschakelaar was er niet en een jas droeg je voor het leven.

   Zolang het niet pikdonker was, kon je proberen te overleven.

   De meesten gingen vroeg dood.2 De schrale levensomstandigheden en gebrekkige hygiëne stonden garant voor talrijke lichamelijke ongemakken. Dat leidde niet zelden tot kortaangebonden ouderschap en echtelijke kwelzucht. Je kon maar beter schuilen in je dromen en hopen op verbetering. De Nieuwe Wereld.  

 

In de droomtijd van de Aboriginals worden verhalen verteld die in het collectieve geheugen van de gehele mensheid nestelen. Een geheugen dat ooit ontstond met het menselijke bewustzijn, het besef van tijd: de tijd die achter ons ligt (herinnering) evenals voor ons (verwachting). Met het mentale vermogen dat in de dierenwereld al sluimerend aanwezig is, ontwikkelde Homo sapiens de archetypische verhalen die in alle culturen bekend zijn.

   In de Joods-Christelijke en Islamitische culturen zijn de archetypische beelden terug te vinden in de mondeling overgeleverde oerverhalen die werden opgetekend in het Oude Testament (Tenach). Daarin worden de paradijstuinen (Djanna; hof van ‘Adn) vooral gepresenteerd als een belofte, een aangenaam hiernamaals voor wie goed geleefd heeft. 

   Ook moderne dromen draaien in de kern van de zaak om het stillen van verlangens. Op het gebied van liefde, kameraadschap, roem of rijkdom. Andere thema’s als wraaklust en jaloezie hebben ook betrekking op verlangens, respectievelijk naar vergelding en waardering. Uit nachtmerries hoop je te ontwaken en natte dromen doen verlangen naar het echte werk.

   Voorgebakken dromen worden geserveerd in de vorm van een portie zelfbeschouwing of als een (innerlijke) ontdekkingsreis.

   Legendarische queesten naar de heilige graal, de man van goud (el dorado) en de steen der wijzen werden al voorafgegaan door de zoektocht naar onsterfelijkheid in het duizenden jaren oude Gilgamesj-epos. De nadruk ligt op de loutering van de personages tijdens hun zoektocht en/of hun verblijf in het paradijs op aarde, waarna zij steevast tot het inzicht komen dat zo’n paradijs niet bestaat.

   De diepzinnige strekking van die beroemde verhalen leidt vaak tot berusting in de eigen ellende. Er klinkt steevast een stem die zegt dat wij ons lot niet in eigen hand hebben. Onbewust consolideren verhalenvertellers de status quo. Alleen rebellen kunnen daarin verandering brengen.  Maar een succesvolle strijd tegen het establishment leidt zelden tot persoonlijke wijsheid.

   Paradoxaal genoeg is de bestrijding van maatschappelijke onrechtvaardigheid in betere handen bij de gevestigde orde zelf. Waarmee de verhalen worden gereduceerd tot wat ze werkelijk zijn: verstrooiend vermaak om slechts tijdelijk te ontsnappen aan de rauwe realiteit.

   Verhaaltjes vertellen voor het slapengaan dienen geen andere doel. Wie gaat dromen wordt eerst in slaap gesust. Pretentieloos genieten van de dingen die er al of niet toe doen is één van de meest slaapverwekkende bezigheden die we ondernemen. Waarmee niets negatiefs bedoeld wordt. Integendeel. Een goede nachtrust werkt buitengewoon verhelderend.

 

Het Paradijs is de mooiste plek ter wereld. Hier kun je alles krijgen wat je hartje begeert. Hier staat men voor je klaar om je op je wenken te bedienen. Er is een addertje onder het gras: je bent niet alleen. Helaas, sommige van je medegenieters van dit lustoord zijn ronduit onaangenaam.

 

 In dromen en verhalen wordt het paradijs gelijkgesteld aan de overwinning op het kwaad (wat dat dan ook wezen mag). Dromenland. Welke adolescent vraagt het zich nooit af: Wie ben ik? en Waarom? Iedereen zit soms heel stilletjes in het middelpunt van het heelal. In het paradijs draait alles om je eigen IK. Verlangen naar het paradijs is als verlangen naar God. Op zijn best is er sprake van een allegorie (ook taalkundig is God méér dan een zelfstandig naamwoord) maar toch geloof je. Het paradijs is niet zozeer een plek, het is veel meer een gemoedstoestand.

