HET EMERGENTE UNIVERSUM: EEN RECONSTRUCTIE
Gad nee, poëzie…! Zei ze op een dag1

 

 

Op 14 april van het revolutiejaar 1968 besluit de artistieke kern van progressieve intellectuelen in Amsterdam om gezamenlijk een kunstgedrocht te construeren dat laat zien hoe de vrije geest wordt verkracht door de gevestigde orde. Drie maanden later neemt het Holland Festival dit thema in de vorm van een moderne opera op in het programma van 1969, wat resulteert in de unieke uitvoering van Reconstructie, een moraliteit. Dat de opera daarna nooit meer is opgevoerd, wijst erop dat dezelfde revolutie maar één keer plaatsvindt.

   Een halve eeuw later wordt de dreigende inperking van individuele vrijheid door het maatschappelijk bestel erkend (privacywetgeving) en tegelijkertijd laten individuen zich vrijelijk opslokken door het wereldwijde netwerk van de sociale media. Het verzet tegen de gevreesde betutteling is omgeslagen in een soort achteloze verontwaardiging. De heersende moraal belemmert zowel de afzijdigheid van een eenling als het tribalisme van een club.

   Halverwege het derde millennium bestaat de mensheid bij gratie van de volledig geïntegreerde elektronische intelligentie en robotica. Geheel in lijn met de grote evolutionaire transities vormt Homo sapiens de opstap naar de nieuwe orde, Cyberium. Zoals eencelligen bestaan dankzij bacteriën en mensen bestaan dankzij cellen, zo bestaat Cyberium dankzij de mens. Cyberium staat voor de wereldwijde symbiose tussen mens en machine en heeft een eigen, planetaire identiteit. Het onderhoudt zich met andere cyberia in een onderbewust streven naar galactische eenheid, de volgende sport van de emergente ladder.

 

 

Zijn eerste droom van de zoete fee heeft hem nooit verlaten. De extase was zo overweldigend dat de kleine Huby Moontrap overeind schoot uit een zinnenprikkelend schimmenspel en zeker wist:

   Ik ben het centrum van de wereld!

   Het is een andere manier van zeggen dat God overbodig is. Hij besloot dat de waarheid slechts een kwestie is van woorden.

 

  

Als het emergente universum poëzie was, heette dit misschien de ondersteboven berg. De punt omlaag, het primordiale begin. De voet onzichtbaar, gehuld in oogverblindende nevels. Wij halverwege, op weg naar de toekomst.

   Maar dit is geen poëzie, dit is de prozaïsche neerslag van een culturele beleving. Daarin is natuurlijk wel plaats voor gedichtjes, zoals ook kinderspel beslissend is voor een plezierige terugblik op je leven.

 

Het kriebelt soms, de rommel

om mij heen roept: ruim mij op!

dat stof afnemen is niet stom. Losse

eindjes, heen en terug staan-

de stapels, afgebroken

sterrenstof twee drie vier

voetjes in de lucht*

Waarom deze rijmelarij? Ach, je wilt het toch aan iemand kwijt?! Volgens sommige grappenmakers omdat het leven anders helemaal zinloos is. Voor de ware liefhebber is er altijd nog Leegte Lacht van Tonnus Oosterhoff, Bezige Bij, 2011.

 

Alles is in evenwicht, zelfs al staat het uit het lood. Een rondtollende gyroscoop staat op zijn punt als een ondersteboven berg (precies, net een draaikont). Hij valt pas om (door de zwaartekracht) als het tollen trager wordt. De rondtollende gyroscoop draait altijd om zijn as. In de natuur wordt de richting van de as gestabiliseerd door de draaibeweging. Dat is een natuurlijke wetmatigheid. Hoe sneller de draaibeweging, hoe groter de stabiliteit.

   Met andere woorden, hoe langzamer de tol draait, des te eerder valt hij om.

   Een andere natuurlijke wetmatigheid die je minder makkelijk herkent, is, dat bij het groter worden van een voorwerp (groei) de inhoud sterker toeneemt dan het oppervlak. Wiskundig gesproken: de inhoud neemt toe met de derde macht (p3), het oppervlak slechts met het kwadraat (p2).

   Zulke onvermijdelijke wetmatigheden zijn van onmiskenbare betekenis voor ons bestaan.

 

 

In weerwil van zijn poëtische ambities gaat Huby geofysica studeren (een appartement in Oman of een hostel in Jaipur?). De wereld van beweging fascineert hem evenzeer als de Parnassus.

   Zijn eerste opdracht bij El Instituto draaide om de vraag waarom men liever fantaseert dan redeneert. Of was dat soms niet waar?

