HEMELSE GLOED OF VALSE SCHEMER?

Voor Hij Zijn laatste adem uitblies, noemde Hij Uw naam.

 

 

 

Het Zwitserse wonderkind Nicholas Facio de Duiller ontwikkelde in het begin van de jaren tachtig van de 17e eeuw een Cartesiaanse verklaring van Cassini’s zodiakaal licht1. Na een aanslag te hebben verijdeld op Willem van Oranje, de latere stadhouder der Nederlanden en koning van Engeland, vestigde hij zich in het Noorden2 waar hij zich manifesteerde als de wetenschappelijke muze van zowel Christiaan Huygens als Isaac Newton3. Met zijn scherpe verstand en onweerstaanbare charme beroerde hij wiskundigen, filosofen, diplomaten en politici.

   Om aan geld te komen, moest hij lesgeven, waardoor hij in contact kwam  met fanatieke Hugenoten (withemden). Eén van hen was de protestante (on)heilsprofeet Elias Marion, van wie Facio zelf weer in de ban raakte en samen verkondigden ze aan het begin van de 18e eeuw het einde van het ondermaanse en de terugkeer van Christus op aarde4.

   Ten tijde van zijn intieme omgang met Newton werd Facio’s brein in toenemende mate geperverteerd door de dampen die vrijkwamen bij hun alchemistische experimenten. Dit leidde in 1692 tot een identiteitscrisis waarin hij zich afvroeg welke profeet hij moest volgen.

   

 

 

Sterrenkind! Sterrenkind noemt hij mij. Vader Isaac. Zo eigenwijs als het achtereind van een pierlala. Slimme kop, maar altijd tegenspartelen als ik het beter weet. En vooral niets laten merken als het eindelijk begint te dagen. Jammer dat hij dat niet toegeeft, dat hij mij te kakken zet waar anderen bij zijn, al is hij verloren zonder mij. Zegt-ie tenminste.

   Soms kan hij zo kil doen. Altijd als er anderen bij zijn. Laatst deed hij of hij mijn naam niet wist, vraagt hij aan iedereen hoe ik ook weer heet. Niet als een oud verstrooid mannetje maar als de gevierde geleerde die wel wat beters aan zijn hoofd heeft dan een profiteurtje. De klootzak. Onder ons piept hij heel anders.

   Sterrenkind. Ik ben het licht in de schemer van zijn eenzaamheid.

   'Een dwaallicht' zou Chris smalend zeggen. Vadertje Christiaan. Hij is er wel een beetje van af. Zit vaak dagenlang te kniezen en heeft het dan alleen over zijn Zus. Leeft gelukkig altijd op als ik er ben. Dan wil hij alles horen over aantrekking en afstoting en wat ze in Londen van zijn lichtgolven vinden.  Die liggen hem nader aan het hart dan de golven van de Noordzee5. Is hier in Londen maar één keer geweest, ging liever naar die paapse koning in Parijs. Samen met zijn broer Constantijn. Die steekt nu regelmatig over, nu Willem van Oranje hier koning is. Maar met Isaac praat-ie niet, dat is mijn terrein. Boodschappertje vind ik geen koosnaam, maar het is beter dan koerier, dat klinkt pas lachwekkend: que rire!

   Ik ben Lucretius’  tong die spreekt , de tong die proeft van de Royal sodomieten, de tong die roert in Huygens’ Haagse hofgebeuren. Maar ook de tong die kwijlt op Newtons Principia. Zijn mechanica is goddelijk, maar meer ook niet dan dat. Nergens wordt de zwaartekracht verkláárd! En zijn wet van de omgekeerde kwadraten was al bekend in de oudheid, toch?6

  

God! Er zit een braam in m’n borst. Het voelt helemaal zwart vanbinnen.

 

Wordt ik gestraft voor mijn hovaardij? Omdat ik Zijn raadselen ontwar? Dat is toch waarom ik hier op aarde ben? Om het mysterie te ontsluiten ter meerdere glorie van Hem!

   Vader Christiaan heeft er ook last van. Ziet soms zelfs geen heil meer in een goed gesprek. Voelt zich volslagen verlaten en zou het liefst … Zover is het bij mij nog niet gekomen. Vader Isaac heeft daar ook geen last van. Nog niet. Hij ziet zichzelf slechts als Gods chroniqueur. Maar er is veel meer! Wat verblindt hem?

   Wij zijn verenigd in onze passie voor zwavel en kwikzilver, de zon en de maan, de heer en zijn dame. Onze liefde komt voort uit het zien van en denken aan de schoonheid van het eindeloze mysterie, de absolute werkelijkheid. Maar de amor hereos verscheurt mij, een  knecht van meerdere meesters.

   Alle beweging is machinaal; alleen de ziel is goddelijk. Mijn onbewogen ziel is vervuld van Gods adem. Mijn wijsheid en inzicht is Zijn wijsheid en inzicht. Mijn ziel Zijn ziel … loopt over … mijn zie … zie … zie …

 

Een verkwikkend slaapje, dat heeft me goed gedaan. Over Descartes’ dualisme heb ik zo mijn twijfels, lichaam en geest kunnen niet zonder elkaar. Of is dat blasfemisch gezever?

   Soms wil ik daar zo graag met Vadertje Christiaan over praten dat ik spontaan naar Den Haag vertrek. Ik heb hem gevraagd of hij er geen moeite mee had om te werken voor een katholieke koning die het edict van Nantes had herroepen. Volgens hem had calculus geen kerk, stond de wiskunde boven politiek en religie. Geloof in God en logisch denken hadden niets met elkaar te maken. God maakt het niet uit of gravitatie wordt veroorzaakt door oneindig kleine deeltjes (materiaal) of door de hand van God (immateriaal) hoewel hij het laatste vermoedt.

