HOROSCOOP

De coherente loop der gebeurtenissen

 

  

Als je er niet speciaal op let, gaat de Tijd ongemerkt aan je voorbij. Vanuit een ander perspectief lijkt de Tijd op een trein die geen enkel station aandoet. De vraag is of je in die trein nog wat bewegingsvrijheid hebt; of is de gijzeling zo streng dat je de coupé niet verlaten kan?

De Tijd heeft ritme, als eb en vloed, warm en koud, als licht en donker, maar wat is haar lied?

   Om de schijn te wekken dat je de Tijd kunt beheersen, heb je haar in stukken gehakt. Jaren, uren, seconden. Bestaat er ook een ondeelbaar stukje Tijd? Een Tijd-atoom? Of misschien wel een supersnaar van de Tijd? Volgens de kwantummechanica komen natuurlijke fenomenen alleen in brokjes (kwanta) voor, dus waarom zou dat niet ook voor de Tijd gelden?

   We reizen allemaal naar de toekomst, maar die blijft ongewis. Of heeft iedereen een kaartje naar het eindstation. Zonder het te weten?

 

 Op 14 april 1963 was het op de dag af duizend jaar geleden dat de vader van Gerbert van Orlhac werd doodgeslagen. De bijgelovige goegemeente zag in zijn vakkundig gesmede kroonrad de hand van de duivel in plaats van een technologische innovatie. Samen met het echappement zou het kroonrad het hart vormen van alle mechanische uurwerken die we kennen.

   In het eerste millennium was het niet ongebruikelijk dat men vroegtijdig aan zijn einde kwam. Het gevolg van deze gebeurtenis was evenwel dat Gerbert een rol van betekenis zou gaan spelen op het wereldtoneel (lees: Europa). Als Paus Sylvester II zou hij in uiteenlopende kringen worden herinnerd als tovenaarsleerling en duivelsgezant.

    Op 14 april 1505 zat de slotenmaker Peter Henlein wat schetsjes te maken in een bedompt vertrek binnen de muren van het Franciscaner klooster in Neurenberg. Hij had zich daar teruggetrokken om aan rechts-vervolging te ontkomen omdat hij bij een straatgevecht zijn collega Georg Glaser had doodgeslagen. Om de tijd te doden maakte hij wat schetsjes en zo kwam het eerste ontwerp voor een draagbaar klokje tot stand.

    Op 14 april 1629 noteerde Constantijn Huygens dat zijn gemalin, Suzanna van Baerle, probleemloos was bevallen van een gezonde jongen. Suzanna was bang geweest dat haar baby niet in orde zou zijn omdat ze tijdens haar zwangerschap een jongen had aangestaard die een misvormd gezicht had; een nog veel voorkomend bijgeloof in die tijd. De jonge Christiaan was prima gezond van lijf en leden, maar al op jonge leeftijd – mogelijk gedurende zijn uithuizige waarnemingen aan de hemel of tijdens de ploetertochten langs het biesbos op weg naar Antwerpen en Parijs – werd hij besmet met moeraskoorts (malaria). De aanvallen hinderden hem zo ernstig in zijn rusteloze zucht naar kennis dat hij regelmatig zijn levenslust verloor en deze pas herwon als hij enige tijd in het ouderlijk huis in Voorburg had doorgebracht.

   Toen de uitvinder van het slingeruurwerk overleed aan zijn kwaal, was dat precies 276 jaar, 8 maanden en 24 dagen voordat op 14 april 1972 Louis Essen gedwongen werd zijn baan bij het NPL in Teddington op te zeggen wegens zijn niet aflatende kritiek op het idee dat licht een absolute snelheid zou hebben. Essen had de eerste atoomklok gebouwd in 1955 en wordt tegenwoordig beschouwd als de grondlegger van de standaard seconde als moderne tijdeenheid. Communicatie via satellieten zou onmogelijk zijn zonder toepassing van de relativiteitstheorie maar ook zonder de exacte vaststelling van de lichtsnelheid door Essen.

   De geschiedenis van de tijdmeting gaat niet over rozen. In het voorjaar van 1773 kreeg de timmerman John Harrison – nadat hij het grootste deel van zijn leven intimidatie en vernederingen had getrotseerd – zijn verdiende beloning voor het bouwen van een zeewaardige chronometer. In de zomer van 1775 sprak de legendarisch ontdekkingsreiziger James Cook vol lof over het Horloge.

   Zonder een dergelijke uitvinding waren zeevarende ontdekkers overgeleverd aan giswerk.

