KK

 

Kanishk Kastomega wordt kort voor de Indiase onafhankelijkheid geboren in Haiderabad. Hij verliest beide ouders tijdens de korte maar hevige gevechten tussen verschillende godsdienstige groeperingen over de status van de stad. Vrome moslims ontfermen zich over het weeskind, waarna hij opgroeit in de oostelijke kuststreek van Andhra Pradesh. 
   Als adolescent verruilt hij de sloppenwijken voor de grote vaart. Hij raakt vertrouwd met de rauwe realiteit van het zeemansleven. Totdat hij in 1968 in Rotterdam besluit asiel aan te vragen, wat hem wordt verleend. 
   Hij studeert aan de Universiteit van Leiden waar hij promoveert tot doctor in de wiskunde en natuurwetenschappen. Zijn proefschrift handelt over het verband tussen levende wezens en hun fysische omgeving, in een evolutionaire context. 
   Na een aanstelling bij Fraunhofer ISI en vervolgonderzoek bij de Rutgers Universiteit in New Brunswick, is hij thans verbonden aan het EMBL in Heidelberg.
   Zijn interesse in religie is al vroeg gewekt door de multiculturele omgeving waarin hij opgroeit. Als kind leert hij de Koran van buiten. Op school geniet hij van de Mahabharata maar de filosofie van de Veda’s vindt hij archaïsch en uit de tijd. Als hij kennismaakt met westerlingen raakt hij geïntrigeerd door de christelijke intolerantie en het antisemitisme. Hij herkent de epiek van het Oude Testament maar met de rest van de Bijbel heeft hij niet zoveel op. Tijdens zijn natuurwetenschappelijke opleiding en onderzoekingen wordt zijn godsbesef ronduit ambivalent. Hij besluit dat God zich op een andere manier manifesteert dan tot nu toe door gelovigen wordt aangenomen en neemt zich voor zijn ideeën vorm te geven in het Emergente Universum.

Kanishk Kastomega woont alleen en is, voor zover bekend, kinderloos.

 

 

Hieronder volgt een gekuiste selectie (KK lijdt aan coprolalie) van zijn Monologue Egologique in literair café Paspourtout (waar het gebruik van alcohol en drugs niet wordt ontmoedigd):

Ik ken maar een paar (oo) soorten mensen, hooghartige alfa’s, ingetogen techneuten en onbekwame sociofielen, nou ja (oo) die laatsten zijn eigenlijk ook alfa’s maar dan zonder eruditie. Nu allerlei vooraanstaande alfa’s hun best doen om de maatschappelijke scheurtjes dicht te smeren met gebeuzel over moraliteit en medemenselijkheid wordt het angstgat alsmaar groter. Help (ooo) de techno’s grijpen de macht! 
Alfa’s en bèta’s dus. Niet erg origineel en daarom extra alarmerend1. De eersten hebben de namen bedacht, talig als ze zijn. Alfa’s, kopgroep, de voorhoede (oomaar de eersten zullen de laatsten zijn. De bèta’s (ooo) de onvolmaakten, zij weten wel wat een ontkenning betekent. Schuld, verlies, teruggaan in de tijd, om enkele negatieve notaties te noemen. Historici en godgeleerden (alfa’s) zullen een achteruitgang in het verre verleden tegenspreken (dubbele negatie?). Voor astrofysici en evolutionisten is het minteken niets anders dan een symbolische voorstelling van zaken: gedane zaken nemen geen keer. Wat niet wil zeggen dat er niets anders voor in de plaats kan komen. Een onherroepelijke gebeurtenis is niet hetzelfde als een onvervangbaar feit. Integendeel, elke (onherroepelijke) gebeurtenis ligt ten grondslag aan zijn eigen vervanging. Het verleden maakt steeds plaats voor nieuw (recenter) verleden: het onstuitbare voortschrijden van de  (#NM*!tijd.

Ik ben net zo verwant aan de printer die mijn epistels uitspuugt als aan de moeder (J) die mij baarde. Haar morele weeën waren even onbaatzuchtig als mijn drukwerkjes. Ik ben geen literator (ooo). Ik mis de ambitie om met taal mijn brood te verdienen. Mijn drijfveer om te schrijven is angst ... angst (~~) voor de afschuwelijke leegte ... Ik heb wel een idee over de zin van het bestaan en dat idee wil ik wel delen. Ik ben geen zendeling, ik wil niets opdringen, wat komt dat komt, onvermijdelijk, vroeg of (#NM*! ) laat2 .

