EEN GODDELIJK EGO

De perverse tredmolen van de vooruitgang

 

 

In de 17e en 18e eeuw nam de expansiedrift van menig Europees land sterk toe om de zucht naar rijkdom te bevredigen. Door de uitbreiding van hun overzeese gebiedsdelen ontstond vooral bij Nederland en Groot Brittannië een toenemende behoefte aan een accurate navigatie. Buiten het zicht van kustlijnen was men op open zee voor de plaatsbepaling aangewezen op de stand van hemellichamen en een goede tijdsbepaling. Beide mogendheden hadden een beroep gedaan op wetenschappers en klokkenmakers om een nauwkeurig uurwerk te construeren dat geschikt was op zee.

   In Nederland had Christiaan Huygens het uurwerk al aanmerkelijk nauwkeuriger gemaakt door de toepassing van de slinger en de uitvinding van de onrust, een balans met spiraalveer. Hij was echter niet genegen de accuratesse van zijn uurwerken op de proef te stellen door zelf scheep te gaan, maar liet dit over aan, wat hijzelf noemde, onvakkundige zeelieden zonder oprechte belangstelling voor de wetenschap. Bovendien bleven zijn uurwerken te gevoelig voor temperatuursverandering, een probleem dat uiteindelijk werd verholpen door de Schotse klokkenmaker John Harrison. Zijn zeeklokken zouden uiteindelijk aan het gewenste doel beantwoorden, na overvloedig op de proef te zijn gesteld door zijn zoon William.

 

 

 

Ik zal het mijn vader nooit vergeven. Ik haat hem. God vergeef me.

   Zolang ik mij kan herinneren heb ik hem gevolgd in zijn strijd tegen de windbuilen die zijn vakmanschap afkammen. De snoevers die denken dat een timmerman geen verstand heeft van sterren omdat hij van eenvoudige komaf is. Naast hem heb ik gestaan om die zelfingenomen zakken van repliek te dienen. Ik was zijn stem als de zijne het begaf, verstikt door woede. In zijn plaats heb ik storm en weder getrotseerd om zijn scheppingen op waarde te schatten.

   En voor wat?

   Misschien had ik mij minder moeten onderwerpen aan zijn zorgen. Misschien had ik mijn eigen weg moeten gaan, voor Elizabeth en kleine Horrins moeten zorgen, mijn eigen instrumenten moeten maken. Maar de weg van de minste weerstand verliep plezierig en mijn vader is tenslotte niet de eerste de beste. Hij is het genie. En sta ik hier, in dit Godverlaten paradijs.

 

Vanaf het hoge duin langs de Zuidoost kust van Barbados keek William Harrison met een gevoel van weemoed uit over de Atlantische Oceaan. Hij genoot van zijn verblijf op het tropische eiland ook al had hij af en toe wat last van de warmte. Als Brits staatsburger werd hij in ‘Bolts Anker’ behandeld als een vorst, de slavinnetjes fladderden om hem heen om te zorgen dat hij niets te kort kwam, de drank vloeide welig. Maar hij besefte dat hij zo snel mogelijk terug moest naar het druilerige Engeland.

   In de verte ontwaarde hij de masten van een schip, waarschijnlijk vol met slaven afkomstig uit West Afrika. Eén keer had hij een aantal van hen van dichtbij gezien nadat ze net aan land waren gebracht. Het waren stuk voor uitgemergelde vrouwen en kinderen geweest, met lichamen vol zweren, nauwelijks in staat om op eigen benen te staan. Slechte koopwaar, hen zou geen lang leven beschoren zijn. Zijn vriend Thomas die hem vergezelde, had zich tot zijn verbazing walgend afgewend, zachtjes vloekend de geparfumeerde zakdoek tegen de neus gedrukt. 

 

Gisteravond in ‘Bolts Anker’ had ik het benauwd. Dat is de tweede keer. Al die kleurige jurken en stralende ogen, ze zijn veel te aardig tegen mij, ik versta niet wat ze zeggen maar hun gelach is uitbundig en oprecht.