 

Als hoofdastronoom aan het hof van de zonnekoning ontdekte Giovanni Cassini in 1683 het zodiakaal licht, een uiterst zwak oplichten van de dierenriem aan de nachtelijke hemel (hemelse gloed). De Cartesiaanse verklaring is gebaseerd op Descartes’ mechanistisch postulaat dat het heelal gevuld zou zijn met oneindig veel oneindig kleine deeltjes (neutrino’s?) en dat een echte lege ruimte (vacuüm) niet bestaat. De exacte vaststelling van de islamitische gebedstijden worden door deze zogenaamde valse schemering (zodiakaal licht) bemoeilijkt.

   Analoog werd Nicholas Facio door zijn tijdgenoten beschouwd als een natuurfilosofisch genie ... of een charmante charlatan (het aapje van Newton).

De protestante Facio ontvluchte het Roomse Parijs waar het hof van Lodewijk XIV in 1685 het Edict van Nantes (bescherming van de protestante rechten)  herriep en een aanslag op de protestante Willem van Oranje beraamde. Toen Facio dit hoorde, nam hij contact op met Gilbert Burnet, een vertrouweling van Oranje die hij in Parijs had ontmoet en met wie hij naar Holland reisde.

Aanvankelijk werkte Facio samen met Jacob Bernouilli en Christiaan Huygens aan de ontwikkeling van de differentiaal- en integraalrekening (wiskunde der verandering). In 1687 reisde hij naar Engeland waar hij intieme betrekkingen onderhield met John Locke en Richard en John Hampden. Hij werkte samen met de wiskundige John Wallis aan de infinitesimaalrekening en speelde een cruciale rol in de controverse tussen Newton en Leibniz over wie van hen eigenlijk als eerste de differentiëlen had bedacht.

Sommige van Facio’s leerlingen (Facio moest vaak in zijn eigen onderhoud voorzien) waren Hugenoten afkomstig uit de Cévennes. E’n van hen, Elias Marion trad in London op als spreekbuis van een Apocalyptische beweging, die door Engelse intellectuelen in de schijnwerpers werd gezet als de ‘French Prophets’. Na hun vervolging zou hij met Facio en een groep volgelingen Engeland zijn ontvlucht en enkele jaren door Europa reizen. In 1710 keerde Facio terug naar Engeland en korte tijd later vestigde hij zich in Worcester waar hij in 1753 overleed. Van de profeten werd niets meer vernomen.

Huygens en Newton hebben elkaar slechts één keer persoonlijk ontmoet (Engeland 1689). De oversteek van de Noordzee was gewoonlijk tussen Hellevoetsluis en Harwich en verliep zelden voorspoedig (storm, windstilte, kapers, stankoverlast). Zie ook: Erik van der Doe, Pieter Jan Moree, Dirk Tang en Peter de Bode (red.). De dominee met het stenen hart en andere overzeese briefgeheimen - Sailing Letters Journaal 1 (Zutphen, 2008).

Er zijn aanwijzingen dat de wet van de omgekeerde kwadraten, waarmee Newton in de Principia de micro- en macrokosmos met elkaar verbond, al door verschillende klassieke natuurfilosofen werd gehanteerd. Facio’s eigen zwaartekrachttheorie werd aanvankelijk sterk beïnvloed door Huygens en uitgewerkt op Hofwijck (Voorburg). Zijn versie werd door de Royal Society te Cartesiaans bevonden waarna hij het, geïnspireerd door Lucretius’ De Rerum Naturã, in de vorm goot van een Latijns leerdicht. De zonderlinge Romeinse filosoof Titus Lucretius Cares (99-55 v.Chr.) werd in de renaissance herontdekt als de auteur van het leerdicht De Rerum Natura waarin hij in meer dan 7000 dichtregels de volledige werking van de natuur beschrijft.
 

Door zijn gebrekkige geldmiddelen en onderdanige persoonlijkheid was Nicholas voortdurend op zoek naar steun en erkenning. Zijn genie leek vooral tot ontplooiing te komen als hij zich verzekerd wist van de genegenheid en waardering van geleerden van formaat. Overigens liet hij zich zelf nogal geringschattend uit over filosofen die geen verstand hadden van wiskunde en over wiskundigen die hun kennis niet aanwendden om de natuur beter te begrijpen.

   In Parijs had Nicholas Fatio de Britse diplomaat Gilbert Burnet ontmoet met wie hij een vertrouwelijke relatie onderhield. Via hem maakte hij in 1687 kennis met de familie Huygens en werd stadhouder Willem III tijdig geïnformeerd over het Franse complot om hem te ontvoeren en mogelijk zelfs te vermoorden.

   Op uitnodiging van zijn Parijse vriend bezocht de jonge Facio een bijeenkomst van de Royal Society waar hij kennisnam van Newtons nog ongepubliceerde Principia. Enthousiast schreef hij aan Huygens: “… een schitterende verhandeling vol prachtige voorstellen…” Terzelfder tijd begon hij na te denken over een mechanisme waarmee Newtons universele zwaartekracht zou kunnen werken.

   In de vijf jaar die hij afwisselend doorbracht bij Huygens en Newton smeedde Facio een soort intermediaire zwaartekrachttheorie (die later bekend werd als de gravitatietheorie van Le Sage) en ontwikkelde hij analytische technieken die hem in conflict brachten met Leibniz, namelijk over de vraag wie de eigenlijke bedenker van de wiskundige methode was. Zijn aanvankelijke waardering voor Leibniz sloeg faliekant om ten voordele van Newton.

 

 

 

In het begin van de 17e eeuw ontwikkelde Descartes een mechanistisch wereldbeeld waarin hij veronderstelde dat elke gebeurtenis wordt veroorzaakt door direct contact tussen materiële entiteiten. Net als Aristoteles verwierp hij het idee van een vacuüm in de overtuiging dat er geen ruimte zonder stof kan bestaan. Hij voerde aan dat voorwerpen op de grond vallen door de impuls van deeltjes van ‘een tweede soort materie’ die voortdurend vanuit alle richtingen op aarde aankomen.