   Op 12 oktober 1492 zette Christoffel Columbus voet aan land van Guanahani (San Salvador) in de veronderstelling dat hij de oostkust van India had bereikt. Hij verbaasde zich erover dat de primitieve cultuur die hij er aantrof niet overeenstemde met de rijke beschavingen die Marco Polo had beschreven maar hij stelde zichzelf tevreden met de constatering dat deze ‘Indianen’ zonder veel inspanning onderworpen en gekerstend konden worden.

   Maar ook ondanks een deugdelijke uitvinding werden ontdekkers slechts schoorvoetend geloofd.

   In de zomer van 1674 ontdekte Anthoni van Leeuwenhoek een krioelende wereld van klein grut in een waterdruppel. Klokvormige wezentjes met zwiepende staarten. Wormpjes die afwisselend langgerekt en samengetrokken zich voedden met behulp van trillende haartjes rondom een soort inkeping. Draadvormige algen met groene stippen. Zelfs bacteriën nam hij waar al noemde hij ze kleijne diertgens. Niemand die hem geloofde. Geen wonder, want hij zag ze met behulp van zijn eigen uitvinding. Hij werd pas serieus genomen toen anderen met hun eigen ogen de microwereld mochten aanschouwen.

   Sommige ontdekkingen hebben genoeg aan wat huisvlijt.

   In het najaar van 1859 bereidde Anna Heinz een verse tomatensaus die niet alleen heerlijk smaakte maar, ondanks het late jaargetijde, ook nog mooi rood was. Niemand die dat begreep. Zij vertrouwde haar familie toe dat ze de tomaten grondig had gewassen voordat ze in de kelder werden opgeslagen. Ze had ontdekt dat zorgvuldige hygiëne het rottingsproces beduidend terugdrong. In de winter van 1876 gingen haar zonen Henri en John de tomatenketchup met succes aan de man brengen.

   Andere ontdekkingen vereisen strenge waarnemingen.

   In het voorjaar van 1849 ontdekte Henry Bates waarom er zoveel verschillende bont gekleurde vlinders rondvliegen in de bossen van Brazilië. De opvallende insecten werden door vogels met rust gelaten en hij had een jonge vogel zo’n kleurig hapje zien uitspugen. Toen hij zijn verwondering wilde delen met zijn reis-genoot Alfred Wallace, merkte deze op dat veel giftige planten waren aangevreten. Waren dat misschien de rupsen van de bonte vlinders geweest? Nader onderzoek wees uit dat dat inderdaad het geval was. Maar niet altijd. Wallace’ suggestie was onjuist geweest. Het meningsverschil droeg er aan bij dat later dat jaar de jongemannen elk hun eigen weg gingen.

   Uitvinders lagen geregeld met elkaar overhoop. Meestal over octrooien, soms over diefstal.

   Op 26 november 1840 presenteerde de schuchtere geleerde Charles Wheatstone de eerste elektrische klok aan het Koninklijk Genootschap in Londen. Enkele maanden later bleek dat het ontwerp toebehoorde aan de berooide uitvinder Alexander Bain. Niemand weet of Wheatstone, die meer van dit soort akkefietjes had, het slachtoffer was van zijn eigen verstrooidheid of dat Bain, die een bedenkelijke reputatie had, het bijna-slachtoffer was van de 19e eeuwse klassenstrijd. Niettemin verwierf hij op 14 april 1841 het octrooi op de eerste elektromagnetische telegraaf.

   Op 14 april 1786 presenteerde Emile Depéri in Parijs een appelvormige klok waarin hij een speeldoos had gemonteerd. Het ontwerp intrigeerde de jonge Napoleon Bonaparte. In 1804 liet hij het muziekmechaniek vervangen door een explosief en rustte er een speciaal grenadiers onderdeel mee uit. De elitetroepen hadden tot taak om de granaatappels tussen de vijandelijke linies te werpen. In de latere wereldoorlogen werden handgranaten veelvuldig gebruikt waardoor nog geregeld onontplofte exemplaren worden gevonden.

 

 

 

 

 

Op 14 april 20.. staat Erik Hazepad voor het raam van zijn kamer op de 7e etage van het universiteitsgebouw. Hij kijkt uit over het parkeerterrein, de toegangswegen, met verderop de landerijen en daarachter het silhouet van de grote stad. De zon is over zijn hoogste punt.

    Hoe lang nog?

  De vraag heeft geen betrekking op een apocalyptisch doemscenario of angstvallige verwachting van zijn eigen dementie. Hij is jong en kerngezond, geniet van zijn eerste (geheime) opdracht voor Het Instituut en heeft een broertje dood aan onheilsprofeten. Hij is een ras-optimist, leedwezen en berusting zijn (nog) geen opties.