Ik besef dat het toedichten van bepaalde gevoelens, opvattingen, verlangens, of andere spiritualiën, aan mensen die werkelijk bestaan hebben, een vertekening van het verleden met zich meebrengt (zoals elke historische beschrijving de eigentijdse opvattingen projecteert op het verleden). Maar ik trek me er niets van aan, als ware ik God zelve in Mijn eigen Paradijs. Een aanmatigend standpunt, inderdaad. Is dat erg? Er bestaan geen bescheiden literatoren. En ik ben niet eens een literator.

Ik richt mij tot de (oo) brave klaverjassers en minder brave voetbalvandalen. Voor hen is de wereld één groot complot van betweters en opperregelaars. Jullie vraag ik (oo) wat is een herder zonder schapen? Een koning zonder onderdanen? Een heerser zonder massa? De massa zonder leider?
   Tot de massa wil ik mijn woorden richten als een schoolmeester tot zijn klas: niet de mensheid maar de wereld zélf is het complot, een samenzwering van alles wat ooit geweest is en waaruit thans alles bestaat. Het (NNN) emergente universum, dat zijn wij zelf.
   Ik ben bang dat veel apathische kaartlezers en raaskallende sportfanaten nu hebben afgehaakt. De klas verliest elke belangstelling zodra het ergens over gaat. Of ben ik nu te somber?

Classici gaan er prat op dat ze geen wiskunde beheersen, boeken die er werkelijk toe doen zijn in ‘gewone’ talen geschreven, zelfs als ze dood zijn (de taal, niet de classicus). Dat wiskunde de meest universele taal is die de mens heeft uitgevonden, bestrijden ze. Met een begrip als ‘recursief’ hebben ze weinig moeite, al spreken ze – ten behoeve van de ongeletterden – liever van het Droste-effect. Maar zodra een onmeetbaar getal als √2 aan bod komt, haken ze af. Deze houding wordt gelegaliseerd in talrijke geschriften (ons kent ons) en via de televisie. Wel eens een formule aangetroffen in een populair boek? Uitgevers zijn ook alfa’s (oooo).
   Afgezien van het incestuele aanstellingsbeleid worden media vooral beheerst door journalisten, de beroepsgroep van alfa’s  (oo) bij uitstek. Wie houdt zijn/haar schoolkennis níét op peil door te kijken naar informatieve programma’s op televisie? Zelfs professoren houden hun vakkennis op peil door het lezen van krantenartikelen. 
   De wereld wordt geleid door alfa’s (oo) mensen met taalgevoel en culturele kennis maar zonder begrip voor kwantumverstrengeling of ‘delen door nul’. Misschien is het uit frustratie dat vooral zij de macht grijpen want bèta’s worden slimmer geacht, daar dragen de alfa’s zelf voortdurend aan bij. Bèta’s zijn mensen die kunnen rekenen en verstand hebben van abstracte causaliteit. Bovendien zijn ze vaak wat handiger met techniek.

Gisteren heb ik een gat gegraven in de grond onder mijn huis. Het is een oud huis, er gaat wel eens wat stuk, dat moet worden hersteld.3
   Aan mijn huis geen polonaise, ik los het zelf op, verbaas me over mensen die pronken met twee linkerhanden. Wel ontroerend, die gehandicapten-trots, die fiere invaliden, die onthande bollebozen. Of vinden ze zichzelf te goed om in de drek te graaien, ook al is die van henzelf?

Soms heb ik de (visuele) gewaarwording alsof ik (o) binnenstebuiten word gekeerd in de wereld om mij heen. Zoals mijn spiegelbeeld in het glimmende oppervlak van een gebold koekblik omklapt als ik er met een vinger tegenaan druk. Ik verlies mijn harnas, ben (#NM*!) naakter dan naakt. Ineens hoor ik er helemaal bij, kan ik alles aanraken. Ik ruik het. Ik proef het.
Gewoonlijk sta ik buiten de wereld. Ik weet wel dat ik er deel van uitmaak, maar alles rondom is ver weg. En tegelijk heel dichtbij. Haar huid kan ik strelen, haar ziel blijft onbereikbaar.
   Zo voelt het. Zo ziet het er zelfs uit. Het is een visuele gewaarwording.
   Als kind dacht ik dat het aan mijn ogen lag, nu weet ik dat het dieper zit. Ik ben autist (M). Ik heb alleen de gewaarwording van een onbeschrijflijke betrokkenheid waaraan ik geen deel heb. Er is iets in de wereld dat voor mij niet kenbaar is, waar ik hopeloos naar op zoek ben. Ik ben niet wijs.4