   Het paradijs uit de verhalen zit gegoten als een maatpak. Een verhaal in de ik-vorm waarin ieder ander een onderdanige en dienstverlenende rol vervult. Een persoonlijk droombeeld waar geen plaats is voor ‘de ander’. Want ‘de ander’ droomt  zo’n paradijs waarin jij de slaaf bent.

   In de ideale samenleving vallen al die paradijsjes samen. Maar dat is absoluut onmogelijk. Utopia! Het kan niet waar zijn. Toch blijf je zoeken.3

  

Toen Thomas More in het begin van de 16e eeuw aan zijn ironisch pamflet Utopia begon, kon hij niet bevroeden dat die emergente woordspeling  zo’n brede weerklank zou vinden dat zelfs 400 jaar later de versleutelde contra-dictio in terminis zou worden ‘geleend’ voor kinderlijk volksvermaak.4

 

 Door de eeuwen heen hebben wijsgerige geesten en wereldlijke leiders pogingen gedaan om een ideale samenleving te ontwikkelen maar telkens weer bleken de modellen tekort te schieten.5 Elke samenleving bestaat nu eenmaal uit mensen met uiteenlopende karakters, verschillende maatschappelijke posities en ambities en allerlei sociale interacties. Bovendien zijn de modellen te star om gelijke tred te houden met veranderingen in de samenstelling van een samenleving. Dat leidt vroeg of laat tot revolutie: sla er op, leef je uit, de wereld is een voetbalveld.

   De heilstaat als pretpark: je verlangt ernaar, je geniet ervan en je wilt er nooit meer weg. Luilekkerland, totdat je er kotsmisselijk van wordt. En dan blijkt dat je er niet meer uit kunt. De droom wordt een nachtmerrie, het lusthof een gevangenkamp. De ernst van die ommekeer hebben de bedenkers van een ideale samenleving altijd over het hoofd gezien. Een verblijf in het land van de honingkoeken krijgt een onaangenaam kantje als je weet dat je niet meer naar huis mag. Ook al is het er nog zo fijn, vrijheid moet er zijn.6

   Maar wat is vrijheid?

   Vrijheid is geen vrijbrief tot Hedonia, vrijheid is een droom. Alleen in dromen kan iemand onvoorwaardelijk vrij zijn, zonder rekening te hoeven houden met anderen. Dat geldt zowel voor de goed willende stumper die bereid is om zich aan de sociale spelregels te houden als voor de kwaadwillende die dat niet doet. De laatste categorie is vooral te vinden onder vreemdelingenhaters en zakkenvullers, de eerste veeleer onder het proletariaat. De droombeelden hebben genoeg inspiratie opgeleverd voor uiteenlopende Utopia’s, de noodzakelijk geachte maatschappelijke ingrepen en de miljoenen slachtoffers die dat met zich meebracht.7 Toch lijken veel mensen er geen moreel bezwaar tegen te hebben om anderen hun dromen te ontzeggen.

  

Voor een groot deel van de mensheid vervagen de grenzen tussen divertissement en dagelijkse beslommering. Het sponsachtige netwerk dat die mensen wereldwijd verbindt, zuigt zonder onderscheid allerlei levenservaringen op en lijkt zich te ontwikkelen tot een autonome structuur.8

 

Autonome mensen dragen als morele wezens verantwoordelijkheid voor de door henzelf genomen beslissingen.9 Als de keuzes worden ingegeven door de verhalen van anderen kan men die autonomie in twijfel trekken. Als men zich beroept op de verhalen dat gedrag gedetermineerd is door een hogere macht – God, de stand der sterren, DNA, sociaal-culturele omstandigheden – geeft men toe niet in staat te zijn die eigen verantwoordelijkheid volledig te dragen, niet genoeg zelfstandig een keuze te kunnen maken, over onvoldoende menselijke waardigheid te beschikken. Deze hardvochtige bewering wordt des te wreder als men bedenkt dat veel kommer en kwel wordt veroorzaakt door een natuurgebeuren waartegen geen remedie bestaat (dood, aardbeving).