   Nee, de vraag gaat over een geheimzinnige toezegging van enkele jaren geleden.

   In het begin van het derde millennium werd Erik benaderd door een hem onbekende medewerker of bezoeker – welke van de twee was niet duidelijk – van onbepaalde leeftijd. De man (of jongen) had een Aziatisch voorkomen, een glimmende schedel en hij droeg witte gympen onder een sjiek kostuum. Hij stond plotseling naast Eriks bureau en had, met een nauwelijks verstaanbare stem, zijn naam genoemd of voor zichzelf vastgesteld dat hij de juiste persoon voor zich had – welke van de twee kon Erik niet met zekerheid zeggen.

   De man (of jongen) had hem een bolletje overhandigd ter grootte van een stuiter – het herinnerde Erik aan de knikkers uit zijn kindertijd, een glasachtig lichaampje met daarin een fonkelend kroontje. Volgens de bijgaande brochure in het Gurmukhi ging het om een futuristische informatiedrager: dit bolletje zou alle wetenswaardigheden over de mensheid gedurende de komende halve eeuw bevatten.

   Maar Erik was die taal niet meester. Enigszins geïrriteerd, maar ook geboeid, had hij gevraagd wat er van hem werd verwacht. De man had hem verzekerd dat “everything would be revealed in due time” en “all you have to do … is swallow.”

    Dat heeft hij tot nu toe niet gedaan, hij slikt niet zomaar alles. Maar zijn nieuwsgierigheid wordt danig op de proef gesteld. Vandaar.

 

 

 

 

 

ਗਨੋ . ਗਨੋਮ . ਤਿਆਰ ਲੇ ਗਨੋਮ ਰੀਲਿਜ਼ ਵਮਹੀਨਿਰਜਨ .੩੨ ਠੀ ਛੇ ਤੋਂ ਪਿਛਲੇ ਤਿੰ ਠੀਕ ਆਂ ਆਇਆ ਹੈ, ਜੋ ਪਿੱਛੋਂ ਪਹਿਲਾਂ ਕਿ ਹੈ ਤਾਬਕ ਇਸ ਵਿੱਚ ਛੇ ਮਹੀਨਿ ਰਣਨੀਨਗਨੋਮ . ਪਿਗ ਛੋਂ ਨੋ ਹੀ ਤੀ ਮੁ ਪਿੱ ਛਲੇ ਜ਼ ਵਰਜਨ .੩੨ ਤੋਂ ਰੀਲਿ ਆਂ

   Wat hier staat is onleesbaar. In het Gurmukhi staat er ook onzin.

   Ieder mens wordt geboren met talenten, om een taal te leren spreken, om symbolen te leren begrijpen, om de wereld te doorgronden. Aangeboren nieuwsgierigheid is grensverleggend in ruimte en tijd. Niet alleen de wereld, de microkosmos en het heelal worden steeds verder van hun sluier ontdaan, ook historici, archeologen en paleontologen leggen in toenemende mate het verleden bloot. Toch levert die kennis-verrijking geen wezenlijke verandering op. Ontdekkingen onthullen slechts wat er al was.

   Het zijn de emergente innovaties die een kwaliteit vereisen die niet iedereen gegeven is, namelijk scheppingskracht. Creatieve genieën hoeven niet super begaafd te zijn, zelfs tegenslag biedt geen garantie. Doorslaggevender is hun motivatie, doorzettingsvermogen, concentratievermogen en doelbewustheid, allemaal kenmerken van kunstenaars en uitvinders. En een flinke dosis mazzel is ook nooit weg.

   Mocht iemand ooit een (tele)tijdmachine uitvinden, dan zijn er twee opties: reizen naar de toekomst of reizen naar het verleden. Op reis naar morgen is niets bijzonders, dat doen we ook zonder machine. Wat de uitvinding interessant zou maken, is, dat je er sneller mee vooruit (met de tijd mee) kunt reizen dan je omgeving. Het probleem is dat de toekomst niet bestaat. Er zijn ontelbare scenario’s en naarmate je verder in de tijd vooruit gaat neemt het aantal toe. Bovendien is er in de tele-toekomst alleen dát wat zich sneller dan normaal door de tijd heeft verplaatst. De rest bestaat nog niet en is dus leegte, duisternis, is als vóór de oerknal.