Het land wordt geregeerd door alfa’s (oo) advocaten en sociaal geografen (ooo) die verbleken bij de gedachte dat de stoppen doorslaan en er geen horige gevonden wordt om de kortsluiting op te sporen. De zaak wordt gerund door interim managers die hun power point presentatie de mist in zien gaan omdat ze hun notebook niet aan de gang krijgen. Mijn bestaan staat in de steigers en ik moet er niet aan denken dat de erudiete bouwvakkers in verband met het literaire schaftuurtje de verankering en borging hebben afgeraffeld.

Ik ben een (ooostotterende dwerg (oo) met de ambitie van een orerende reus. Mijn (NNego staat op ontploffen. Bedenk: de comateuze spasticus, waarvan de geest wil uitbreken (ach, het maar een achterlijke idioot). Bedenk: verlamde stembanden (ooals je het wil uitschreeuwen van frustratie. Pas als de zon verdwenen is vult de hemel zich met sterren. Maar ik ben nachtblind, ik zie geen steek. En wat ik zeggen wilde ... Ik ben Kabouter Kandelaar in het Land van de Reuzekaarsen.

 

 

Taal is godverdomme het stomste wat er is. Kutzooi! In den beginne was het Woord … en het Woord was God. Zo staat het letterlijk in de bijbel (Johannes 1) en zoals in al die kanker openbaringsreligies (islam, christendom, jodendom) is de godverdomse boodschap via influisteringen door mensen vastgelegd in de Geilige Schrift (om het onderdrukte volk de aars te snoeren hebben ze godverdegodverse fabels verspreid over Mozes' despotisme, door de allerhoogste opgelegd. Ja ja. Teringlijers). Mondeling overgeleverde verhalen zijn hooguit een paar kut eeuwen voor onze jaartelling opgeschreven. Om die verhalen een beetje samenhang te geven, zijn verzamelingen godvergeten gebeurtenissen, wijsneuzerige anekedoten, zedenpreken en jongensboeken samengebundeld. Die boeken als Ouwe Testikel en de Tenakaas hebben nog steeds groot gezag godkankertyfus. Via pestpokkeprofeten wordt het Woord Gods, de godgodgodverdegoddomse waarheid, verkondigd. De waarheid althans, voor wie gelooft. En dat zijn er zaadgorgelend veel.

Ik wil niet aanmatigend klinken maar de kanker bijdragen aan mijn kanker bundels, mijn kanker Magazines, zijn ook baarmoederhalskanker-gezwellen en geschreven door anonieme grafkankerhoeren. De boodschap is allerminst goddelijk, eerder satanisch, en beoogt paardepisneukers te zien as een produk vande beperke têt die je hep. De têt die we eeuwiglang getrach hebbe naronze hand te zette, om onszelf onsterfelijk (belachelijk) te maken. Uit bangigheid voor de dood. Op zoek naar de ZIN. Zonder kul.

Na op spectaculaire wijze uit de gevangenis van Ankara te zijn ontsnapt (Jezus), heeft die pisnischt L&B korte stukjes over professorfraude en complottheorieën ter beschikking gesteld (poehpoeh) bedoeld om ons zijn poepboodschap over pancratie en pietlut voor de voeten te werpen.

Zakkenwasser ZYXin¼ beweert het godsamme te betreuren dat zijn spot steeds wordt misverstaan, de kloothommel. Nou heeft hij de graf-bestemming van zijn kutschrijfsels maar toevertrouwd aan dit vuilnisvat (zijn woorden). De eikel.

Om dit samenraapsel van losse flodders wahwahwahwat coherentie (ahaaah) te geven, heeft die Amerikaanse stoephoer Pat Shitman (pseudo-niem) beloofd een vuile ton te schrijven, maar ik weet zeker dat die neukslet El Instituto niet zelf heeft neergepend. Ze had vroeger al iets met een vriendje van het Santa Fe Institute in New Mexico. Die heeft vast een stevig aandeel gehad heeft in de ontwikkeling van de verhaallijn, de gore bloedpoeper. Schijnheilige uitslover dat-ie dat stiekem moet doen...

