DOORNAPPELS

Wormgaten van de 4e dimensie?

 

 

Doornappels (Datura spp.) maken deel uit van de nachtschaden, een plantenfamilie die zich voornamelijk op het Amerikaanse continent heeft ontwikkeld en van grote betekenis is als verstrekker van voedings- en genotmiddelen (aardappel, tomaat, tabak, pepers). Doornappels hebben hun bedenkelijke faam te danken aan de hallucinerende werking van de stoffen die in alle delen van de plant aanwezig zijn en bij een onjuiste dosering levensbedreigend kunnen zijn.

 

Hoewel planten zich niet zo gemakkelijk verplaatsen als dieren hebben ze toch allerlei manieren ontwikkeld om zich te kunnen verspreiden. Beter gezegd, de zaadplanten die thans bestaan (dus niet zijn uitgestorven) hebben dat onder meer te danken aan bijzondere (toevallige) kenmerken van hun vruchten (die het zaad bevatten). Bijvoorbeeld het kenmerk pluizig, waardoor ze met de wind worden meegevoerd, of voedzaamheid, waardoor ze worden gegeten en waarna de zaadjes in de ontlasting terecht komen. Of het kenmerk stekelig, waardoor ze aan de vacht van passerende zoogdieren klitten. Tot de laatste categorie behoort de doornappel.

   De hedendaagse relatie tussen planten en dieren is aanzienlijk gecompliceerder dan het verspreiden van zaden (vruchten). Afgezien van voedsel aan herbivoren leveren de meeste planten beschutting (nestvorming) en zijn voor de bestuiving veel bloemplanten afhankelijk van hen (honigbij). De bloemplanten zijn dan ook veel later ontstaan (begin krijt, ca. 140 miljoen jaar geleden) dan de insecten (midden devoon, ca. 400 miljoen jaar geleden).

   De meeste mensen hebben onplezierige herinneringen aan de afweer van sommige planten. Om zichzelf te beschermen tegen beschadiging door dieren hebben planten bijvoorbeeld doornen (braam) of netelcellen (brandnetel). Veel minder bekend is de productie door planten van talloze secundaire stoffen ter bestrijding van vraat.

   Het meest direct werkt een vieze smaak of een gifstof die onmiddellijk korte metten maakt. In andere gevallen komen er bij beschadiging door vraat vluchtige (lok)stoffen vrij (feromonen) die natuurlijke vijanden van de betreffende planteneter (meestal insectenlarven) aantrekken. Deze vijanden (mijten, roofkevers, sluipwespen) richten zich meestal op heel specifieke prooien en welke lokstof er precies vrijkomt, is afhankelijk van de manier waarop de beschadiging tot stand komt (knabbelen, zuigen, raspen). Daardoor is de kans groot dat de juiste belager van de larve of rups wordt gerekruteerd.

   Dit specifieke afweersysteem van planten vereist een groot aantal verschillende stoffen die door het metabolisme van de plant worden gemaakt maar die zelf niet nodig zijn voor dat metabolisme en om die reden secundaire metabolieten worden genoemd. Een bekende groep van dergelijke stoffen vormen de alkaloïden. Ze zijn uitgebreid vertegenwoordigd in familie der nachtschaden (Solanaceae).

 

Nu doet zich een heel ander fenomeen voor in de relatie tussen het plantenrijk en het dierenrijk, namelijk tussen planten en mensen. Tot de nachtschaden behoren nogal wat cultuurgewassen met aanzienlijke sociale en economische relevantie. De aardappel vervult een sleutelrol in het wereldvoedselsysteem. De Italiaanse keuken is eenvoudig ondenkbaar zonder tomaat. Wat is chili con carne zonder chili(peper)? Jaarlijks sterven ca. 6 miljoen mensen door tabaksgebruik en ruim een ½ miljoen door meeroken (WHO). De betreffende gewassen leveren werk en inkomsten aan een veelvoud daarvan .