 

Zolang mensen of hun dierbaren worden geveld door onbegrijpelijke ziektes, zolang machtswellustige medemensen hen onderdrukken en uitbuiten, zolang zij door willekeurig natuurgeweld worden bedreigd en zolang ellende een kalm en tevreden bestaan belemmert, zolang zal men troost zoeken in een willekeurige uitleg en zich tevreden stellen met getuigenissen, ook al zijn deze irrationeel van aard. De diepste behoefte van de volgroeide mens blijkt zingeving te zijn: een duiding dat het lijden niet voor niets was.

   Steeds meer fenomenen zijn in de loop van de tijd verklaard. Dat wil zeggen dat er een wetenschappelijke uitleg aan is gegeven. Dat heeft ons begrip van de wereld (kennis) en onze greep op de wereld (technologie) sterk verbeterd. Niettemin houdt men angstvallig vast aan het verlangen naar zingeving. Het WAARDOOR en WAARVOOR mag dan duidelijk zijn, we blijven zitten met de vraag WAAROM?

Waarom de wereld onbegrijpelijk is (kwantummechanica), waarom de wereld triest is (leed) of waarom de wereld schoon is en ordelijk (symmetrie), het zijn zinloze vragen . Iedereen mag zelf een antwoord verzinnen en er verder het zwijgen toe doen. 

 

Volgens de mathematische modellen van astrofysici was het uitdijende heelal ooit veel kleiner dan nu en bestond de materie vrijwel uitsluitend uit vrij bewegende waterstofatomen. Door hun onderlinge liefde klitten ze samen en vormden ze de eerste sterren. Soms was die affiniteit zo groot dat de sterren explodeerden en tot stof werden teruggebracht. Uit dit sterrenstof werden de planeten geboren, waaronder ook de aarde. 

   Het is niet bekend of het leven op aarde is ontstaan of elders maar het moet ooit zijn begonnen in de vorm van complexe moleculen die ook uit sterrenstof zijn voortgekomen. Sinds er leven is op aarde bestond dit voor lange duur uitsluitend uit bacteriën. Ook onder deze onbeduidende wezentjes bestond voldoende wederzijdse sympathie om na verloop van (lange) tijd een innig samenwerkingsverband aan te gaan. Die maatschap ging tenslotte een eigen leven leiden als eencellig organisme. Als dat niet gebeurd was zouden er nooit meercellige wezens zijn gekomen, laat staan gewervelde dieren en, uiteindelijk, mensen.

Tijdens de geschiedenis van de mensheid is het gelukt om niet-organische objecten (machines) voort te brengen die uiteindelijk geleid hebben tot buitenaardse uitstapjes. De symbiose tussen mens en machine heeft een wereldwijd netwerk van intense samenwerking voortgebracht. Een associatie waaraan menselijke individuen vrijelijk een bijdrage konden leveren of zich van konden distantiëren. Maar wel een associatie met een eigen identiteit en een wil tot overleven. Opzettelijke sabotage werd als vanzelf bestreden maar niemand werd gedwongen mee te werken om de planetaire identiteit in stand te houden. Daarvoor waren de niet-organische voortbrengselen van de mens te krachtig geprogrammeerd en bood het te weinig draagvlak voor principieel scepticisme. Dystopische toekomstverwachtingen van weleer bleken ongegrond, kunstmatige intelligentie en robotica hadden het evolutionaire stokje van de mensheid overgenomen en dat was helemaal niet eng.

 

Al snel werd duidelijk dat Huby’s preoccupatie met Heraclites’  Panta rhei ook de amfora van Dionysos omvatte. Daar brachten de dagboekaantekeningen van Hasan Pacha maar weinig verandering in. Huby's vondsten in het Kompas voor onderweg hadden weliswaar zijn vermoedens omtrent de toekomst bevestigd, ze hadden hem ook dorstiger gemaakt. En zijn mathematische argwaan aangewakkerd.

 

 

De waarde van wiskunde om waarnemingen te specificeren en om logisch te kunnen redeneren, werd door de Franciscaan Roger Bacon in de 13e eeuw al onderwezen. De meeste mensen haten wiskundige formules, maar één kennen ze allemaal: E = mc2. Dat is immers God.

   Sommigen weten dat de formule betekent dat energie en massa in elkaar kunnen overgaan. De uitgebreide wiskundige deductie die Einstein hanteerde in zijn relativiteitstheorie wordt zelden gepresenteerd maar de voorlaatste stap wil ik je niet onthouden:

 

E2 = c2p2 + c4m2

 

Daarbij kan de impuls p onder omstandigheden gelijk worden gesteld aan 0 zodat

 

E2 = m2c4

 

Iedere middelbare scholier weet dat deze vergelijking twee oplossingen heeft:

 

E = mc2 en E = -mc2

 

Door de negatieve energie wordt de richting van de tijd omgekeerd en dat is absurd. Om zo'n ongerijmdheid uit de wereld te helpen, hebben geleerde koppen antimaterie geïntroduceerd. Deze bestaat uit zogenaamde tegen-deeltjes met negatieve energie die zich met een grotere snelheid dan het licht in tegenovergestelde richting bewegen van de 'gewone' deeltjes (vanuit de toekomst naar het verleden; supercausaliteit). 