   Alleen de autonome mens die ook dit soort tegenslag het hoofd weet te bieden, is in staat het verborgen paradijs te vinden.

   In het verborgen paradijs – dat niet voor iedereen hetzelfde hoeft te zijn – stelt niemand vragen die niet beantwoord kunnen worden, zoekt niemand naar redenen die geen oorzaak zijn, oordeelt niemand over andere beweegredenen dan de eigen afwegingen, staat iedereen er alleen voor en is niemand alleen. Het verborgen paradijs blijft grotendeels verhuld door geheimzinnigheid en vaag gebazel. Dat komt omdat het pas herkend wordt met de eigen persoonlijke bril op.

   Zomin ik je kan zeggen welke kleur de mooiste is (welke kleur jij het mooist moet vinden), net zomin kan ik je vertellen waar jouw paradijs verborgen ligt.

   Dromen zijn pas dromen als je ze herinnert, als je ze kunt navertellen. Probeer je die schitterende beelden, die veelbelovende vergezichten, die opwindende gevoelens in ordinaire spreektaal uit te dragen, dan overvalt je het schromelijke tekort dat je de ander doet.

   Dat zou toch een teken moeten zijn!

   Het paradijs ligt verborgen in de wereldwijde droom van het internet. Je kunt zelfs een steentje bijdragen aan dit schitterende bouwwerk zonder anderen iets op te dringen, zonder iemand tot last te zijn. Wellicht zijn er zelfs die het waarderen. Tijd voor een stukje mierzoete nostalgie voor pensionado’s.10

 

Dit zijn de dromen. Nu de werkelijkheid

 

Kun je mij vertellen, lieve kind, waar je lievelingsplekje is?

Wat kan het schelen waar die teringplek is, alsof je daar je handjes wél kunt thuishouden.

 

Papa kreeg een hartaanval. Nu ligt hij in het hospitaal. Ik wil wel dat hij beter wordt. Ik wil wel dat hij dood …

 

Mijn broertje jammert dag en nacht om eten, ik wil hem niet alleen laten.

 

Stilte. Overal dood. Familiejuwelen voor de veerman. Lampedusa. Sonora. Melilla.

 

Oude Wereld. Nieuwe Wereld. Voor de onaanraakbaren maakt het niets uit.

 

De oplichter gaat vrijuit want niemand geeft toe bij de neus te zijn genomen omdat de oplichter vrijuit gaat…

 

Er wonen nog zes gezinnen zonder kans op overleven. Wellicht kan ik ze helpen…

 

Dood! Dood! Maar alleen is maar alleen. Wat er ook gebeurt, je voorouders laat je niet in de steek. Toch?

 

“Mam, ik moet je iets vertellen. Ik ga naar Mars toe. Ik kom niet meer terug.” 11

 

Nergens staat hoe laat je terug moet zijn, nergens staat dat je terug moet komen.

 

En tenslotte een stukje Utopoëzie12 uit het Paradijs op aarde:

 

Weet je wat ik ook vind

Als Emil

Vooral Emil

Eh

Zonder dat we iets hebben

Een apparaat moet hebben voor z’n wrestling

Omdat dat komt

En die dan voorbereid moet zijn

Wat ik snap

Dus dat we dat er dan doorheen doen

Ook om die reden

En wij iedere keer moeten zingen

En Dat dat jammer is.

 

Kunt u mij de weg naar dromenland …?

Kom maar hier, lieve kind, dan …

 

Er is nog een optie, maar het is onduidelijk of deze als werkelijkheid of droom moet worden opgevat. Het gaat om meditatieve ervaringen die door fysieke concentratie (yoga) of met drugs (hallucinaties) tot stand komen. De mentale belevenis opent de poorten van het paradijs alleen voor diegene die het daadwerkelijk ondergaat.

   Daar kan geen vertelling tegenop.