   In de tweede helft van de eeuw leidde Newton uit een combinatie van aardse en hemelse verschijnselen zijn wet van de omgekeerde kwadraten af waarbij twee materiedeeltjes elkaar aantrekken met een kracht die omgekeerd evenredig is met het kwadraat van hun onderlinge afstand. Deze ’universele gravitatie’ verklaarde veel voorheen onbegrepen verschijnselen maar was in strijd met Descartes’ mechanistische voorschriften omdat het impliceerde dat gescheiden lichamen elkaar zonder tussenliggende substantie konden beïnvloeden. De algemene benadering van Newton was meer in overeenstemming met oude atomisten als Democritus en Epicurus die meenden dat de natuur is opgebouwd uit ondeelbare deeltjes die zich volgens abstracte wiskundige wetmatigheden bewegen in een lege ruimte. Regelmatig opperde hij dat gravitatie een primaire eigenschap van de materie zou zijn en zonder tussenliggend materiaal kon functioneren.

   Veel continentale wetenschappers, zoals Huygens, Leibniz en de gebroeders Bernoulli, zochten naar een synthese: ze probeerden de universele gravitatie te verklaren in termen van direct contact tussen materiële entiteiten. Daarbij stuitten ze op twee problemen. Direct contact tussen lichamen had per definitie betrekking op hun oppervlakte; hoe kon het lichaam dan toch zijn vorm behouden zonder enige inwendige aantrekkingskracht? Een primitief soort zwaartekracht bleef kennelijk noodzakelijk. Een ander punt was de Cartesiaanse gelijkstelling van ruimtelijke uitbreiding en materiële substantie. Wat was dan dichtheid, als er geen onderscheid tussen ruimte en materie bestond? Als materie in sommige ruimtes minder dicht kon zijn dan in andere, kon moeilijk worden volgehouden dat een willekeurig lage dichtheid, of zelfs de afwezigheid van dichtheid (vacuüm), onvoorstelbaar zou zijn. Om toch tot een mechanistische verklaring te komen van de Newtoniaanse zwaartekracht keerden de meeste mechanistische filosofen terug naar het oude idee van atomen in een lege ruimte.

   Deze atomistische filosofie is bekend geworden door het monumentale gedicht De Rerum Natura (“over de aard der dingen”) van de Romeinse dichter Lucretius. Door de atomaire visie te aanvaarden, was het mogelijk om Descartes’ mechanistische model van de zwaartekracht te rehabiliteren en om het tenminste nominaal in overeenstemming te brengen met de kwantitatieve dynamische aspecten van de universele zwaartekracht van Newton.

   Nicholas Facio ontwikkelde als eerste een oorzakelijk model dat aansloot bij Newtons Principia. Als uitgangspunt nam hij het bombardement van de ‘tweede soort materie’ deeltjes zoals Descartes had voorgesteld, maar paste dit toe in een Lucretiaans universum vol atomen. Dit laatste verloste hem van de Cartesiaanse noodzaak om ruimte en stof gelijk te stellen zodat hij materiële lichamen uit grotendeels lege ruimte kon laten bestaan. In zijn ongepubliceerde manuscript Over de oorzaak van de zwaartekracht schreef hij dat ondanks het gewicht van goud dit metaal misschien wel een biljoen (1012) keer meer leegte dan stof bevat Ter illustratie merkt hij op dat water en glas weliswaar dichte stoffen zijn maar toch volledig transparant voor de doorgang van licht. Op dezelfde manier zouden alle materialen, ook ondoorzichtige, nagenoeg vrije doorgang kunnen verlenen aan voldoende kleine deeltjes.

   Hij veronderstelde dat ook hemellichamen vol poriën zaten waardoor het grootste deel van de oneindig kleine deeltjes waaruit de etherische stof zou bestaan, hen in elke richting kon passeren. Sommige deeltje zouden desalniettemin botsen met materiële substantie waardoor het totaal aantal botsingen evenredig zou zijn met de hoeveelheid materie, ongeacht de vorm of dichtheid van het lichaam.

   De gedachte was in zoverre niet nieuw dat Huygens al in een appendix van zijn Traité de la lumière over zijn eigen zwaartekrachttheorie had gezegd dat de etherische deeltjes oneindig klein moesten zijn. Huygens kon zich echter minder goed onttrekken aan de invloed van Descartes dan Facio en bleef ervan overtuigd dat de ether zich rondom de aarde gedroeg als een draaikolk waardoor een dichtheidsgradiënt ontstond die voorwerpen deed vallen. Facio daarentegen verwierp de cartesiaanse wervels en poneerde dat elk lichaam onderhevig was aan een gelijke stroom van etherische deeltjes vanuit elke richting (zuiver isotrope omni-directionele stroom). Om de netto aantrekkingskracht tussen twee lichamen te verklaren, ging hij ervanuit dat de botsende deeltjes een teruggekaatste stroom vormden (flux) met een iets geringere snelheid dan de invallende stroom.

   Voor de bouw van vaste stoffen stelde Facio zich een soort rooster structuur voor. Hij vermoedde dat, analoog aan (sneeuw)kristallen, alle materie was opgebouwd uit geometrische figuren. Zijn manuscript bevat een schets van een regelmatig veelvlak opgebouwd uit driehoeken waarbij hij opmerkt dat elke driehoek weer in kleinere driehoeken kan worden verdeeld (hoewel het Facio ging om de bouwstenen van de materie werd een dergelijke geodetische koepel in de 20e eeuw ontworpen door architect Buckminster Fuller).

   Facio benadrukte dat bij de opwekking van zwaartekracht wij dienen uit te gaan van een omgekeerde evenredigheid tussen de grootte en snelheid van de deeltjes waardoor vanzelf de weerstand die wordt veroorzaakt door de beweging van ‘grove’ lichamen verwaarloosbaar klein wordt. Door de snelheid van de etherische deeltjes extreem groot te maken, zo stelde hij, kunnen we mate waarmee de teruggekaatste deeltje worden vertraagd zo klein maken als we willen, zodat er na verloop van tijd geen merkbare vermindering van hun beweging hoeft te hebben plaatsgevonden.