   Een reis naar de vorige dag moet kunnen, in gedachten, daar hebben we ons geheugen voor. Wat verder terug in de tijd wordt het lastiger maar met wat technische hulpmiddelen komen we een heel eind. Tenslotte ligt het verleden vast, het is gestolde toekomst. Alles wat is, is door het voorgaande gedetermineerd. Dat is tevens het voornaamste probleem: alles wat is, kan alleen vooruit in de tijd. De pijl van de tijd heeft één richting. Alleen in gedachten kun je reizen door de tijd.

   Het idee om naar de toekomst te kunnen reizen hangt samen met de opvatting dat de toekomst gedetermineerd is, zoals in de religieuze en astrologische lotsbestemming. De betrouwbaarheid van een voorspelling hangt af van de mate van determinatie. Er is ook een wiskundige interpretatie die de pijl van de tijd omkeert (syntropie in plaats van entropie; zie hieronder). De oorzaak van gebeurtenissen ligt dan in de toekomst. Dat zou een theoretisch bezwaar tegen tijdreizen kunnen wegnemen.

 

 

 

 

 

Hasan Pacha werd op 16 juli 1945 in de namiddag verwekt. Zijn vader had gediend in het Brits-Indische leger en was als krijgsgevangene in een Duits oorlogskamp geïnterneerd was geweest. Na zijn terugkeer in India had hij Hasans aanstaande moeder op het veldje in zijn armen genomen en haar achter hun huis in Visakhapatnam nagenoeg verkracht.

   Op het moment van de conceptie werd in New Mexico de Drie-eenheid (Trinity), ’s werelds eerste atoombom, tot ontploffing gebracht.

 

Vlak voor de conceptie wordt de eicel omringd door duizenden spermatozoïden. Op het moment dat er één binnengaat, sluit de eicel de deur voor alle anderen. Af en toe gebeurt het dat meerdere zaadcellen de eicel binnendringen waarna de zygote afsterft. Een hele enkele keer ontwikkelt zich een polyploïd organisme, dat wil zeggen dat het aantal chromosomen in de celkern beduidend groter is dan de gebruikelijke paren die tijdens de bevruchting ontstaan. In de zeldzame gevallen dat zo’n wezen blijft leven is er meestal sprake van een mozaïsch organisme waarvan sommige cellen normale genparen bevatten terwijl in andere cellen sprake is van polyploïdie. Aan de buitenkant hoeft men er niets van te zien maar van binnen kan er iets heel bijzonders aan de hand zijn. Het zijn de afwijkende dingen die de loop der gebeurtenissen een unieke wending kunnen geven.

   Was Hasan Pacha zo’n bijzonder wezen?

 

De voorspoedige bevalling kreeg een domper toen bleek dat het baby’tje niet wilde lachen. Bovendien begon het pas voorzichtig woordjes te hakkelen toen het al een peuter was. Het kind leek in een eigen wereld te leven. Speelgoed werd gesloopt, stoeien deed hij niet, alleen boekjes konden hem vermaken.

   Toch bleek Hasan een pienter ventje. Hij had naast het Telugu (dat ze thuis spraken) weinig moeite met de overige dialecten die in Andhra Pradesh werden gesproken en hij verslond de populaire Amerikaanse stripboeken over fantastische ruimteavonturen en tijdreizen. De meeste families in het India van de jaren vijftig hadden geen geld om hun kinderen naar school te sturen, maar Hasans familie behoorde tot de klasse die het zich kon veroorloven om voor onderwijs te betalen. Een nadeel was dat het nogal ver reizen was naar de school die zijn vader goed genoeg vond, zodat Hasan werd ondergebracht bij zijn tante, de zuster van zijn moeder. Alleen tijdens de schoolvakanties was hij thuis, de overige tijd bracht hij door op school en, buiten de school stond hij onder het ‘strenge’ toezicht van tante Das.

   Eigenlijk heette zijn tante Dastiaar maar iedereen noemde haar Das. Als er iets moest gebeuren in de familie – en familie was een ruim begrip in Andhra Pradesh –was zij altijd de klos. Per slot van rekening gaf ze altijd toe, of het nu ging om op een van de kinderen te passen of om een vergeten boodschap te halen. Niemand maakte bezwaar tegen haar vanzelfsprekende mantelzorg. Net zomin iemand rekening hield met haar bekommering om het kind dat haar was toevertrouwd. Daardoor kon ze hem niet de aandacht geven die ze misschien wel wilde.

