HEMELSE SYMFONIE

De troosteloze tredmolen van de vergankelijkheid

 

 

Mijn cultuur-minnende vrienden reageren vaak verbaasd, soms zelfs kribbig, als ik ze vertel dat de fresco’s in de Sixtijnse kapel mij koud laten, dat de Taj Mahal mij aan een protserige doodskist doet denken en dat ik de 11e sonate van Mozart slaapverwekkend vind. Ze verwijten mij onvoldoende gevoel voor schoonheid en daarin hebben ze, met betrekking tot deze voorbeelden, natuurlijk gelijk. Wat ik mooi of lelijk vind, ligt helemaal aan mijzelf. Schoonheid is geen eigenschap van het object in kwestie. ‘Mooi’ bestaat slechts in betoverde zinnen (‘beauty is in the eye of the beholder’).

 

Dank zij moderne opnametechnieken en ether uitzendingen weet iedereen die na de 2e wereldoorlog is geboren, dat er een wereld van verschil bestaat tussen bluesmuziek, rock & roll, jazz en opera of een oratorium. Smaken verschillen, maar het zal niemand moeite kosten om onderscheid te maken tussen bijvoorbeeld Stairway to heaven in de uitvoering van Frank Zappa (Page & Plant, 1971)*, N’Nafanta van The Ousmane Kouyate Band (Kouyate, 1990)** en de Matthäus-Passion door de Nederlandse Bachvereniging o.l.v. Peter Dijkstra (Bach, 1728)***. In de oren van de Karolingische troubadours zouden al deze uitvoeringen echter als één en dezelfde kakofonische geluidsbrij klinken. Een troubadour was dan ook meer een verhalenverteller dan een muzikant.

   In de tijd van Karel de Grote was muziek in de eerste plaats het domein van de geestelijken, ter meerdere glorie van God en waarschijnlijk ook als geheugensteun bij het instuderen van de talrijke gebeden. Moderne Gregoriaanse gezangen, bijvoorbeeld van Quis Deus door de Chant Group Psallentes****,  geven een indruk hoe deze muziek in het eerste millennium kan hebben geklonken. Al moet ik erbij zeggen dat de originele uitvoeringen in bedompte kloosterzaaltjes waarschijnlijk minder imposant klonken dan de hedendaagse opnames. Als er sprake was van een koor zong iedereen met dezelfde stem, hoewel er soms een verschil in octaven kon optreden door de hoge stemmen van knapen en castraten naast die van de rest van het (mannen)koor.

 

Emergente eigenschappen van muziek zoals opeenvolgende tonen in de tijd, de melodie genoemd, of de gelijktijdig klinkende tonen die de harmonie vormen, waren in het eerste millennium zeer beperkt. Pas na de invoering van de muzieknotatie, een uitvinding van Guido van Arezzo in de 11e eeuw,  ontwikkelde de muziek zich met een duizelingwekkend tempo. De symfonie, die altijd al enige spirituele macht was toegekend, werd in de loop van het tweede millennium zo indrukwekkend dat men vreesde dat het aanhoren ervan voor sommige mensen te veel zou zijn. Menige liturgie werd dan ook achter slot en grendel bewaard en alleen bij speciale gelegenheden voor een select publiek ten gehore gebracht.

   In de 17e eeuw besloot paus Urbanus VIII dat het werk van zijn kapelmeester Gregorio Allegri slechts eenmaal per jaar mocht worden gezongen, en dan alleen nog maar door het Sixtijnse koor. In onze tijd kan Allegri’s Miserer § door iedereen worden beluisterd en wie er door wordt overmand, moet de oorzaak daarvan bij zichzelf zoeken en niet bij het muziekstuk. Schoonheid is géén emergente eigenschap, het is een persoonlijke beleving die bovendien cultureel gebonden is. Schoonheid, zo men wil, is een attribuut van het ideale onstoffelijke domein der goden en heeft alleen bestaansrecht in de menselijke geest.

   Desondanks gelooft men sinds mensenheugenis in het werkelijke bestaan van een universele natuurlijke schoonheid der dingen, de hemelse symfonie.

 

Door de eeuwen heen heeft men gemeend dat de oorsprong van alle muziek een afspiegeling is van de natuurlijke harmonie in het universum en dat deze zelfs bepalend is voor de bewegingen in ons zonnestelsel. Schoonheid in kunst en natuur zou worden geopenbaard door de abstracte wetenschap bij uitstek, de wiskunde. Vooral eenvoudige verhoudingen tussen getallen of lijnstukken werden een goddelijke waarde toegekend (goddelijk staat daarbij voor schoonheid; schoonheid is God). Een zodanige verdeling van een lijnstuk dat de verhouding tussen het grootste en kleinste deel gelijk is aan de verhouding tussen het grootste deel en het geheel (de gulden snede) werd gezien als de hand van God  in kunst en natuur.