   Facio was zeer in zijn nopjes met zijn zwaartekrachttheorie en oogstte waardering bij diverse vooraanstaande wetenschappers, zoals Huygens, Halley en Newton. Hij was vooral trots op de door hem opgevatte goedkeuring van Newton, hoewel de laatste meer geneigd leek gravitatie te beschouwen als ‘de Wil van God’. Het is onduidelijk hoeveel hun getoonde waardering werkelijk waard was. Wellicht waren ze alleen maar aardig tegen hem of hielden ze hem voor de gek zoals de wiskundige David Gregory suggereert met zijn vermelding dat Halley en Newton de manier waarop Facio de zwaartekracht probeerde te verklaren maar belachelijk vonden (bij een andere gelegenheid merkte Gregory overigens op dat bouwmeester Christopher Wren wat smalend moest glimlachen om Newtons geloof dat de zwaartekracht geen mechanische oorzaak heeft maar door God is geschapen. Kennelijk had Gregory snel een oordeel klaar als het ging om wat mensen amuseerde).

 

In de 18e eeuw zou Facio’s gravitatietheorie – zonder vermelding van zijn naam – worden gepubliceerd door de Zwitserse wiskundige Georges-Louis Lesage, uitvinder van een primitieve elektrische telegraaf. De theorie werd bekend als Lesage’s schaduwtheorie van de zwaartekracht. Nicholas Fatio de Duiller introduceerde een mechanistische verklaring van de zwaartekracht door de ether voor te stellen als een ruimte gevuld met een in alle richting voortsnellende stroom ultra kleine deeltjes waardoor objecten naar elkaar toe worden geduwd omdat ze elkaar afschermen van deze deeltjesstroom.

   Volgens Lesage werpen grove objecten een schaduw in alle richtingen omdat ze een klein aantal gravitatiedeeltjes dat hen treft, absorberen. Als twee grote lichamen dicht bijeen gebracht worden, schermen ze elkaar gedeeltelijk af van de deeltjesstroom, wat resulteert in een netto kracht in elkaars richting (Lesage onderscheidde zich van Facio door te beweren dat de deeltjes werden geabsorbeerd. Facio had betoogd dat de deeltjes met een geringere snelheid werden teruggekaatst; een doelmatiger mechanisme waaraan een veel geraffineerder redenatie ten grondslag lag.7

 

Dit artikel is de vertaling van een aantal onderdelen uit Nicolas Fatio and the Cause of Gravity in History van de MathPages: www.mathpages.com/home/kmath041/kmath041.htm

 

Geestelijk bezwangerd met Joods-Christelijke tradities probeerden veel Europese geleerden in de 17e en 18e eeuw de Goddelijke Waarheid te ontfutselen aan de Thora (Oude Testament), de stand der sterren (Macrokosmos) en het slijk der aarde (Microkosmos). De meesten waren natuurfilosofisch geschoold en ervan overtuigd dat wiskunde de sleutel was waarmee de hemelpoort kon worden geopend om antwoord te krijgen op alle vragen. (dat heeft aangehouden totdat Gödel onomstotelijk aantoonde dat wiskunde is gebaseerd op een cirkelredenatie en uiteindelijk nergens toe leidt. Hij beschouwde dit overigens als het bewijs dat God wel moest bestaan).

   Als een kind van zijn tijd verdiepte Nicholas Facio zich in de differentiaal- en integraalrekening, de wiskunde van de verandering, alsmede in de astrologie en de alchemie. Zijn esoterische kennis sterkte de diep gelovige protestant in zijn overtuiging dat hij de waarheid aan zijn kant had. Dat zal zeker hebben bijgedragen aan zijn ontvankelijkheid voor de profetieën van de protestante Camisards.    

  

De Camisards, of kinderen Gods zoals ze zichzelf liever noemden, waren Franse Hugenoten wier rechten hen, na de herroeping van het Edict van Nantes, waren ontnomen. Een kleine eeuw hadden de Calvinisten kunnen genieten van godsdienstvrijheid maar nu vond de roomse koning Lodewijk XIV het welletjes: politieke eenheid kon alleen bestaan als er maar één godsdienst was: de katholieke dus.

   De Rotterdamse predikant en hugenoot Pierre Jurieu publiceerde onmiddellijk l’Accomplissement des Prophéties  waarin hij voorspelde dat het katholicisme in 1689 ten onder zou gaan. Eén van zijn leerlingen verkondigde dit onder kinderen in de Cévennes waarna honderden van hen korte tijd later in geestelijke vervoering Bijbelse profetieën reciteerden en het einde van de clerus en de Franse koning verkondigden. Door de afwezigheid van getrainde predikanten werd de fanatieke boodschap verspreid als een lopend vuur en bleef niet langer beperkt tot kinderen.

   In het zuiden van Frankrijk, waar de bevolking van oudsher geen autoriteit erkende buiten hun eigen goddelijke inspiratie, werden opstandige protesten evenwel gesmoord in toffelemone overheersing. Veel protestanten emigreerden, maar toen op gezag van Lodewijk XIV de grenzen werden gesloten voor de protestante uitbraak, ontspon een ware guérrillastrijd. Aangemoedigd door profeten die de overwinning in het vooruitzicht stelden, werden kerken vernietigd en priesters gedood. De royalistische Franse troepen reageerden met razzia’s en het platbranden van honderden dorpen in de Cévennes. Na verloop van tijd moesten steeds meer opstandelingen het onderspit delven en probeerde men door onderhandelingen het vege lijf te redden. De meeste leiders wisten het land bijtijds te ontvluchten. Een aantal onstuitbare vechtjassen werden tenslotte verraden en opgepakt. Na langdurige foltering op de pijnbank werden ze veroordeeld tot de brandstapel: 

 

De volgende dag werden ze uit hun gevangenis gehaald en op een kar naar het schavot gereden. Lopen ging niet meer omdat het bot van hun benen was verbrijzeld. Voor Catinat en Ravanel was een brand-stapel opgericht; Villas en Jonquet wachtte het rad.