   De overeenkomst tussen energie en massa riep het beeld op van een symmetrisch universum, ook met betrekking tot de tijd. Dit opende de deur naar de wonderlijk wereld van de kwantummechanica.

   Er wordt wel beweerd dat kwantummechanica en oosterse filosofie veel op elkaar lijken, maar dan gaat men eraan voorbij dat kwantummechanica is gebaseerd op wiskundige modellen en oosterse filosofie op meditatie en mooie verhalen*.

 

 

Toen telefoons nog een draaischijf hadden, de schaamluis nog welig tierde en God werd gevreesd, herontdekte AIO Huby Moontrap de waarde van het woord. De verhalen die hij hoorde, kranten die hij las, studieboeken die hij bestudeerde en discussies die hij voerde, films die hij zag en tijdschriften die hij doorbladerde, hun gemeenschappelijke boodschap was telkens weer dat alles, maar dan ook alles, in tegenovergestelde richting bewoog. Meningen stonden lijnrecht tegenover elkaar. De droom van de één was de werkelijkheid van de ander. De leugen zus, de waarheid zó. De opvatting die het uiteindelijk won was steeds de opvatting die het best geformuleerd was.

   De welgebektste mening moest wel waar zijn.

 

 

 

Dat wiskunde ook maar een taal is, met soms nietszeggende woorden, blijkt uit de identiteit van Euler, door sommigen wel de mooiste wiskundige formule genoemd: 

 

eip + 1 = 0

 

Maar wat hier staat* heeft geen enkele betekenis. Het is slechts het resultaat van vernuftig gesleutel. Het is net zo nietszeggend als het Opperlandse woordpalindroom:

 

Wel, het is slechts iets, maar iets slechts is het wel1

 

Autistische humor. Verbazingwekkend, maar nietszeggend. De savant die je wil laten weten dat er achter de werkelijkheid een hogere / diepere waarheid schuilgaat, kletst uit zijn nek. De dingen zijn niet altijd wat ze lijken, maar de bedrieger ben je zelf.

 

 

Op zijn speurtocht naar een antwoord op de vraag der vragen (unificatie of grote synthese) vindt Moontrap opmerkelijke analogieën tussen kwantumelektrodynamica en menselijk gedrag. Feynmandiagrammen voor de analyse van sociale structuren? Schrödingervergelijkingen om individueel gedrag te beschrijven? Gravitatie als genegenheid. Supersymmetrie als troost.

 

 

De geschiedschrijving laat zien dat geen enkele gebeurtenis op zichzelf staat maar altijd onderdeel is van een historische ontwikkeling. Er zijn vele aanleidingen voor elke gebeurtenis zonder welke deze niet zou hebben plaatsgevonden. En evenzo vormt elke gebeurtenis samen met vele andere de aanleiding voor nieuwe gebeurtenissen. Niets staat op zichzelf. Bovendien zijn de meeste gebeurtenissen het gevolg van onbeduidendheden net zoals ze zelf te onbeduidend lijken om in de geschiedschrijving vermeld te worden. Toch is elke wel vermeldenswaardige gebeurtenis mede het gevolg van dergelijke futiliteiten en zelf de oorzaak van menig bagatel. 

   De geschiedschrijving wordt van oudsher opgedragen door de gevestigde machthebbers, die spelen dan ook altijd de hoofdrol. Daarbij wordt meestal voorbijgegaan aan de talrijke miezerige, onverschillige en nietszeggende onderdanen zonder wie er helemaal geen machthebbers zouden zijn. Over wie zouden zij anders moeten heersen? Over aanzienlijke, voorname en betrokken medeburgers? Dat zijn toch gevestigde machthebbers, op een kleinere schaal? Nee, het falderappes en schorremorrie mag als groep interessant zijn en individueel in schelmenromans figureren, de loop van de geschiedenis wordt er niet aan toegeschreven. Onterecht, want, zoals gezegd, over wie valt er anders te regeren?

Ook in de geschiedenis van de mens zijn er gebeurtenissen zonder welke andere gebeurtenissen nooit zouden hebben plaatsgevonden. Vooruitgang noemt men dat. Maar het zijn geen emergenties. Daarvoor is de tijdschaal veel te kort. Voorbeelden zijn het ontstaan van landbouw of de ontdekking van elektriciteit. Die hebben revolutionaire gevolgen gehad maar dat heeft de mensheid nog niet wezenlijk veranderd. Daarvoor is het nog te vroeg.