   Veel mensen hebben ironisch genoeg verlichting gevonden in de meer duistere giften van de nachtschaden: de talloze alkaloïden die zo heerlijk onze gemoedstoestand kunnen beïnvloeden. De pijnstillende, geestverruimende en ontspannende invloed op onze gesteldheid van deze stoffen hebben geleid tot een wereldwijde verspreiding en cultivering van de planten.

   De doornappels kunnen wormstekig zijn maar larven of maden werden zelden aangetroffen in het vruchtvlees. Een verklaring daarvoor kan uit het voorgaande worden afgeleid: geproduceerde feromonen hebben predatoren aangetrokken die de vreters al hebben verschalkt.

 

Enkele onderzoekers aan het Technologisch Instituut van Guwahati in India hadden evenwel een heel ander idee. Ze meenden dat de wisselwerking tussen sommige van de alkaloïden (zoals hyoscine) en de neurotransmitters in het zenuwstelsel van de diertjes niet zozeer dodelijk was maar slechts hun gedrag beïnvloedde. Uiteenlopende proefnemingen, moleculaire analyses en eindeloze tests brachten vervolgens onvermoede zaken aan het licht: de larven bleken eenvoudigweg te verdwijnen om korte tijd later weer tevoorschijn te komen. Een postdoc had even gewag gemaakt van een parallel universum. 

   Toen de biologen hun observaties binnen het Indian Institute of Technology (IIT ) kenbaar maakten, waren de meeste reacties sceptisch. Over het algemeen had men weinig belangstelling, op een paar nanotechneuten en moderne alchemisten na. Zelf waren die toevallig ook niet geheel onbekend met de werking van doornappelthee wat in de ogen van hun collega’s een vertroebelend effect op hun beoordelingsvermogen zou hebben gehad. Desalniettemin heeft de samenwerking van deze onconventionele zonderlingen tot geruchtmakende resultaten geleid.

   Geruchtmakend, want een officiële wetenschappelijk rapportage ontbreekt. Alle informatie is gebaseerd op enkele publicaties in weinig gerenommeerde Aziatische bladen en een nauwelijks verstaanbaar radio-interview. Bij het IIT zwijgt men over deze zaak in alle talen wat overigens niet zoveel zegt: Indiase onderzoeksinstellingen verzoeken hun medewerkers niet zelden om geheimhouding totdat de resultaten van het onderzoek officieel bekend zijn gemaakt.

 

Datura stramonium, de meest in Nederland voorkomende doornappel, komt oorspronkelijk uit Amerika. De doornappels van de nieuwe wereld werden door ingewijden van de inheemse bevolking gebruikt voor magisch religieuze rituelen. Ze danken hun bekendheid aan hun hallucinogene eigenschappen.

   Aziatische doornappels, zoals Datura metel, waren al eerder in Europa bekend en werden als geneesmiddel gebruikt voor de behandeling van allerlei aandoeningen en de bestrijding van koorts. In combinatie met alcohol werd de plant gebruikt als verdovend  middel bij chirurgische ingrepen. In de 16e eeuw werd ook D. stramonium aangewend als verdovend middel, onder andere bij rotte kiezen en open wonden.

   “… dezen Doorn-Appel is van aerd ende krachten seer verdovende, ´t ghevoelen benemde, ende slaep-maekende, mits dien oock verkoelende tot in den vierden graed, …”1

    Zo hebben naast geestverruimende ook medicinale eigenschappen bijgedragen aan de wereldwijde verspreiding van doornappels. De vraag is of de intieme relatie tussen vertegenwoordigers van twee verschillende rijken (mens en bloem) niet alleen tot verspreiding in de derde dimensie heeft geleid, maar ook in ´den vierden´?

 

Uit het Cruydeboeck van de arts en botanicus Rembert Dodoens (1517-1585).

 

 

Gerelateerde Nederlandstalige literatuur:

Richard Schultes & Albert Hofmann. Over de planten der goden. Cactus-Boeken, 1983

Eddy van der Meijden. Het afweersysteem van planten, een fascinerend compromis. RU Leiden, 2009