   Allereerst werden Catinat en Ravanel ruggelings aan dezelfde paal gebonden, waarbij er angstvallig voor gezorgd werd dat Catinats gezicht naar de wind gekeerd was zodat zijn doodsangst langer zou duren als de stapel onder Ravanel werd ontstoken.

   Zoals voorzien wekte deze maatregel grote instemming bij het publiek dat zolang mogelijk van de terechtstelling wenste te genieten. De straffe wind blies de vlammen in de richting van Ravanel zodat ze aanvankelijk alleen Catinats benen schroeiden – een omstandigheid die, zo meldt de auteur van De Geschiedenis van de Camisards, Catinat vertwijfeld naar het einde doet verlangen. Ravanel daaren-tegen gedroeg zich tot het eind zeer heldhaftig en staakte alleen zijn gezang om zijn onzichtbare leedgenoot, wiens gekreun en gevloek hij wel kon horen,  moed toe te spreken; om dan zijn psalmen te vervolgen, net zo lang totdat zijn stem gesmoord werd door de vlammen.

   Net toen hij zijn laatste adem uitblies werd Jonquet van het rad gehaald en met afhangende gebroken ledematen naar de brandstapel gedragen en erop gegooid. Temidden van de vlammen kon men zijn stem horen: “Heb moed, Catinat; we zullen elkaar spoedig weerzien in de hemel.” Enkele ogenblikken later brandde de paal aan de onderkant door en brak af waardoor Catinat in de verstikkende vlammen viel. Deze onvoorziene gebeurtenis veroorzaakte flink wat ongenoegen bij het publiek dat vond dat zich met een spectakel van amper drie kwartier door de organisatie belazerd voelde. Villas hield het nog, zonder een kik te geven, drie uur uit aan zijn rad voordat hij de laatste adem uitblies.  

 

Onder de Camisards die zich Londen vestigden was ook Elias Marion, één van de voormalige leiders, die zich opwierp als voorman van ‘les enfants de Dieu’, in Engeland beter bekend als de ‘French Prophets’. Hij publiceerde verscheidene boeken waarmee hij veel aandacht trok en die menig Engels-man bewoog om tot zijn sekte toe te treden. Eén van hen was Nicholas Facio de Duiller.

   Zijn Calvinistische opvoeding en slechte ervaringen in Frankrijk (een astronomische aanstelling was ondanks Cassini’s aanbeveling onmogelijk omdat hij niet katholiek was) maakte Facio nogal ont-vankelijk voor de boodschap van de streng protestante vluchtelingen uit Frankrijk. De Bijbelse profetieën over de terugkeer van Christus en het duizendjarige rijk Gods zullen hem zeker hebben aangesproken. Van sympathisant werd hij pamflettist en uiteindelijk secretaris van Marion.

   Conflicten met de katholieke kerk en de Britse overheid leidden tot rellen waarna Marion werd ver-oordeeld tot twee dagen aan de schandpaal. Hij en enkele andere kopstukken, waaronder Facio, werden blootgesteld aan de sensatiebeluste rouwdouwers op het Londense beursplein (Charing Cross). De volgende tekst vermeldde het misdrijf van resp. Marion en Facio:  

 

Elias Marion, veroordeeld voor het zich valselijk en godslasterlijk voordoen als een ware Profeet, en voor zijn talloze geschriften en verkondigingen als ware deze aan hem opgedragen en geopenbaard door de Heilige Geest, waarmee hij ons volk de stuipen op het lijf heeft gejaagd.

   Nicholas Facio, veroordeeld als medeplichtige ten gunste van Elias Marion, medeplichtig aan diens verdorven en onechte profetieën, en het op schrift stellen en de verspreiding ervan, waarmee hij ons volk de stuipen op het lijf heeft gejaagd.

 

Enige tijd daarna vertrokken ze met een groep Franse Profeten naar het Continent om hun boodschap uit te dragen. In Holland werd Facio nog eens tweemaal tot de schandpaal veroordeeld voor het uit-geven van Marions godslasterlijke profetieën. Vervolgens werd hij in Den Haag zes weken gevangen gezet, volgens de geruchten op verzoek van een paar oude vrienden die hem zo hoopten te verlossen van de invloed van Marion en zijn ‘Broeders van Christus’. Hun pogingen mislukten echter waarna Facio, Marion en hun geestverwanten door centraal Europa trokken.  Marion werd uiteindelijk ernstig ziek en overleed in Turkije 1n 1712.

   Hierna keerde Facio terug naar Engeland en vestigde zich in Worcester waar hij de rest van zijn leven toegewijd bleef aan de nieuwe Profetieën.

 

 

Het was een dag als alle anderen, de dag dat de oude heer Facio besloot om zijn dagelijkse ronde wat in te korten. Aan het weer lag het niet. Dat was zoals gewoonlijk net zo wisselvallig als zijn stemming. De reden om voor het ‘regenpad’ te kiezen, de route die hij volgde als hij door het kille verdriet van God werd bevangen, was dit keer zijn slechte geheugen geweest. Niet dat hij verdwaald was of zo, hij had zijn loodstift vergeten bij zich te steken! En nu hij geen aantekening kon maken, was hij bang dat zijn ingeving hetzelfde lot was beschoren: In Zijn goedertierenheid had de Heer hem geopenbaard hoe de gleuf kon worden uitgeboord waarin hij het mengsel van grafiet, zwavel en hars zou gieten om, oh ironie, zijn loodstift overbodig te maken.

   Decennia geleden al had hij de roerselen der alchemie beleden maar zelden had een mengsel praktisch nut gehad. Dit stolsel echter zou, mits goed geprepareerd, wellicht winstgevend zijn. Vooral als wat ermee geschreven werd door de toegevoegde spiritualiteit van zijn sibillijnse bezweringen een welwillende inwerking op de lezer zou hebben. De gedachte aan zo’n toverstift deed hem zijn pas versnellen. Hij wilde direct aan de slag.