En dan is er nog de middelmaat, de massa. Een beetje zus, een beetje zo. Wie wil daar nog meer over vernemen? Het mag de hoofdmoot vormen van ons dagelijks bestaan, we willen er niet te veel aan worden herinnerd. Verreweg de meesten van ons gedragen zich volgens het kleurloze gemiddelde en dragen zo, hoe gering ook, bij aan de loop van de geschiedenis. Iedereen heeft een verhaal. We spelen allemaal een rol. Het duurt wellicht wat langer maar uiteindelijk is ieders invloed onmiskenbaar.

 

Duidelijk is dat wij een sterke hang hebben naar symmetrie, in de meest ruime zin. Dat appelleert aan onze esthetische voorkeur maar kan evengoed misleidend zijn. We horen een muziekstuk graag eindigen in dezelfde toonsoort als waarmee het begon, maar we laten ons ook graag verrassen. Een open einde vinden we onbevredigend. Wat eindeloos is, mag eigenlijk geen begin hebben.

   Onze voorkeur voor symmetrie is ook terug te vinden in de analogieën. In de filmindustrie wordt – onder andere uit kostenoverweging – dankbaar gebruik gemaakt van hulpmiddelen om voorstellingen op een afwijkende schaal te vertonen: gigantische bouwwerken die onder normale omstandigheden zouden instorten (volgens de hierboven genoemde wetmatigheid dat volume (= massa) sterker toeneemt dan oppervlak) of minuscule duikbootjes die varen door bloedvaten en zich voortbewegen als een potvis in de Pacific (zelfde materialen ondervinden op verschillende schaal andere krachten/viscositeit; kan worden gecorrigeerd met het getal van Reynolds). Toch laten we ons graag bedriegen.

   De dingen zijn niet altijd wat ze lijken.

 

 

Toen het Echte Universum werd geschreven, was daar niemand bij. Behalve, volgens sommigen, onze-lieveheer, die zich niets aantrok van de opborrelende pop-ups in Zijn schepping: brokstukken stof&as vormden een baarmoeder van brokstukken stof&as vormden een verlangen naar brokstukken stof&as vormden inzicht in … De Grote Goocheltruck.

   Huby Moontrap weet zeker dat de spontane oprispingen niets te maken hebben met een goddelijk wezen. Ze zijn daarentegen een typische eigenschap van de werkelijkheid, vanzelfsprekend en tegelijk onbegrijpelijk. Deze misleidende illusie heeft mensen aangezet tot het bedenken van poëtische verdichtsels en vangnetten.

   Volgens onafhankelijk onderzoeker Moontrap is aarzeling over universele causaliteit of waardering voor allegorieën en alliteratie niet verwerpelijker dan het geloof in Creatie. Tegenover de gedachte dat een gebeurtenis (iets) kan ontstaan uit de afwezigheid van die gebeurtenis (niets) verkondigde hij in Recursieve Reconstructies, de eindeloos herhaalde ontstaansgeschiedenis van het heelal. Wat zijn geloofwaardigheid in geofysische kring ondermijnde, werd bij El Instituto juist geprezen. Daar kreeg de ‘dwarse wetenschapper’ alle vrijheid om zijn tegendraadse gedachtegang tot in de lengte der dagen voort te zetten.   

 

In het Emergente Universum wordt onze geschiedenis voorgesteld als een caleidoscopische kralenketting waarvan elke kraal kan worden opgevat als een individu of gebeurtenis.  Al zijn de afzonderlijke kralen nog zo complex, in hun eentje kunnen ze nooit een ketting vormen. Wel kan elk los bolletje weer worden beschouwd als een kluwen van ingewikkelde onderdelen terwijl de ketting op haar beurt weer deel uitmaakt van een groter geheel. Deze trapsgewijze weergave van de werkelijkheid is geënt op de fractale patronen in Recursieve Reconstructies en vormt het hoofdmotief van het Emergente Universum.

   Er wordt wel beweerd dat de menselijke maat zich precies halverwege het schalenspectrum bevindt.* Aan de ene zijde de steeds verder krimpende microkosmos en aan de andere kant de oneindige uitgestrektheid van het heelal. Astrofysici zijn het eens over de toenemende snelheid waarmee de ruimte uitdijt (zonder tijdslimiet) en snaartheoretici beweren dat supersnaren  vele malen kleiner zijn dan de kleinste bekende deeltjes; zodat terecht de vraag gesteld kan worden: waar ligt het midden van oneindig? Het beeld dat zich aandient, is dat van een digitale Mandelbrotverzameling waarop eindeloos kan worden ingezoomd: het Emergente Universum.