   Hasan vond het wel prettig dat hij zijn gangetje kon gaan zonder dat zijn vrijheid werd beperkt door een betuttelende tante. Hij fantaseerde over ontdekkingsreizen op zoek naar een verborgen schat. Doolde hij rond in de pakhuizen en schuren die meestal niet goed waren afgesloten. Zwierf hij over zanderige landjes die dienst deden als vuilstortplaats en voldoende beschutting gaven om er je behoefte te doen. Scharrelde hij tussen de haveloze krotten en schrale moestuintjes verderop.

   Soms vond hij een schat: het skelet van een vogel dat nog leek te bewegen, een fles met geheimzinnige inhoud, de vruchten en knollen die hij plukte of opgroef en die hij zich goed liet smaken. Zijn tante had hem gewaarschuwd om niet alles in zijn mond te stoppen maar tijdens zijn omzwervingen was zijn tante ver weg.

In een smetteloos uniform – tante Das kweet zich gewetensvol van haar taak als wasvrouw - liep Hasan dagelijks naar zijn school. Langs de kramen met koopwaar, ongevoelig voor de afgunstige hoon die zijn apenpakje soms uitlokte, vaak in gedachten bij de wonderlijke wereld van zijn stripboeken en broedend op een vraag over een van de vele ongerijmdheden die hem zo boeiden. Een enkele keer nam de meester er de tijd voor om niet alleen hem maar de hele klas te wijzen op de malligheid van die fantasiewereld. Dan vertelde de meester soms dingen die nog veel fantastischer waren. Zoals die keer dat Hasan gevraagd had waarom ‘de man met de g-ogen’ soms dingen zag (in een hogere dimensie) die niemand anders kon zien. Nadat de meester had gehamerd op de onzinnigheid van ‘de man met de g-ogen’ had hij het verhaal verteld over “Platland, de tweedimensionale wereld waar men alleen punten, lijnen en vlakken kent. Als op zekere dag Platland wordt doorkruist door een bol, ziet iedereen eerst een uitdijende cirkel verschijnen die een tijdje later weer kleiner wordt, om tenslotte te verdwijnen in een punt. Niemand heeft ooit zoiets gezien in Platland en men moet toch een bijzonder soort fantasie hebben om het te begrijpen.”

   De kinderen in de klas vonden het veel leuker om naar die rare verhalen van de meester te luisteren dan saaie sommen te maken en ze vroegen Hasan altijd of hij nog zo’n gekke vraag had. Hij had zich wel eens afgevraagd waarom de helden uit zijn strips nooit baden maar hij wist niet of hij dat kon vragen. Op school zag hij ook nooit iemand bidden. Dat zijn helden ook nooit aten, poepten of hun handen wasten, kwam volgens hem omdat de tekenaars je niet wilden vervelen met de alledaagse sleur. Maar bidden was bijzonder.

   Na zijn krijgsgevangenschap in Duitsland had Hasans vader veel tijd gestoken in het lezen van de Koran. Hij hield zich trouw aan de verplichte salat en bezocht elke vrijdag de masdjit al-djami. De afgelopen schoolvakantie had hij Hasan ingewijd in de rituelen van het gebed. De jongen vond het prachtig. Allah was een echte superheld en hij kon zich niet voorstellen dat de helden uit zijn stripboeken nooit van hem gehoord zouden hebben. Allah was de baas van alle helden!

   Op school liepen kinderen rond van hindoestaanse en, zoals hijzelf, islamitische huize en de meester las geregeld voor uit zowel de Koran als de Mahabharata. Sinds een paar kinderen van Europese ouders bij hen in de klas zaten, las hij ook voor uit de Bijbel. Godsdienstonderwijs beperkte zich op de liberale school tot het voorlezen van spannende verhalen, religieuze interpretaties en gebed ware uit den boze.

   De meester en zijn leerlingen vonden de verhalen uit de Mahabharata trouwens het meest meeslepend. Het waren echte heldenverhalen, zonder de moralistische ondertoon die de meeste verhalen uit de Bijbel en Koran kenmerkten.

   Met één van de nieuwe kinderen, Ilya heette hij, had Hasan al snel vriendschap gesloten. Ilya bleek net als hij te dwepen met fantastische vertellingen, of ze nu van de meester kwamen of uit een van de stripboeken bij hem thuis. Ilya’s vader werkte bij een grote handelsfirma en was zelf een groot liefhebber van fantasieboeken. Science fiction noemde hij die. Het gezin zou voorlopig in Visakhapatnam blijven en Ilya had een enorme verzameling stripverhalen.

   Hasan kwam dikwijls bij Ilya thuis.