   Nicholas had de voordeur van zijn woonstee nog maar net achter zich gesloten toen het geratel van een naderende koets zijn voornemen verstoorde. Hij hoorde het rijtuig tot stilstand komen en nieuwsgierig opende hij de deur weer. Verbaasd zag hij een deftig heerschap, dat ondertussen was uitgestegen, op zich toe schrijden. Toen herkende hij de knappe echtgenoot van Sir Isaacs adoptiedochter en direct daarop werd hij tot zijn ontsteltenis de rouwband pas gewaar.

   “John!”

    De aangesprokene naderde hem tot op een halve meter en keek hem ernstig aan.

   “Voor hij zijn laatste adem uitblies, noemde hij uw naam.”

   De mannen omhelsden elkaar ontroerd.

   Hier bestaat niets anders dan een eeuwige rust in een vreugdevolle omhelzing van liefdevolle vervoering.

  

Later dronken ze thee bij een verwarmend haardvuur en haalden herinneringen op aan de Grote Meester. John Conduitt had zijn illustere oom zorgzaam onderdak verschaft op Cranbury Park, het landgoed dat hij sinds een jaar of tien bewoonde. Hij had al heel wat manuscripten van Sir Isaac verzameld en nu koesterde hij de wens om een bloemlezing te maken. Geestdriftig begon Nicholas te vertellen over de uren die hij met zijn oude vriend had doorgebracht in diens laboratorium in Cambridge, maar verstomde toen hij de afkeuring zag in de ogen van het parlementslid. Niet alle passies van Sir Isaac behoefden zo breed te worden uitgemeten. En zeker niet zijn illegale goudmakerij. Facio’s verdediging van de Britse nationale trots tegen de pedante aanspraken van die snobistische Leibniz werd meer gewaardeerd.

   Weldra maakte Conduitt duidelijk wat de eigenlijke reden van zijn bezoek was.

   “Ik ga mij inspannen voor een monument ter nagedachtenis aan Sir Isaac. Ik heb ook een voorlopig voorstel voor een grafschrift. Kunt u de goedheid opbrengen daar eens naar te kijken?”

   Hij overhandigde enkele epistels aan zijn gastheer die er een vluchtige blik op sloeg.

   “Neemt u er vooral rustig de tijd voor. De zaak moet terdege worden voorbereid. Zo’n grote geest verdient het uiterste van onze vermogens.”

   Hij stond op van zijn stoel, zette zijn lege theekop op tafel en strekte beide armen uit naar de oude Nicholas die, een beetje teleurgesteld over het snelle vertrek van zijn gast, ook overeind was gekomen. 

   “Ik moet weer verder. Er is een politieke bijeenkomst in Warwick waar ik wordt verwacht. ’t Is hier vlakbij.”

   De mannen omarmden elkaar ter afscheid en Nicholas begeleide zijn gast naar buiten. De opmerkzame koetsier sprong van de bok en opende het portier van de koets. Ze omhelsden elkaar voor een laatste keer.

  Dit is de donkere stilte waarin al de liefhebbenden verloren zijn. Maar mochten we ons zo in deugden kunnen voorbereiden, dan zouden we onszelf snel van het lichaam ontdoen en zouden we in de wilde golven van de zee vloeien, van waaruit geen schepsel ons ooit zou kunnen terughalen.

 

 

Enkele maanden daarna had Nicholas Facio met behulp van zijn zelfgemaakte schrijfstiften diverse teksten opgetekend die voor het nageslacht bewaard zijn gebleven. Het gaat om het grafschrift voor Isaac Newton dat hij op verzoek van John Conduitt maakte *, om een brief aan de Academie**  en om een verzoekschrift aan koning George II***. In alle gevallen was geld de voornaamste drijfveer.

 

  

 

Wellicht heeft Nicholas Facio zijn bedenkelijke roem echt te danken aan geldgebrek. Met de geldelijke steun van zijn moeder (maar tegen de zin van zijn vader), klampte hij zich vast aan ogen-schijnlijk lucratieve vooruitzichten. Zijn wiskundige genialiteit staat evenwel buiten kijf. Of, zoals de latere bisschop Gilbert Burnet hem had beschreven in een brief aan Robert Boyle: “… als 22- jarige de grootste van zijn generatie van wie we nog buitengewone ontwikkelingen kunnen verwachten.”

   Het is niet bekend wat bovenstaande schrijfsels hem hebben opgeleverd. Zijn gravitatietheorie is tijdens zijn leven nooit gepubliceerd, in dichtvorm noch in proza. Na zijn dood zijn anderen ermee aan de haal gegaan waardoor de theorie tegenwoordig bekend is als de zwaartekrachttheorie van Le Sage. Vrij zeker is dat hij de toegezegde beloning voor de verhindering van de gijzeling van Willem van Oranje nooit heeft ontvangen.

   Tijdens zijn jaren in Worcester (1714-1753) verdiende hij de kost met lesgeven en het geven van tuinadviezen. Aanvankelijk derfde hij ook nog wat inkomsten uit een gedeeld octrooi voor de door hem ontwikkelde techniek om gaatjes in robijnen te boren. Misschien hebben zijn sektarische sym-pathieën hem ook nog iets opgeleverd.

   Er gaan wel geruchten dat zijn leven een aaneenrijging was van liefdesaffaires en dat hij zich tot zijn dood in 1753 liet onderhouden door anderen. Dat neemt niet weg dat zijn genie eeuwig voortleeft in de juwelen van het raderenmechaniek van elk uurwerk.

   Zijn lichaam ligt begraven in de St. Nicolas kerk, Worcester.  