   Het Emergente Universum  is een raamwerk, een platform, een stellage van de werkelijkheid.

  Een huis heeft vele kamers. In elk huis wonen andere mensen. Er zijn geen twee huizen gelijk. Maar al die huizen zijn ooit in de steigers gezet. De steigers zijn universeel, functioneel. Wie wil genieten van een goed boek, een verdiepende gedichtenbundel, een spannende thriller of een eclectische karakterschets, doet er goed aan zich eerst te verdiepen in het geraamte van de realiteit, het Emergente Universum.

   Het gegoochel met getallen is ontsproten aan het menselijk brein. Dat garandeert geenszins de universele geldigheid van wiskunde. Dat een symfonie ons kan ontroeren, wil niet zeggen dat andere wezens door datzelfde muziekstuk worden bewogen. De God die alle volkeren op aarde aanbidden als de schepper van het universum hoeft niet dezelfde God te zijn van buitenaardse wezens. En ook de meewarige glimlach van de zelfingenomen atheïst zal verstarren op zijn/haar pad door het Emergente Universum.

 

 

 

Pssst....! Hier zit ik, Sarimanok, je weet wel. Ik ben onzichtbaar. Ik heb me hier verstopt. Zodat ze me hier niet kunnen vinden. Niks zeggen.

 

 

 

Glitter en glans hebben nooit grip op hem gehad. De zoete fee verschijnt nog altijd in zijn dromen.

   Vanuit het midden omarmt Huby Moontrap de wereld. De hele inhoud gaat hem wat te ver, die is veel te groot, maar een aantal hotspots in het mozaïek zijn wellicht voldoende om de kern te vinden.

   Waar het om draait, aldus hoogleraar Moontrap, is de omhelzing met het al. De zin van het bestaan is de omhelzing van het zelf met het bestaan zelf. Het is maar net wat de woorden je zeggen.

  

 

Aanbevolen Nederlandstalige literatuur

George van Hal. Elastisch universum. Fontaine Uitgevers, 2016

Jacob Klapwijk. Heeft de evolutie een doel? Kok, 2009

Jos Koekkoek. Begrepen! Brave New Books, 2016

en het portret van de moderne samenleving 'Back to Utopia': tps://www.human.nl/2doc/2017/back-to-utopia.html

 

  

Een palindroom of keerwoord is een woord dat er van voor naar achteren gelezen hetzelfde uitziet als andersom. Een panlindroomzin is opgebouwd uit meerder palindromen en levert zowel vooruit als achteruit gelezen hetzelfde resultaat op. De palindroomzin in de titel is afkomstig uit de Opperlandse Taal- & Letterkunde van Hugo Brandt Cortsius, Querido, 1981.
 
In de eerste helft van de 20e eeuw werd door aanhangers van de relativistische kwantummechanica de antimaterie geïntroduceerd (bv positron door Paul Dirac). Later werd door andere fysici getracht de tijdsymmetrie te herstellen door het afleiden van retrocausaliteit (John Wheeler & Richard Feynman). Het concept werd afgewezen omdat het in strijd is met onze beleving van de voortgang van de tijd (syntropie versus entropie). In de psychologie en esoterie wordt nog wel vastgehouden aan de symmetrie van de tijd. Daarover is alleen Engelstalige literatuur, bv The Law of Syntropy van U. di Corpo & A. Vannini, Kindel/Amazon, 2011. Zie ook: http://www.syntropy.org/
 
De antimateriedeeltjes of tachyonen hebben altijd een snelheid groter dan die van het licht en spelen een rol in de snaartheorie. Sinds de 2e helft van de 20e eeuw spelen ze een belangrijke rol in tal van esoterische therapieën. Hierover is ruimschoots informatie te vinden op onderstaande Nederlandstalige sites http://www.tachyon-aanbieding.eu/Documentation/Tachyon%20Praktijk.pdf of http://www.tachyonenergie.be.
 
Voor alle duidelijkheid: e staat voor het grondtal van de natuurlijke logaritme ( = (1 + 1/n)n waarbij n nadert tot oneindig; e = 2,7182818…), i staat voor het imaginaire getal (-1)1/2 dat gebruikt kan worden om betekenis te geven aan negatieve getallen (in de fysica wel gebruikt om een tegengestelde lading of richting aan te duiden) en p staat voor de verhouding tussen de omtrek en de diameter van een cirkel (p = 3,1415926…).
 