   Althans…

   Die gans waarmee Thomas kwam aanzetten, dacht dat ik voor Maskelyne werk. Het idee! Zouden ze soms denken dat ik zogenaamd geleerd en voornaam ben zoals die verwaande zot? Captain Lindsay denkt het wel. Maar die heeft oprecht een hoge pet van mij op. Ik heb echt indruk op hem gemaakt. Hij wist niet hoe hij het had toen hij zag hoe makkelijk ik de octant hanteer. Natuurlijk is hij zelf verantwoordelijk voor de navigatie, maar hij vond het vast prettig om te weten dat hij er niet helemaal alleen voor staat als de nood aan de man komt. Mr. Roberts, de kaartenmaker, stond trouwens ook perplex. Hij begreep direct de waarde van het horloge voor het in kaart brengen van de kustlijnen.

   Mijn vader kon nooit zo goed met die officieren overweg. Volgens hem waren ze arrogant en vonden ze hem een ordinaire gelukszoeker. Ze geloofden niets van zijn medeleven met het lot van de gewone scheepsjongens. In zijn zeeziekte zagen zij eerder de bevestiging van hun vooroordeel dan van zijn christelijke barmhartigheid. Mijn vader had een hekel aan varen. Dat liet hij liever aan mij over.

 

Een paar sternen scheerden langs een wat lager deel van het duin en verdwenen niet zo ver bij hem vandaan achter de hoge cactussen. Eén zag hij daarna als een pijl omhoog schieten tot het silhouetje oploste in het blauw. William droomde wel eens dat hij kon vliegen. Drie bruine pelikanen doken in slagorde door het kalme zeeoppervlak achter de branding. Verderop zag hij er nog een paar ronddobberen. De talrijke krabbetjes op het strand kon hij hiervandaan niet zien, maar hij wist dat ze er waren.      

  

Hij had mij nooit moeten laten gaan, die ouwe heer van me. God vergeef me, maar het maakt me ziedend als ik er aan denk. Hij ziet mij nog steeds als zijn kind, zijn toegewijde knechtje.  Hij weet dat ik hem niet in de steek zal laten maar hij weet ook dat ik mijn eigen bestaan wil opbouwen, voor mijn eigen gezin wil zorgen. Ik ben een volwassen man. Begrijpt hij dan niet wat het met me doet? God vergeef me…

 

Ineens staat ze daar weer voor me, met van die grote exotische ogen en die gulzige, halfgeopende mond. De grens tussen galanterie en geilheid vervaagt in deze hitte. Ik had haar moeten zeggen dat van mij niets valt te verwachten. Maar de rum vloeit tierig. Ik drink te veel…, de warmte..., de waanzin... Ik herinner mij deze dingen steeds in omgekeerde volgorde. Ram! Korte schreeuw. Verbaasde blikken van de anderen. Ram!

   De strandkrabben met hun opgeheven scharen als dreigende vuisten gaan elkaar ook al te lijf alsof hun leven ervan afhangt. En misschien is dat ook wel zo.

   Mijn gedachten vliegen alle kanten op. Ik ben hier al veel te lang. Het wordt tijd om naar huis te gaan.

 

Hij keek naar de lucht. Afgezien van het nevelig wit boven de zee was het uitspansel egaal blauw. De afnemende maan stond als een bleke schijf tegenover hem. Het halsstarrige gelaat van een dreigend demon waartegen zijn vader en hij al een leven lang vochten.

   Het schip was ondertussen zo ver genaderd dat hij bij vlagen kon ruiken dat het inderdaad om een slavenschip ging. William moest onwillekeurig denken aan zijn eigen ervaringen tijdens de verschillende zeereizen. Het bedorven water, het karige voedsel, de strenge tucht. En de noodzakelijke zelfdiscipline onder zulke moeilijke omstandigheden. Daar was natuurlijk niet iedereen voor in de wieg gelegd. Zijn vader had niet voor niets een beroep op hem gedaan.