Op zijn 11e verjaardag, inderdaad, op 14 april 1957, kreeg Hasan een boekje cadeau over de pijl van de tijd van Arthur C. Clarke. Hij las het in één adem uit. Natuurlijk had hij genoten van het spannende avontuur maar voor het eerst begon hij zich af te vragen wat die pijl van de tijd precies betekende. En natuurlijk was het de meester die een stukje van het onbekende wist te onthullen. Bovendien nam hij Hasan apart om hem iets te vertellen over “de entropie, die alleen maar kan toenemen naarmate de tijd voortschrijdt en die een reis naar het verleden, zoals in het verhaal van Clarke, tot een absolute onmogelijkheid maakt.”

   Diep onder de indruk van wat de meester verteld had, stortte Hasan zijn hart uit bij Ilya. Reizen naar het verleden kon helemaal niet, de schrijvers waren leugenaars, de verhalen waren onzin.

   Ilya merkte dat de desillusie van Hasan heel diep zat en hij wilde hem troosten: “Maar het zijn wel spannende verhalen. En waarom zouden we niet naar de toekomst kunnen reizen? Daar heeft de meester niets over gezegd”.

 

Entropie is de wanorde van een systeem en volgens de 2e hoofdwet van de thermodynamica neemt de entropie in het heelal altijd toe. Als we bijvoorbeeld na een spelletje scrabble alle letters in de doos gooien, liggen ze allemaal door elkaar. Dat vinden we heel vanzelfsprekend. Zelfs als we het heel voorzichtig doen. De kans dat alle stenen met de letters omhoog liggen, is al klein; laat staan dat de letters in een volgorde liggen die een leesbare zin oplevert. We kunnen natuurlijk wat sjoemelen en een paar woorden maken. Er is dan een beetje orde maar ook wanorde. Het kost moeite – lees: energie – om enige orde in de volgorde van de letters aan te brengen. Het kost geen enkele moeite om ze door elkaar te husselen. Er is een astronomisch aantal mogelijkheden waarop de letters dan kunnen liggen en de kans dat er een herkenbare mededeling verschijnt, is minuscuul. Als dat niet zo was zou scrabble maar een stom spelletje zijn; dan had je altijd goede woorden op je plankje staan.

   Om de samenhang tussen de entropie en de pijl van de tijd te illustreren, kun je de filmbeelden bekijken van een glas dat op de betegelde keukenvloer valt: het breekt in duizend stukjes. Als je de film terug zou draaien, zie je dat duizend stukjes zich tot een glas verenigen; iets dat in strijd is met onze dagelijkse ervaring. Orde kan spontaan veranderen in wanorde, maar nooit omgekeerd. De tijd zoals wij die ervaren verloopt altijd in de richting van een toenemende wanorde of entropie. Als we, met veel inspanning en energie, uit de chaos iets ordelijks weten te scheppen, komt daar zoveel verloren energie, meestal warmte, bij vrij dat de totale entropie in het heelal is toegenomen. Dit geldt anno nu, maar ook gedurende de miljarden jaren van stoffelijke evolutie waarbij structuren en levensvormen ontstonden. De daarvoor benodigde energie, voornamelijk afkomstig van de zon, was slechts een fractie van de totale hoeveelheid energie die door de zon, ongebruikt, het heelal werd in geslingerd.

   Zou Hasan Pacha die wet ooit naar zijn hand kunnen zetten?

 

Enkele jaren later staarde Hasan dromerig door het raam van het scheikundelokaal naar de keurig onderhouden tuin van het lyceum. De amanuensis was bezig een demonstratie van de Belousov-Zhabotinsky reactie voor te bereiden en onwillekeurig dacht Hasan terug aan vroeger.

   Ilya’s vader, meneer Pozner, had zich over hem ontfermd toen tante Das tamelijk onverwacht was overleden. Niemand van haar familie zag het zitten om de zorg voor de jongen over te nemen en meneer Pozner had voorgesteld dat de jonge Hasan bij hen zou intrekken, hij was er toch al kind aan huis. Daarna verloor Hasan ook nog eens zijn moeder wat hem net zo aangreep als het verlies van tante Das. Beide vrouwen hadden hem altijd heel erg vrij gelaten – sommigen vonden dat ze weinig interesse in de jongen toonden – maar ze hadden altijd voor hem klaar gestaan als het nodig was. Hij miste ze en was verbijsterd dat de twee zussen hem zo kort na elkaar waren ontnomen.