Het Reynoldsgetal wordt onder meer gebruikt om de doorstroming van vloeistoffen door buizen te berekenen: Re = r.v.D /waarbij r staat voor de dichtheid, v staat voor de stroomsnelheid, staat voor de diameter van de buis en m staat voor de viscositeit (stroperigheid) van de vloeistof. Schaalvergroting wordt bij filmtrucages succesvol gecompenseerd door vertraging van de snelheid; bij schaalverkleining is er geen compensatie nodig omdat de meeste mensen toch niet weten dat water in een heel nauw buisje zich als een stroperige vloeistof gedraagt. Een hilarische film waarin sprake is van schaalverkleining is Innerspace van Joe Dante (1987) (https://www.youtube.com/watch?v=HLAbTbGQcr8)
Dit is verwant aan het antropisch principe: het universum dat wij waarnemen is het universum dat ons heeft voortgebracht; in elk ander universum zouden wij niet kunnen bestaan. De verschillende natuurconstanten hebben hun specifieke waarde omdat alleen bij die waarden ons universum, wij dus, kunnen bestaan. 

Gerelateerde Nederlandstalige literatuur: Paul Davies. Perfect Universum. Spectrum, 2007

Toen Benoit Mandelbrot gevraagd werd om zo precies mogelijk aan te geven hoe lang de Engelse kustlijn is, was er maar één antwoord mogelijk: oneindig lang. Immers, naarmate er gedetailleerder gemeten wordt, neemt de totale lengte toe (kustlijnparadox). Dat is het gevolg van de fractaalachtige eigenschap van kustlijnen. Het meten van lengtes is gebaseerd op rechte lijnstukken, maar natuurlijke grensvlakken zijn altijd gebogen (fractaal). Hoe kleiner de gebruikte lijnstukken, hoe preciezer de benadering. Door met oneindig kleine lijnstukken te werken kan de exacte waarde gevonden worden. Zie ook http://www.youtube.com/watch?v=G_GBwuYuOOs.

 

Recursief betekent zichzelf herhalend. Een proces is recursief als één van de stappen waaruit het proces bestaat vraagt om herhaling van het volledige proces. En steeds opnieuw want binnen een recursief proces herhaalt dat proces zich telkens weer. In principe komt er nooit een einde aan een recursief proces. Recursieve constructies kunnen worden gevisualiseerd. Denk bijvoorbeeld aan Eschers voorstellingen van de zichzelf voedende waterval en de alsmaar via afdalende trappen in een kringetje rondlopende en op dezelfde plaats terugkerende monniken. Een ander voorbeeld is het Droste-effect, een visueel effect waarbij een afbeelding een verkleinde versie van zichzelf bevat. Zo'n momentopname levert de concrete constructie van het voortgaande recursieve proces.Baboesjka's, de elkaar omsluitende Russische poppetjes zijn een ander voorbeeld van zo'n constructie. Als deze recursieve reeks poppetjes zich eindeloos zou voortzetten zouden er snel poppetjes zijn die door hun geringe afmeting niet meer zichtbaar zijn. Douglas Hofstadter geeft in Gödel, Escher, Bach (Olympus, 2018) ook voorbeelden van recursie in de muziek en informatica. In de wiskunde wordt gebruik gemaakt van recursieve functies in de vorm van differentievergelijkingen.
 
Elke afzonderlijke beweging is eenvoudig een herhaling van de voorgaande. 
Kleine oorzaken hebben soms grote gevolgen (chaostheorie) en grote zaken kunnen zonder het kleine helemaal niet ontstaan (emergentietheorie). Volgens die laatste opvatting is onze wereld ooit begonnen in een primordiaal beginpunt en heeft zich laag voor laag verder ontwikkeld. De eerste lagen zijn bekend als de hypothetische ontwikkelingsfasen van het uitdijende heelal (inflatie, afkoeling en samenklontering in een fractie van een seconde), het ontstaan van de lichte atomen na een paar honderdduizend jaar, stervorming en hun vernietiging waardoor het ontstaan grote moleculen, planeetvorming, ontstaan van leven, eerst fragmentarisch en microbieel, later meercellig inclusief afweer, daarna staten- en netwerkvorming. Al die lagen zijn emergente verschijningen, bestaan bij gratie van de onderliggende éenvoudiger’ lage waaruit ze zijn opgebouwd. Het geheel vormt een kleine 14 miljard jaar oud bouwwerk dat langs een verticale tijd-as als een ondersteboven berg kan worden voorgesteld.
                                                                                                   
 

  

Het Kompas voor Onderweg is de benaming van het archief van El Instituto para la promoción de la dignidad humana a través de la intelectuel y moral, kortweg Het Instituut. Voor de hartstochtelijke en volhardende onderzoeker is daar uitgebreide informatie te vinden over de loop der gebeurtenissen tot nu toe en minder uitgebreide, maar niet minder verrassende informatie over zaken die met enige waarschijnlijkheid gaan plaatsvinden. Tenslotte zijn de meeste kwesties oorzakelijk gedetermineerd (al wordt dit door zweverige holisten ontkend). De gigantische complexiteit van de loop der gebeurtenissen vormt een Gordiaanse knoop die met de immense rekenkracht van Het Instituut stapje voor stapje wordt ontward. Soms stuit men daarbij op emergenties, plotseling opdoemende eigenschappen, die niet zijn te voorzien maar wel voortvloeien uit wat eraan voorafgaat. Als de uiterst onwaarschijnlijke samenloop van zaken die niets met elkaar van doen hebben. Als het uit talloos veel miljarden samenvallen van twee parallelle universa.