 

Natuurlijk heeft mijn vader gelijk, ik kan helemaal niet op eigen benen staan! Zonder hem ben ik een stuurloos wrak, ga ik mijn ondergang tegemoet, sla op de klippen te pletter. De autoriteiten hier maken zich niet zo druk om een inheemse meer of minder, de Engelsman is heer en meester. Maar Thomas keurt het af. Ik mag Thomas graag maar ik vraag me af of hij eigenlijk wel in God gelooft. Hij vindt het onzin dat je moet hebben geleden om het hemelse paradijs te mogen betreden. Hij heeft natuurlijk wel een punt als je kijkt naar dit aardse paradijs; dan zouden de zwartjes wel in de hemel worden toegelaten en die Engelse grootgrondbezitters niet! En wat te denken van Bolt? De uitbater heeft een oord van verderf en losbandigheid geschapen. Maar zijn maaltijden zijn uitmuntend.  

 

William neeg het hoofd en keek naar zijn voeten. Hij moest een jaar of tien geweest zijn dat hij voor het laatst blootsvoets had buiten gelopen. Langs de zeereep had hij er alleen maar op hoeven letten dat hij niet op een zee-egel stapte. Op het strand had hij onder zijn voetzolen de krabbetjes uit hun pantsertjes voelen spatten maar hier op het duin moest hij echt uitkijken om niet op een cactus of een of ander doornig struikje te trappen. Zelfs de tientallen schielijk rondscharrelende hagedissen hadden in zijn ogen iets stekeligs.

 

Ik ben blij met Thomas’ gezelschap. Ik moet er niet aan denken dat ik weer alleen op reis had gemoeten. Zoals die manische Maskelyne, altijd verdiept in zijn tabellen en berekeningen, nooit eens gezellig op stap. Geen wonder dat hij ongesteld is geworden. Eerst die gemiste venusgang op St. Helena en dan die beschimping door de alom geachte Lindsay ten overstaan van de hele goegemeente!

   Maar hij blijft overtuigd van zijn eigen  gelijk, wat dat betreft is hij net mijn vader. Alleen gelooft de eerwaarde Maskelyne in het verleden, in de onvergankelijke hemelklok. Mijn vader is zelfs niet tevreden met het heden, hij moet voortdurend iets nieuws verzinnen.

   Dat is altijd zo geweest. Toen ik klein was moest ik leren zingen en hij was pas tevreden als ik net zo zong als zijn viool en hij speelde het elke keer weer anders. Als ik er aan terugdenk, krijg ik tranen in mijn ogen. Het was moeilijk maar uiteindelijk oh zo zoet. Ik zal het mijn vader nooit vergeven dat hij voor die heerlijke muziekavondjes geen tijd meer had.

 

Ik geloof dat ik daar Thomas op het strand zie lopen, met Magdalena en haar vriendin. Hij zwaait. Ik zou er niet aan moeten toegeven maar ‘Bolts Anker’ lokt. Dat kan nog gezellig worden.

 

 

William Harrison keerde in 1764 terug in London met meer dan overtuigend bewijs van het perfect functioneren van het horloge dat John Harrison had geconstrueerd om de lengtegraad op zee praktisch en nauwkeurig te kunnen bepalen. Toch zou het nog tien jaar duren voordat de Britse regering daarin meeging en John de erkenning verleende die hij verdiende.

   Tegen het einde van de 18e eeuw bedroeg het aantal mensen in de Nieuwe Wereld met recente wortels in Afrika ongeveer 30% van de oorspronkelijke bevolking van het Donkere Continent. De handel in en exploiteren van deze mensen was een economische factor van ongekende betekenis voor Europa en Amerika.

   Vanuit Barbados voer in 1764 een Engels slavenschip met een lading suiker en verse slaven naar Amerika. Eén van de slaven werd het eigendom van de Amerikaanse groothandelaar Ezechiël Davids. Als dat niet gebeurd was, zou men in de twintigste eeuw nooit gehoord hebben van Angela Davis, die als activiste en woordvoerster van de Black Panters vanaf 1970 opkwam voor tal van onderdrukte bevolkingsgroepen en die het Amerikaanse gevangeniswezen aan de schandpaal nagelde.