 

   

 

Gerelateerde Nederlandstalige literatuur:

Christa Anbeek & Ada de Jong. De berg van de ziel. Ten Have, 2013

Immanuel Kant. Kritiek van de zuivere rede. Boom, 2004

Manas Na’ala. De Sleutel. http://www.manasnaala.net/desleutel/bestanden/welkombijdeboeken.htm

Henri Thoreau. Walden. Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2005

Maarten Timmer. Van Anima tot Zeus. Lemniscaat, 2001

Esther Wit, e.a. De autonome mens. Sun, 2007

Fred Alan Wolf. De yoga van het reizen in de tijd. , 2006  

 

Vrij naar het televisieverhaal Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, meneer? van Harrie Geelen, waarin een groep verdwaalde kinderen op zoek gaat naar de wortels van hun bestaan (https://www.youtube.com/watch?v=RP9K-Wqk4fw). Big Brother en Utopia vertellen elk op eigen wijze het tegenovergestelde verhaal: over kinderen die de deur niet uitgaan.

De geschetste situatie betreft gewone mensen in Nederland halverwege de 19e eeuw.

Hoe anders is het uitgangspunt van een ideale samenleving die bestaat uit individuen met elk een

eigen ideaal. Het lijkt of iemand met een dissociatieve identiteitsstoornis (DIS; een psychische aandoening waarbij iemand meerdere persoonlijkheden kan hebben die die afwisselend het gedrag van de persoon bepalen) een puzzel legt met 15 ongelijk gevormde stukjes, ze aaneenpassend zonder zichtbare afbeelding (die kent alleen de schaterende toeschouwer). Een hopeloze opdracht. Big Brother meets Hamelen.

 

Utopia is een dubbelzinnige term die het midden houdt tussen onbestaanbare en goede plaats. Op ironische wijze beschrijft Thomas More een samenleving waarin eigenbelang ondergeschikt is aan de publieke zaak.
Na de geleidelijke invoering van een markteconomie begon een toenemend  aantal humanistische intellectuelen de intredende maatschappelijke onrechtvaardigheid te onderkennen. Door de bevolkingsaanwas kreeg een steeds groter deel van de bevolking het zwaar te verduren. Populaire verhalen over de ideale samenleving werden dan ook vooral bedacht vanuit het perspectief van de behoeftige massa. Een lustoord van vrijheid en voorspoed sprak niet alleen tot de verbeelding. Bij herhaling zijn er pogingen ondernomen om bestaande structuren te vernietigen en een nieuwe orde in te voeren.
Televisieamusement als Utopia kent die valkuil niet. Als je het niet ziet zitten, kun je er uit stappen (zonder zelfmoord). Je bent wel af (het blijft een spelletje). In de ‘Arena van het Paradijs’ mogen de deelnemers elkaar alleen figuurlijk de hersens inslaan. De huilbuien zijn dan ook niet van de lucht.
Een paar van zulke inspiratiebronnen waren Das Kapital van Karl Marx, Mein Kampf van Adolf Hitler en Atlas Shrugged van Ayn Rand
Dit lijkt op het onbenoemde angstvisioen in de bakvissenroman De Cirkel van Dave Eggers.
De autonome mens werd geïntroduceerd door Immanuel Kant in zijn Kritiek van de zuivere rede uit 1781. Menselijk gedrag wordt deels bepaald door natuurwetten, deels door moreel bewustzijn (categorisch imperatief). Eigenbelang beperkt de vrijheid van anderen. Zedelijk bewuste mensen houden daar rekening mee.
Marten Toonder introduceerde de uitdrukking ‘kommer en kwel’ in de Nederlandse taal in het stripverhaal Heer Bommel en de Hachelbouten (NRC, 1960).

On the threshold of a dream: Have you heard? Moody Blues, 1969: (https://www.youtube.com/watch?v=NtUyq6C3bZQ 

 

Uit interview met moeder van Wim Dijkshoorn, één van de geselecteerde kandidaten voor een enkeltje Mars in 2023.

Suggestie van Paulien Cornelisse in De Wereld Draait Door van 12 mei 2014. Het gedicht is een letterlijk citaat uit het realityprogramma Utopia (http://dewerelddraaitdoor.vara.nl/media/314541)