Zoals elk orgaan zijn onze hersenen opgebouwd uit afzonderlijke cellen, de hersencellen ofwel neuronen. De werking van de hersenen berust op de communicatie tussen de neuronen. Die communicatie vindt plaats waar de membranen van neuronen heel dicht bij elkaar liggen, de zogenaamde synapsen. Neuronen en de verbindingen daartussen zijn geen onveranderlijke structuren. De synapsen vertonen plasticiteit. Hiermee wordt bedoeld dat de elektrische prikkelbaarheid van neuronen verandert als gevolg van hun eigen activiteit. Veranderingen in de synapsen tussen neuronen worden vaak beschouwd als processen die essentieel zijn voor leren, geheugen en aanpassing.

Aan synaptische plasticiteit liggen zowel korte termijn als ook lange termijn veranderingen in neuronale transmissie ten grondslag. Korte termijn veranderingen bestaan voornamelijk uit post-translationele wijzigingen zoals fosforylatie van bestaande eiwitten door proteïne-kinases of defosforylatie door proteïne-fosfatases, terwijl lange termijn veranderingen ontstaan door een gecoördineerd programma van wijzigingen in gen transcriptie en synthese van nieuwe eiwitten.

Modulatie van synaptische plasticiteit komt tot stand door veranderingen in inhiberende en/of exciterende neurotransmissie. Eén van de belangrijkste exciterende neurotransmitters in de hersenen is glutamaat. Glutamaat kan binden aan een veelvoud van receptoren die benoemd zijn op basis van hun elektrofysiologische en farmacologische eigenschappen. Meerdere studies hebben aangetoond dat met name de fosforylatie-status van de zogenaamde N-methyl-Daspartaat (NMDA) receptor belangrijk is bij veranderingen in synaptische plasticiteit.

Het blijkt dat activatie van proteïne-kinase C (PKC) leidt tot vergroting van NMDA geïnduceerde stromen in alle onderzochte hersengebieden (cortex, hippocampus, striatum en hypothalamus), terwijl de activatie van proteïne-kinase A (PKA) maar in enkele specifieke hersengebieden (striatum en hypothalamus) leidt tot vergroting van NMDA geïnduceerde stromen.

De experimenten wijzen erop dat het functioneren van de NMDA receptor niet gemoduleerd wordt door directe fosforylatie van de receptor door PKA. Eerder zorgt activatie van PKA ervoor dat proteïne- fosfatases geremd worden, waardoor de defosforylatie van de receptor verminderd wordt. In het striatum wordt het fosfoproteïne dopamine-en cAMP-gereguleerd fosfoproteïne (DARPP-32) door PKA gefosforyleerd waarna het werkt als een remmer van proteïne-fosfatases. DARPP-32 laat een sterke hersengebied-specifieke verdeling in de hersenen zien. Dit zou een verklaring kunnen zijn voor het feit dat activatie van PKA niet in alle hersengebieden een vergroting van NMDA geïnduceerde stromen tot gevolg heeft. Gezien de belangrijke rol van NMDA receptoren in synaptische plasticiteit, zouden deze regionale verschillen in NMDA receptor modulatie door proteïne kinases en fosfatases een sterke invloed kunnen uitoefenen op regionale verschillen in NMDA receptorgekoppelde signalen die leiden tot veranderingen in synaptische plasticiteit.

De regionale verschillen in de modulatie van de NMDA receptor door PKA wijzen erop dat receptoren die gekoppeld zijn aan PKA ook het functioneren van de NMDA receptor zouden kunnen beïnvloeden op een hersengebied-specifieke manier. De dopamine receptor is één van de belangrijkste neurotransmitter receptoren in het striatum, die, afhankelijk van het receptor subtype, zowel positief als negatief gekoppeld kan zijn aan PKA.