   De dood was onvermijdelijk, dat wist hij ook wel. Maar verdriet berustte op herinnering. Kon je verdriet maar wegnemen zonder je geheugen aan te tasten, zonder vergetelheid maar met een soort wedergeboorte. In een ander universum. Meneer Pozner had hem een verhalenbundel gegeven over Al-Mu’tasim en andere fantastische vertellingen. Dat had hem inderdaad troost gegeven. Wat was er eigenlijk mis met luchtkastelen? Wat was er zo fantastisch aan een geloof in een ander universum? Wat mankeerde er eigenlijk aan een geloof …?

 

Het multiversum is de verzameling van oneindig veel parallelle universums (waar het onze één van is) die elk het resultaat vertegenwoordigen van elke (maar steeds andere) ooit gemaakte keuze.

   Reductionisten geloven dat die keuzes al bepaald zijn vanaf de positie en beweging van de subatomaire deeltjes bij het begin van de oerknal. De kwantummechanica trekt dat is twijfel op grond van Heisenbergs onzekerheidsprincipe. Snaartheoreten beroepen zich op het anthropisch principe en een kleine kosmologische constante om een duizelingwekkend aantal heelallen te realiseren.

   Godgeleerden hanteren het concept van een multiversum ter rechtvaardiging van een almachtige en goede God: ook al is onze wereld verre van volmaakt, ergens bestaat perfectie.

 

Hasans vader had zich na het verlies van zijn vrouw nog heftiger overgegeven aan de islamitische geloofsbelijdenis. Hij betreurde de toenemende onverschilligheid van zijn zoon als het ging om de salat en vermoedde zelfs dat er bij de familie Pozner geen rekening werd gehouden met de eetregels die werden voorgeschreven door de Islam. Toen hij tijdens de Ramadan op bezoek was geweest, had Hasan midden op de dag lopen eten alsof de puber wilde tonen dat hij geen enkele zelfbeheersing had. Met lede ogen had hij ingezien dat zijn zoon vergiftigd werd met Westerse verlangens en heidense ideeën. Het conflict dat daarna tussen zijn vader en meneer Pozner was ontstaan, had ertoe geleid dat de jongen het huis was ontvlucht.

   Hij had zich ontzettend opgelaten gevoeld. Kon zijn vader moeilijk afvallen terwijl de familie Pozner zich zo liefdevol over hem ontfermd had. Hij wist zichzelf geen raad, het liefst  had hij alles ongedaan gemaakt.

   Kon hij de klok maar terugdraaien, dan zou hij zijn vader in de waan laten door een schijnheilig toneelstukje op te voeren. Volgens zijn vader viel hij toch niet meer te redden. Hij geloofde voor geen meter in de wereld van zijn vader, hij moest zijn eigen weg gaan. Maar het kriebelde wel.

 

Syntropie of negentropie is het tegenovergestelde van entropie en keert de pijl van de tijd om waardoor de oorzaak van gebeurtenissen naar de toekomst verschuift. De wiskundige afleiding die leidt tot de vergelijking E = mc2 bevat een vierkantswortel uit een negatieve variabele. In plaats van dit imaginaire getal te aanvaarden hebben  theoretische fysici besloten om het te negeren. Negatieve tijd is tenslotte een absurditeit.

   Zou Hasan Pacha die absurditeit ooit aanvaardbaar kunnen maken?

 

Afwisselend opstandig en gelaten peinsde hij over die domme volwassenen terwijl hij in rusteloze verbetenheid urenlang rondzwierf. Hij vroeg zich af wat hem te doen stond. Hij overwoog zelfs om naar zijn oude school te lopen om zijn vroegere meester om raad te vragen. Maar daar zag hij van af, hij wist nu al dat de goede raad (ga toch naar huis, jongen) niet aan hem besteed zou zijn. Zijn trots weerhield hem om weer bij de familie Pozner aan te kloppen al verlangde hij naar Ilya.

   De vele pakhuizen en loodsen in het havengebied gaven hem een vertrouwd gevoel en hij besloot  daar een plekje te zoeken. Al was het maar voor één nacht, morgen zag hij wel verder. Er was altijd wel ergens wat eten en drinken te vinden. Op school zou hij met Ilya de toekomst bespreken. Zijn vriend had soms opbeurende ideeën.