  

 

 

Gerelateerde Nederlandstalige literatuur

Geert Kimpen. De Geheime Newton. Arbeiderspers, 2008 (www.geertkimpen.com/newton-inhoud.html)

 

 

Het doet mij veel genoegen dat u hebt besloten een beroep te doen op mijn talent en inzet om mee te werken aan het ontwerp van een monument dat Sir Isaak waardig is. Uw genereuze honorering komt mij zeer gelegen al neig ik ernaar deze te weigeren: de eer en mijn respect voor de Grote Meester dienen mij voldoende te zijn. Maar ach, ik zal uw edelmoedigheid niet krenken, er moet tenslotte brood op de plank.   Voorlopig beperk ik mij tot de inscriptie, die mijns inziens het mooist tot zijn recht komt in de vorm van een langgerekte ovaal. De graveur kan zelf besluiten welke afmetingen het epitaaf moet krijgen om goed leesbaar te zijn.

 

H.S.E. 
Isaacus Newtonus

Qui Experientiâ Duce, Mathesi facem præferente, Naturæ leges primus demonstravit.

Stupenda cujus Inventa Multa quidem cum eo sepulta jacent;

Reliqua vero dinumerent, exosculentur, Posteri; Sed ampla vix possit indicare Tabula. 
Ingenium divinius, Animamque simul candidiorem, Coelum nunquam dedit. 
Sibi gratuletur Orbis tale tantumque exstitisse Humani Generis Decus: 
Nam Hominem eum fuisse si dubites, Hocce testatur marmor. 
Exortus Die Natali Domini 1642, Vixit Annos LXXXIV Dies LXXXV.
 

 

 Hier ligt Isaac Newton, die door proefondervindelijk onderzoek, middels wiskunde de oorzaak presenterend, als eerste de wetten der natuur demonstreerde. Hoe lofwaardig waren zijn ontdekkingen, vast veel meer nog zijn met hem in het graf verdwenen. Dat de achterblijvers ze nimmer vergeten, moge zij ze koesteren. Want geen boek is groot genoeg om ze volledig weer te geven. Zo’n door god geïnspireerd genie, met hoogst oprechte ziel, heeft de hemel ons nooit eerder geschonken. De hele wereld is dankbaar dat zo’n geweldig sieraad van een mens ooit heeft bestaan. Mocht ge twijfelen aan zijn grootsheid , laat deze marmeren gedenksteen het u verzekeren. Sedert zijn geboorte in 1642 heeft hij vierentachtig jaren en vijfentachtig dagen geleefd.

 

De uiteindelijke tekst op Newtons monument luidt evenwel:

H. S. E. ISAACUS NEWTON Eques Auratus, / Qui, animi vi prope divinâ, / Planetarum Motus, Figuras, / Cometarum semitas, Oceanique Aestus. Suâ Mathesi facem praeferente / Primus demonstravit: / Radiorum Lucis dissimilitudines, / Colorumque inde nascentium proprietates, / Quas nemo antea vel suspicatus erat, pervestigavit. / Naturae, Antiquitatis, S. Scripturae, / Sedulus, sagax, fidus Interpres / Dei O. M. Majestatem Philosophiâ asseruit, / Evangelij Simplicitatem Moribus expressit. / Sibi gratulentur Mortales, / Tale tantumque exstitisse / HUMANI GENERIS DECUS. / NAT. XXV DEC. A.D. MDCXLII. OBIIT. XX. MAR. MDCCXXVI

(Hier rust Isaac Newton, ridder, die met de bijna goddelijke kracht van zijn geest, wiskundige principes, de oor­zaak van de beweging van de hemellichamen, de beweging van de kometen, de getijden van de zee, de verschil­len in lichtstralen, en wat nooit iemand eerder zich kon voorstellen, de eigenschappen van licht, in kaart heeft gebracht. IJverig, scherpzinnig en gelovig in zijn benadering van de natuur en de oudheid van de heilige ge­schriften, rechtvaardigde hij met zijn filosofie de majesteit van de grote en goede God en gaf op zijn manier be­tekenis aan de eenvoud van het evangelie. Wij stervelingen zijn vol vreugde dat er ooit zo’n groot man van ons menselijk ras heeft bestaan. Hij is geboren op 25 december 1642 en stierf op 20 maart 1627).

 

Een afgewezen grafschrift van Alexander Pope luidde:

Nature and Nature's laws lay hid in night: God said, Let Newton be! and all was light.

(De natuur en al haar wetten liggen hier buiten ons zicht. God zei: Laat Newton zijn! en er was licht)

 

 

 

 De Koninklijke Academie van Wetenschappen heeft enkele jaren geleden een prijs uitgeloofd voor de oplossing van een vraagstuk, waarvan het enige juiste antwoord al was vervat in Sir Isaac Newtons voorspellingen en mijn verklaring van de zwaartekracht. Dit was mij destijds ontgaan en de prijs is naar iemand uit Moskou gegaan. Twee jaar geleden heeft de Academie een nog grotere prijs uitgeloofd voor de oplossing van een ander vraagstuk. Opnieuw was het antwoord te vinden in Sir Isaac Newtons Principles in samenhang met mijn theorie van de zwaartekracht. Met de inmiddels overleden grondlegger van deze prijskampen heb ik ongeveer dertig jaar geleden in Parijs een lang gesprek gevoerd. Hij heeft mij toevertrouwd dat de prijzen dienden om de filosofie van Descartes te verspreiden. Daardoor begreep ik dat de Academie in haar verwerping van de Cartesiaanse visie mij geen recht kon doen. Desalniettemin heb ik in navolging van Lucretius een Latijns gedicht geschreven waarin ik de oorzaak van de zwaartekracht heb uitgelegd. Dit heb ik gedaan nadat ik al eerder mijn theorie in algemene termen in proza naar de secretaris had gestuurd. Op deze brief had ik een heel vriendelijk antwoord ontvangen. Maar op mijn gedicht, dat toen nog veel korter en onvollediger was dan inmiddels het geval is, kreeg ik helemaal geen antwoord. Ik vermoed dat de leden van de Academie zich waarschijnlijk aan enkele vrijmoedige formuleringen hebben geërgerd. Ik had ze alle vrijheid gelaten om met de beloning te doen wat ze wilden (en mij die te onthouden) door het openlijk benoemen van de plechtige uitnodiging aan alle geleerden van willekeurig welk volk op aarde; toen ik wist dat de ze de beloning tot gelegener tijd konden bewaren, zouden ze daarmee het Cartesianisme het meest een dienst bewijzen.