In veel modellen van synaptische plasticiteit worden veranderingen in de activatie van de transcriptie factor cAMP-respons element bindend proteïne (CREB) en c-fos gen expressie beschouwd als cruciale factoren voor de inductie en handhaving van langdurige veranderingen in synaptische plasticiteit. Dus veranderingen in de aanwezigheid van deze ‘immediate early genes‘ zouden inzicht kunnen geven in de intracellulaire mechanismen die ten grondslag liggen aan veranderingen in synaptische plasticiteit. Een veelvoud aan signaaltransductiewegen worden door NMDA en dopamine geactiveerd die ‘immediate early gene‘ expressie kunnen reguleren.

Inderdaad vinden we sterke regionale verschillen in de expressie van het FOS proteïne na injectie van de agonisten. NMDA injectie verhoogt FOS proteïne expressie in de hippocampus en de centrale amygdala, terwijl de dopamine receptor subtype 1 (D1) receptor agonist FOS de proteïne expressie verhoogt in het striatum en de basomediale, corticale en mediale amygdala. In alle onderzochte gebieden kan de NMDA receptor antagonist zowel de NMDA als ook de D1 receptor-geïnduceerde verhoging van het FOS proteïne blokkeren. Evenzo kan de D1 receptor antagonist de D1 receptor en NMDA receptor-geïnduceerde verhoging blokkeren. Dus NMDA en dopamine receptoren reguleren FOS productie via regionaal gedifferentieerde mechanismen maar het functioneren van de ene receptor is wel onontbeerlijk voor het functioneren van de ander.

De promotor van het c-fos gen heeft een bindingsplaats voor de geactiveerde vorm van CREB (gefosforyleerd CREB, pCREB). CREB kan geactiveerd worden door PKA en door verhoogde intracellulaire calcium concentraties. Daarom is het interessant om te kijken of de regionale verschillen in FOS productie na injectie van dopamine en NMDA receptor agonisten correleren met veranderingen in de expressie van gefosforyleerd CREB. Hoewel ook de distributie van pCREB na een agonist injectie sterke regionale verschillen vertoont , correleert de pCREB distributie niet in alle hersengebieden met FOS expressie. Er is dus een duidelijk gedifferentieerde interactie tussen dopamine en NMDA receptor systemen in de regulatie van pCREB en FOS in de verschillende hersengebieden.

 

 

Hier en nu, dat lijkt de werkelijkheid. Maar de werkelijkheid zoals wij die kennen is een RECONSTRUCTIE, gemaakt door ons brein. Het brein bestaat namelijk uit een zeer groot maar begrensd aantal hersencellen met onderlinge schakelpunten (synapsen). De cellen werken als schakelaars (aan of uit) waarvan het gemak waarmee ze kunnen schakelen (synaptische plasticiteit) van invloed is op het beklijven van de verwerkte informatie. Ruimte en tijd zijn concepten die tot stand zijn gekomen door ons corpusculaire brein. Is dat de reden waarom we de wereld zien als reduceerbaar tot de kleinst mogelijke deeltjes? Omdat we dat tot in het oneindige blijven doen ontstaat misschien juist daardoor die vreemde kwantumwereld waarin niets meer klopt met onze intuïtie. En onbegrensdheid is evenmin voorstelbaar, net zoals de afwezigheid van tijd. Tegelijkertijd besef ik dat deze overpeinzing over RECONSTRUCTIE tot stand komt met behulp van datzelfde corpusculaire brein. Mentale recursie: een brein in een brein in een brein... waar ben ik dan?

De ware werkelijkheid ligt buiten onszelf; daar zullen ze mij tevergeefs zoeken...

Niet iedereen heeft hetzelfde brein. Hersenen kunnen anatomisch verschillend zijn waardoor mensen een verschillende manier van denken vertonen. Dat is vooral goed te merken als iets of iemand zoekraakt. Voor symbooldenkers is de werkelijkheid fundamenteel anders dan voor abstractdenkers (zie het artikel Symbolisch en abstract op deze site). Symbolisten smukken de wereld graag op; voor hen is een verdwijning eenvoudig onbestaanbaar. Abstractdenkers gaan altijd op zoek naar de oorsprong/oorzaak want zij geloven dat geen twee dingen tegelijkertijd gebeuren, er zit altijd een minimale kwantumtijd (5,391 x 10-44 sec) tussen elke aanvang. Voor hen is ware synchroniciteit onbestaanbaar. Voor een emergente opsporingsdeskundige als ikzelf is de plotselinge verdwijning van iets ongeveer hetzelfde als het plotselinge verschijnen van iets (emergentie). Ik hanteer een soort complementaire methode door juist te kijken naar de dingen die niet verdwenen zijn. Voor mij is een verdwijning zonder context onbestaanbaar. Als je de context verwijdert, is er niets meer. Handig, toch? 

{modalcontent hier3}De ware werkelijkheid ligt buiten onszelf. Daarbuiten zullen ze mij tevergeefs zoeken{/modalcontent)