   Het was de Griekse filosoof en mysticus Pythagoras, die ontdekte dat alle voorwerpen een eigen geluid hebben en dat door bepaalde bewerkingen, bijvoorbeeld het spannen van een snaar, het geluid als een duidelijke toon kon worden gehoord. Het viel hem verder op dat er ook andere tonen in de snaar verborgen zaten. Die kon hij laten horen door bijvoorbeeld de snaar korter te maken. Bovendien bleek dat die tonen harmonieus samen klonken als de verkorting volgens eenvoudige getalsverhoudingen verliep. Zoals halveren, of in de verhouding 2:3 of 1:4. Uiteraard heeft dit zijn volgelingen ervan overtuigd dat er een samenhang bestaat tussen schoonheid, getalsverhoudingen en de kosmos.

 

De schoonheid die wij toekennen aan muziek uit het tweede millennium hangt echter samen met heel andere getallen. Getallen die Pythagoras vanwege hun onmeetbaarheid zou hebben afgewezen. Getallen die nodig waren om met uiteenlopende instrumenten de symfonische muziek van het afgelopen paar eeuwen te kunnen maken. Een toonladder kon uit praktische overweging niet oneindig lang zijn en sommige instrumenten hadden bovendien hun eigen specifieke toonsoort. Om toch met verschillende instrumenten samen te musiceren, moest er een standaard komen. Daarvoor werd het octaaf van twaalf noten kunstmatig in twaalf precies gelijke delen verdeeld. Omdat voor elke toon geldt dat de harmonische samenklank die precies een octaaf hoger is, een verdubbeling van de frequentie-waarde heeft, moeten de frequenties van de twaalf tonen van de toonladder in het octaaf steeds met een factor 1,059463094… (twaalfde wortel van 2) worden vermenigvuldigd. Dit getal kon pas worden bepaald na de invoering van het decimale stelsel door Simon Stevin en de berekening was mogelijk door de acceptatie van het getal 0. Het horror vacuüm van de lege leegte die dit getal voorstelt, was voor de school van Pythagoras echter aanleiding om het getal 0 in de ban te doen en in de middeleeuwen werd het getal 0 door de katholieke kerk als de negatie van God beschouwd. Mede daarom heeft het zo lang geduurd voordat een stuk als Das wohltemperierte Klavier §§ (J.S. Bach, 1722) gepubliceerd werd om ons aangenaam te verrassen met zijn preludes en fuga’s. Bach was er in geslaagd een klavecimbel zodanig te stemmen dat zijn composities in alle toonladders in één keer (dus zonder tussenstemming) konden worden gespeeld. De introductie van de kunstmatige stemming betekende een doorbraak met spectaculaire symfonische mogelijkheden waarvan componisten nog steeds de vruchten plukken.

 

De hemelse symfonie werd ondertussen ook bezongen in de beeldende kunst en natuurwetenschappen. De verdeling in uiterste en middelste reden, later ook wel gulden snede genoemd, veroverde de schilderkunst en architectuur nadat de wiskundige Pacioli er rond 1500 over publiceerde. De ‘goddelijke verhouding’ bleek aangenaam verwant te zijn aan de rij van Fibonacci. Deze getallenrij is al voor onze jaartelling in het Sanskriet beschreven en is later vernoemd naar Fibonacci, de bijnaam van Leonardo van Pisa, die hem rond 1200 in Europa publiceerde.  De rij begint met 0 en 1 waarna elke volgende term de som is van de twee voorgaande. De verhouding tussen twee opeenvolgende termen benadert, naarmate de getallen groter worden, het zogenaamde gulden getal, namelijk 1,618033989… ( ½ + ½√5 ). Ook niet bepaald een getal waar Pythagoras blij van zou zijn geworden.

   Fibonacci gebruikte zijn rij om de voortplantingssnelheid van konijnen te beschrijven. In de 19e eeuw deed Henri Dudeney hetzelfde voor runderen en later publiceerde de Amerikaanse fysicus S.L. Basin over de rol van de fibonacci-reeks in de beschrijving van elektrische netwerken en licht reflectie.

   Johann Titius had in de achttiende eeuw een eenvoudige relatie ontdekt waarmee de verhoudingen binnen het destijds bekende zonnestelsel konden worden beschreven. De formule werd gepubliceerd door Johann Bode maar uitbreiding van de astronomische kennis over ons zonnestelsel  reduceerde het verband tussen het rangnummer van de planeten en hun afstand tot de zon tot een wiskundige curiositeit.