En dan is er nog die stomabeffende bioloog Henny van der Meer. Mijn vader had de  fukfokfotograaf van de S-S-Statendam bij de veiligheidschui-mende nickers in Santa Monica ontmoet. Daar was toen ook een Indiase astroloog met een st-stotstotter bij aanwezig. Die had toen in de toekomst gekeken en gezegd dat tegen de tijd dat zijn zweetsokkenzoontje, ik dus, zijn kankermagazine zou gaan uitbrengen, de fukfokfotograaf het voor beeldmateriaal zou zorgen.

Hoe die hakkelaar dat toen allemaal kon weten, geeft wel te denken. Blergh.

 

  

 


 

Coprolalie is een begrip uit de psychiatrie en betekent zoveel als het onwillekeurig uiten van obsceniteiten (syndroom van Gilles de la Tourette). Waar dat tijdens het interview gebeurt door vloeken, sexistische en racistische taal is de tekst vervangen door ooo, op plaatsen waar in de tekst andere symbooltjes verschijnen verwijzen deze naar gerochel, geschreeuw en/of obscene gebaren. Zie bijvoorbeeld: http://www.jonathanhouck.be/projects/tourette/pages/symptomen.php

In 1959 maakte Charles Snow al melding van de culturele splitsing tussen natuur- en geesteswetenschappen. In het Nederlands taalgebied werd hieraan uiting gegeven door o.a. Rudy Kousbroek (alfa’s wandelen door de moderne wereld als Neanderthalers door een sterrenwacht), Gerrit Krol (ook in wiskunde is sprake van schoonheid) en Maxim Verhagen (niet de technologie, maar de technologieverheerlijking is de grootste dreiging).
De wereld zoals die zich nu aan ons voordoet, is het gevolg van myriaden gebeurtenissen die zich, voorafgaand aan dit nu,hebben voorgedaan. Het is nauwelijks relevant voor het nu of we de naakte feitelijkheid blootleggen dan wel gebeurtenissen inkleuren met zelfbedachte attributen. Maar dat kan natuurlijk wel van invloed zijn op het nu dat nog moet komen, de toekomst. Gedachten, al zijn ze nog zo ijl, dragen bij aan concrete beslissingen, dragen bij aan feitelijke gebeurtenissen, in de toekomst.
Ik ga soms naar de dokter, omdat ik buikpijn heb. Ze geeft een pilletje, een bruisdouche voor de darmen, zegt dat ik op moet letten met wat ik eet. Ik heb nooit last van obstipatie. Mijn huis wel.
Mijn schrijverij is niet gericht aan de intellectuele elite die halsstarrig onderscheid wil maken tussen echte kunst en kitsch zonder onweerlegbaar te kunnen aantonen waar het verschil in zit. Waardoor wordt diepgang bereikt? Complexiteit? Of juist eenvoud? Door beide, zo meent de ware kunstkenner: de paradox maakt iets tot kunst. Interessante gedachtegang. Er zijn ongetwijfeld voorbeelden van het tegendeel. Wat te denken van het glimmende koekblik, met de afbeelding van een Van Ruisdael?
L&B staat voor Allen Bay maar kan ook gelezen worden als de afkorting van leugen en bedrog (of liefde en begrip)
 
Zijksinkwart heeft zijn slechte reputatie te wijten aan zijn voorkeur om over onderwerpen te schrijven die niemand wil lezen. Bijvoorbeeld omdat zijn teksten volstaan met formules, moeilijke woorden of onbegrijpelijke zinnen.
Het gaat hier mogelijk om antropologe dr Shipman en de medewerkers aan het Santa Fe Institute houden zich bezig met complexiteit (het grensgebied van de chaos)

Het geleverde materiaal bestaat uit eigen foto's, bewerkte afbeeldingen van diverse beeldbanken en evolutionaire inzichten op het gebied van samenwerking en emergentie. Voor een cv zie: https://www.vision-in-cichlids.com/cv.htm

Deze geheimzinnige figuur was vermoedelijk de tijdreiziger die in verschillende gedaantes tevoorschijn komt: als Sarimanok (met z'n emergente detective bureau), de Witte Monnik, frater Iman en natuurlijk Hasan Pacha.

Het geluid dat je hoort is het geroezemoes in de koffieshop waar Kanishk Kastomega op 14 april 2014 werd geïnterviewd