 

 

Gerelateerde Nederlandstalige literatuur:

Martin Amis. De pijl van de tijd. Olympus, 2013

Anton Blok. De venieuwers. Prometeus-Bert Bakker, 2013

Jorge Louis Borges. De geschiedenis van de eeuwigheid. Bezige Bij, 1985

Arthur Charles Clarke. De weerbarstige orchidee. Bruna Science Fiction, 1973

Michio Kaku. Reis naar de toekomst. Nieuw Amsterdam, 2011

Ben Pirard. Het grijpbare Niets. Brave New Books, 2005

Rüdiger Safranski. Goethe en Schiller. Atlas-Contact, 2010

John Vermeulen. Het genie in de rattenval. Kramat Litura, 2009

Gerbert van Aurillac (Saint-Simon, Auvergne, 946 – Rome, 1003) vond het (nog primitieve) echappement uit. Daarmee kan hij worden beschouwd als de grondlegger van het mechanische uurwerk.
Peter Henlein (Neurenberg, 1479 – Neurenberg, 1542) ontwierp het eerste horloge met veeraandrijving. Dat was tevens het eerste draagbare uurwerk.
Christiaan Huygens (Den Haag, 1629 – Den Haag, 1695) vond het slingeruurwerk uit. Hoewel de betekenis van de slingerbeweging voor een zuivere tijdmeting al door Galileï was geconstateerd, ontwierp Huygens de klok en gaf de Haagse klokkenmaker Salomon Coster opdracht voor de productie.
Louis Essen (Nottingham, 1908 – Great Bookham, Surrey, 1997) was de uitvinder van de caesium klok. Hij raakte in diskrediet door zijn verwerping van Einsteins relativiteitstheorie.
John Harrison (Foulby, Yorkshire, 1693 – Londen, 1776) heeft de (scheeps)chronometer uitgevonden. Ondanks de deining en verandering van de temperatuur bleef het uurwerk gelijkmatig lopen en kon men ermee de exacte lengtegraad bepalen.
Er zijn veel beroemde ontdekkingsreizigers maar Marco Polo, Christoffel Columbus, en James Cook zijn waarschijnlijk de bekendste. De Venetiaan Polo ontdekte het Chinese keizerrijk, de Genuees Columbus toonde aan dat de Atlantische oceaan kon worden overgestoken en de Brit Cook heeft grote delen van het zuidelijk halfrond en de Stille Oceaan in kaart gebracht.
Anthoni van Leeuwenhoek ontdekte de wereld der microben. Hij heette eigenlijk Thonis Philipszoon maar noemde zichzelf Van Leeuwenhoek naar de Leeuwenpoort naast zijn geboortehuis in Delft. Van Leeuwenhoek had geen academische opleiding, maar hij was heilig overtuigd van een verborgen wereld. Hij wordt wel een zeventiende eeuwse Ziggy Stardust genoemd (David Robert Jones) of de Bellenblazer van de Microkosmos.  
Anna Heinz was de moeder van Henri Heinz die fortuin zou maken met de verkoop van voedingswaren. Haar recept van mierikswortelpasta leverde Heinz' eerste product op. Tomatenketchup was was al een populaire smaakmaker maar werd alleen thuis gemaakt. Heinz' introductie was meteen een succes: smakelijker, zachter, mooie kleur en geen gedoe meer in de keuken. De typische achthoekige glazen fles werd in eigen beheer gemaakt.
Henry Bates en Alfred Wallace waren in het voorjaar van 1848 in Belém aan de monding van de Amazone aangekomen, van waaruit ze het tropisch regenwoud introkken. Bates publiceerde in 1862 zijn idee over nabootsing (mimicry) en Wallace publiceerde samen met Darwin over het ontstaan van soorten (natuurlijke selectie).
Charles Wheatstone (Barnwood, Gloucestershire, 1802 – Parijs, 1875) vond onder meer de concertina (trekharmonica) en kaleidophone (apparaat om geluidstrillingen zichtbaar te maken) uit.
Alexander Bain (Watten, Schotland, 1811 – Glasgow, 1877) staat bekend als de uitvinder van de elektrische klok.

 

 

De toekomst voorspellen is een reële optie als het gaat om tijdreizen. Wie een blik wil werpen op de toekomst kan dat doen via de ’navelstreng’ van de tijd die een toekomstige gebeurtenis verbindt met alle er aan voorafgaande oorzaken. Die navelstreng is als een gevlochten kabel (ons verleden) die vanaf ons heden in talloze draden uitwaaiert (alle mogelijke parallelle universums als basis van alle mogelijke scenario’s). Eén of enkele toekomstscenario’s op basis van keuzes ter voorkoming van bijvoorbeeld een pandemie kunnen worden vergeleken met één of enkele toekomstscenario’s waarin zo’n pandemie wel plaatsvindt. Een supercomputer-programma maken dat voldoende overtuigingskracht heeft om dit te bewerkstelligen wordt serieus overwogen. Het verzamelen van voldoende relevante data is echter alleen te realiseren als elke bescherming van de persoonlijke levenssfeer wordt afgeschaft.