   Nog altijd geloven veel mensen dat de ‘goddelijke verhouding’ aan de basis ligt van de universele schoonheid. Niet alleen de betovering die uitgaat van beroemde schilderijen (Mona Lisa) en bouwwerken (Parthenon) wordt ermee ‘verklaard’. Ook de verhoudingen in het menselijk lichaam, spiraalvormige schelpen en bloemkronen zouden met het ‘gulden getal’ kunnen worden begrepen. Let wel, hier wordt begrip niet gebruikt in de zin van oorzaak en gevolg. Er is sprake van een analoog soort verklaring, een beschrijving van een fenomeen zonder erbij te zeggen waarom die voldoet. Een dergelijke beschrijving kan best nuttig zijn, om bijvoorbeeld een nieuwe planeet te ontdekken: je weet waar je moet zoeken. Maar het vertelt je niets over de reden waarom.

 

Goddelijke proporties als esthetisch ideaal. Het komt waarschijnlijk voort uit een verlangen om onze natuurlijke omgeving te voegen naar onze spirituele beleving. De voortdurende polarisatie tussen verstand en gevoel, tussen hypothese en evangelie, heeft ons blind gemaakt voor het feit dat wij zelf deel zijn van die natuurlijke omgeving. Ons gehoor is het resultaat van dezelfde materie als elke willekeurig andere waarop Pythagoras zijn muziektheorie baseerde. Onze ogen zijn zodanig geplaatst dat we horizontale objecten aangenamer vinden om naar te kijken dan verticale. De visuele aantrekkelijkheid van regelmaat zoals bijvoorbeeld in spiralen, vertoont overeenkomst met illusoire waarnemingen en is geheel terug te voeren op onze perceptie die bepaald wordt door de werking van onze zintuigen en hersenen.

   Het enige natuurverschijnsel dat door de rij van Fibonacci vrij precies kan worden beschreven, is de fyllotaxis. Maar deze regelmatige inplanting van bladeren onder een hoek van 137.5o, een hoek die kan worden beschreven met de Fibonacci reeks, heeft alles te maken met effectieve lichtopname ten behoeve van de fotosynthese en is het product van evolutie.

   Wij maken deel uit van deze wereld en beleven de schoonheid ervan als een soort spiritueel instemmen (resoneren) met de realiteit van onze omgeving. Soms gebeurt dat onverwacht en hebben we de nijging om de hemelse symfonie buiten onszelf te zoeken. Maar of iets mooi of lelijk is, wordt geheel en al bepaald door de schoonheidscommissie. Dat zijn wij dus zelf.

 

 


Gerelateerde Nederlandstalige literatuur:

Umberto Eco. De geschiedenis van de schoonheid. Bert Bakker, 2010

Howard Goodall. Magische Momenten. Keerpunten in de Muziek. Tirion/Teleacc NOT, 2001

Priya Hemenway. De geheime code. Librero, 2011

Albert van der Schoot. De ontstelling van Pythagoras. Kok Agora, 1998

 

De sixtijnse kapel maakt deel uit van het Pauselijk Paleis in het Vaticaan en is van binnen beschilderd met fresco’s van Michelangelo.

De Taj Mahal is een 17e eeuws mausoleum in Agra (India) waar de lichamelijke resten van de toenmalige islamitische heerser van het Mogolrijk en zijn echtgenote worden bewaard.

De 11e sonate van Mozart is een 18e eeuws is een driedelige pianocompositie in A majeur waarvan het laatste deel verwijst naar Turkse marsmuziek (Alla Turca).
Oorspronkelijk betekent ‘beauty is in the eye of the beholder’ dat schoonheid subjectief is. De zin wordt vaak in verband gebracht met William Shakespeare’s Love’s, Labour’s, Lost, maar is feitelijk afkomstig uit het boek Molly Bawn (1878) van Margaret Hungerford .

Castraten waren mannelijke zangers van wie op vroege leeftijd de testikels werden verwijderd om de hoge kinderstem te handhaven. (www.classicstogo.nl/features/crastraten/)

Uitvoering van 'Stairway to heaven' tijdens life-concert van Frank Zappa: https://www.youtube.com/watch?v=uKgK91zCq44

Ousmane Kouyate met Universal Groove (life): https://www.youtube.com/watch?v=cCnpaycx29U

Gregoriaanse muziek door zanggroep Psallentes: http://www.dailymotion.com/video/x2wcd5f

Uitvoering van Allegri's Miserere: https://www.youtube.com/watch?v=IA88AS6Wy_4

Uitvoering van Das wohltemperierte Klavier van J.S.Bach: https://www.youtube.com/watch?v=HlXDJhLeShg