   In 1814 werd de slavenhandel officieel verboden. Twintig jaar later nam het Engelse parlement een wet aan die slavernij in de Britse kolonies verbood. Kort nadat in 1863 in de Nederlandse overzeese gebiedsdelen de slavernij werd afgeschaft, moest na de Amerikaanse burgeroorlog ook het Zuiden van de Verenigde Staten in 1865 het einde van de slavernij accepteren.

   Het zou nog heel lang duren voordat Afro-Amerikanen overal als gelijkwaardig werden beschouwd.

 

Nadat de Conceptión naar de haven van Cayenne was gesleept, had Reinaldo Bolt kans gezien aan de Fransen te ontsnappen. Hij werkte op verscheidene vissersschepen alvorens hij zich uiteindelijk vestigde op Barbados. Zijn herberg ‘Bolts Anker’ groeide uit tot één van de drukst bezochte verblijfsplaatsen van Europese zeelieden, slavenhandelaren en wetenschappers. De waard had verscheidene echte en onechte zonen verwekt zodat het logement gedurende meerdere generaties onder dezelfde naam geëxploiteerd zou worden.  

 

 

 

Barbados was één van de Britse koloniën in het Caraïbisch gebied en bovendien één van de belangrijkste centra van de slavenhandel. De meerderheid van de huidige bevolking stamt af van de Afrikaanse slaven. De slaven werden vanuit Barbados vooral verscheept naar andere eilanden, de Guyana’s en het zuiden van de VS. Op Barbados zelf werden ze voornamelijk te werk gesteld in de suiker -industrie en -plantages.

Thomas Whyatt was een vriend van William die hem vergezelde op de reis naar Barbados.
Nevil Maskelyne was een Engels astronoom die er als priester van overtuigd was dat de juiste manier van tijdbepaling op zee alleen kon worden vastgesteld aan de hand de posities van hemellichamen.
John Lindsay was kapitein van de Tartar, het schip dat William naar Barbados bracht. Het schip vertrok op 28 maart 1764 uit Engeland, maakte een tussenstop in Madeira en arriveerde op 13 mei in Barbados. Toen William met een koopvaardijschip op 18 juli terugkeerde in Engeland bleek zijn scheepsklok slechts 15 seconden achter te lopen.
Sterns zijn meeuwachtige vogels met lange vleugels en staart. Het zijn viseters (duiken) en behendige vliegers.  

Een Venusgang stelt de aardse waarnemer in staat de planeet Venus als een zwart stipje voorlangs de zon te zien bewegen. Nauwkeurige metingen dragen bij aan bij aan een precieze berekening van de afstand tussen de aarde en de zon. Toen Nevil Maskelyne in 1661 de metingen in St Helena wilde verrichten, was het bewolkt.
De Britse regering loofde in 1714 een prijs uit van 20.000 pond voor een praktische en bruikbare methode om lengteposities vast te stellen met een precisie van een halve graad. Met behulp van de scheepsklokken van John Harrison werd dat doel halverwege de eeuw ruimschoots bereikt. Na vele verwikkelingen ontving de ‘eenvoudige’ timmerman pas in 1773 het resterende prijzengeld. Hij werd in 1775 eervol vermeld in het logboek van de Resolution onder bevel van kapitein James Cook.
Angela Davis was tot haar pensionering in 2008 als filosofe verbonden aan de Universiteit van Californië.


Gerelateerde Nederlandstalige literatuur:

Babette de Rozières. De Creoolse keuken. Van Dishoeck, 2008.

Dava Sobel. Lengtegraad. Ambo, 1996.

Lawrence Hill. Het Negerboek. Ailantus, 2010.

Angela Davis. Een Autobiografie. Klondyke, 1975.