  Het zou vanzelfsprekend zijn geweest om een dergelijk opstel niet in dichtregels maar in proza te schrijven. Maar deels omdat ik meende dat de Academie niet echt serieus viel te nemen en deels omdat mijn theorie de tussenkomst bewijst van een hogere macht die zich eindeloos uitstrekt over de gehele ruimte, heb ik het in de vorm van een gedicht gegoten.* Daarmee hoopte ik dat het als tegengif zou werken tegen de filosofie van Lucretius, die zoveel kwaad gedaan heeft in dit land en waarschijnlijk ook in de rest van de wereld. Vaak verwijs ik naar Sir Isaac Newton in mijn drietal boeken over de oorzaak van de zwaartekracht. Elk van die boeken omvat ongeveer vier- à vijfhonderd versregels.

   Vaak heb ik mij erover verbaasd dat de tweede en derde uitgave van Sir Isaac Newtons Principles deze kwestie nauwelijks belicht. Als er sprake is van oorzaak dan is een mechanische oorzaak het meest waarschijnlijk en ik toon aan dat er geen andere oorzaak kán zijn dan een mechanische. En Sir Isaac wist dat heel goed. Elk astronomische verschijnsel –  waarop onze natuurfilosofische kennis is gebaseerd – bevestigt zowel mijn theorie als Sir Isaac Newtons gevolgtrekkingen over zwaartekracht. Een groot aantal andere verschijnselen bewijzen eveneens een mechanische oorzaak door hun bijzondere en anderszins onverklaarbare uitwerkingen. Zodat het net zo min als Sir Isaac Newtons Principles kan worden opgevat als een hypothese zonder meer. Als mij voldoende tijd is gegeven, kan ik de theorie misschien wel op dezelfde manier als Sir Isaac formuleren (in stellingen) zodat het niet alleen naadloos aansluit bij de rest van zijn werk maar er werkelijk deel van gaat uitmaken en zowel de sleutel als ontsluiting wordt van onze kennis over het basisprincipe van de natuur. Wellicht zou dit drietal boeken kunnen worden opgenomen in uw bloemlezing. Ik weet dat Sir Isaac deze theorie meer waardeerde dan hij openlijk wilde toegeven hetgeen ik zelfs kan aantonen in de laatste uitgaven van zijn optica.

   Ik weet niet wanneer ik klaar zal zijn met de toevoegingen aan en veranderingen van mijn boek over de zwaartekracht. Het exemplaar dat ik naar Parijs heb gestuurd is nogal snel in elkaar geflanst want ik was er te laat aan begonnen. Ik hoop dat ze het hebben vernietigd zoals ze hadden beloofd. Ik heb mijzelf overigens gevleid met de gedachte dat ze wellicht de vrijheid hadden genomen om, weliswaar in strijd met hun opdracht maar in overeenstemming met de wens van de bedenker van de prijskamp, het toch onder de aandacht te brengen van de geleerde gemeenschap, zelfs al waren ze het niet eens met mijn stijl. In kringen die al geruime tijd worden beheerst door slaafse onderwerping, wordt wetenschappelijke vrijheid blijkbaar als iets schandelijks gezien en houdt men zich daar liever verre van.

 

*De gedachte is afkomstig uit Het Derde Leven van de 14e eeuwse Vlaamse monnik Jan van Ruysbroec. Nog tijdens zijn leven werden er Latijnse vertalingen gemaakt, o.a. door William Jordaens en Gerard Grote, die de religieuze Facio wellicht gelezen heeft

 

.

 

Aan Zijne Koninklijke Hoogheid George II van Groot-Brittannië

 

Rekwest van Uw nederige onderdaan Nicholas Facio Duiller

 

Dewijl, door een voorzienigheid van de almachtige Here God, in het jaar 1686, Uwe Majesteits rekwestrant een kostbare reis heeft ondernomen van Geneve naar Holland, teneinde de Prins van Oranje en latere Koning van Engeland in kennis te stellen van een uiterst geheim en huiveringwekkend complot inzake zijn leven dan wel zijn vrijheid. Dewijl zowel de Prins als de Staten-Generaal overtuigd waren van de ernst van het gevaar, door hen passende en afdoende maatregelen werden getroffen, om de uitvoering ervan te voorkomen. Dewijl dit meer dan veertig jaar geleden plaatsvond, de draagwijdte nog immer – op onze Grondwet en Uw Kroon en Staatszaken, op posities en diensten in zowel kerk als staat, en op het gehele Britse volk – buitengewoon groot is, en hopelijk nog heel lang voortduren zal. Dewijl Uwe Majesteits rekwestrant hierin gehandeld heeft uit zuiver plichtsgevoel en edelmoedigheid, maar wel met levensgevaar, hij heeft nagelaten de beloning te innen, die was toegezegd dat hij ontvangen zou, in Holland van de Prins zelve en van de Staat, of, in Engeland van dezelfde Prins, nadat hij was gekroond. Dewijl verscheidene aanzienlijke schulden de situatie van Uwe Majesteits rekwestrant ingrijpend hebben verzwakt, kan hij, uit billijkheid tegenover zijn schuldeisers en tegenover zichzelf of zijn executanten, niet anders dan de zaak aan Uwe Majesteit voorleggen; moge Uwe Majesteit, na het hier bovenstaande in overweging te hebben genomen en U grondig van de waarheid te hebben verzekerd, zoveel consideratie hebben en hem zo verblijden als U in Uwe Koninklijke Wijsheid goeddunkt. En Uwe Majesteits rekwestrant zal eeuwig bidden enz.